zonder titel

zonder titel
zonder titel zonder titel zonder titel zonder titel zonder titel

Plaats: Emmeloord

Locatie: Espelerlaan/Peppellaan

Kunstenaar: Jan Kip

Materiaal: brons

Jaar: 1982


Beschrijving:

Per september 1955 werd in Emmeloord een Christelijke H.B.S. gesticht door de Vereniging voor Chr. Voorbereidend Hoger en Middelbaar onderwijs. Aanvankelijk werden de lessen gegeven in lokalen van de derde school met de Bijbel. Maar na het gereedkomen van de uitbreiding van de Chr. ULO aan de Smeden vond de school daar onderdak. Op 13 april 1961 werd de bouw voor een eigen schoolgebouw aanbesteed. Er waren 49 inschrijvers. De gunning ging naar aannemersbedrijf H. de Vries uit Emmeloord, die met ƒ 1494.000,- tot de laagste 5 inschrijvers behoorde. In juni 1961 verwierf het schetsplan voor de bouw van de school de ministeriële goedkeuring. Aan het einde van de Espelerlaan werd in 1962-1963 de Christelijke H.B.S., nu gebouw Peppel van het Emelwerda College, gebouwd onder architectuur van Cees Groen († 2016) uit Emmen. Begin juli 1962 werd de Nederlandse driekleur gehesen om aan te geven dat het hoogste punt bereik was. De school werd op 2 september 1963 in gebruik genomen en op 13 december van dat jaar officieel geopend door de staatssecretaris van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W), mr. J.H. (Hans) Grosheide, met de woorden: "De vreze des Heren is het begin der wijsheid". Het was een drielaags gebouw onder plat dak met haaks daarop een tweelaagse vleugel met ingang. Het front van de school was gericht op de Peppellaan. Het schoolgebouw telde naast 25 les- en praktijklokalen, een biblotheek en 2 gymnastiekzalen die boven elkaar gelegen waren, een overblijflokaal dat tevens gebruikt kon worden als aula met toneelaccomodatie. Een opmerkelijk onderdeel was een enorme hal van 12 m breed en 30 m lang. Onder het gebouw was een soutterain aangebracht dat destijds als fietsenstalling fungeerde. 

De Wet op het voortgezet onderwijs (WVO), ook wel Mammoetwet genoemd, werd vastgesteld in 1963 en trad op 1 augustus 1968 in werking. De essentie van de wet lag bij horizontale en verticale verbindingen tussen verschillende schoolsoorten en het instellen van een brugklas voorafgaande aan de definitieve schoolkeuzes. In de praktijk had dit schoolfusies tot gevolg. In mei 1966 hechtte de minister van OC&W zijn goedkeuring aan het stichten van een zogenaamde scholengemeenschap van de Chr. HBS en de Chr. ULO in Emmeloord. Daardoor was de stad de eerste plaats in Nederland die een brugklas kreeg, zoals in de mammoetwet bedoeld was. In 1967 werd Geert Berghuis (1919-1989) rector van de Christelijke Scholengemeenschap. Na 42 jaar onderwijs ging Berghuis op 12 maart 1982 met de VUT. Bij zijn afscheid had hij graag een kunstwerk onthuld, want de scholengemeenschap had er na 19 jaar nog steeds geen. Volgens de destijds geldende percentageregeling beeldende kunst was 1% van de bouwkosten van het hoofdgebouw in 1963 bestemd voor een kunstwerk. Tijdens de bouw besloot de bouwcommissie echter dat de gymnastiekzaal geen muur maar een gevel met ramen zou krijgen. Dat was een afwijking van het vooraf door het ministerie goedgekeurde bouwplan en had ambtelijke gevolgen. Na jaren besloot een ambtenares op het ministerie de knoop door te hakken. De meerkosten van de gevel met ramen (ƒ 7000,-) moesten betaald worden uit het potje voor een kunstwerk. De eigenmachtige verandering van het bouwplan was immers uiteindelijk een verfraaiing. Het resterende bedrag voor een kunstwerk, ca. ƒ 8000,-, werd daarna nooit besteed aan iets kunstzinnigs.  

Vanaf de officiële opening hadden het bestuur en de directie van de school met enige regelmaat nagedacht over een kunstwerk, maar de ontwerpen van de kunstenaars stemden steeds weer tot ontevredenheid omdat ze niet voldeden aan de wensen van de school. Bijna 20 jaar na de officiële opening van het schoolgebouw werd begin 1981, na enige twijfel, gekozen voor het ontwerp van kunstenaar Jan Kip. Hij had een figuratief kunstwerk ontworpen waarachter een grote symboliek voor het christelijk onderwijs schuilgaat. De opdracht die de beeldhouwer had gekregen luidde: "Een kunstwerk, waarin het symbool van de christelijke school verwerkt zit". Jan Kip koos voor een vis. De vis grijpt terug op een van de allereerste onderscheidingstekenen van de Christenen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling, toen er nog geen sprake was van het kruis als symbool. Christenen moesten onderduiken om aan vervolgingen te ontkomen. Om er achter te komen of iemand (ook) christelijk was gebruikte men de vis als geheim symbool omdat het Oudgriekse woord voor vis ἰχθύς is, oftewel Ichthus. In de letters van dit woord zagen de vroege christenen de kern van de Bijbelse boodschap. Het woord Ichthus is een acroniem of letterwoord, een afkorting die wordt uitgesproken als woord. ICHTHUS staat voor Iesous Christos Theou Uios Soter wat Jezus Christus, Gods zoon, Verlosser betekent. Kip laat de vis Ichthus zwemmen tussen golven, die de verschillende geledingen binnen de school symboliseren. De diagonale richtingen in het kunstwerk zorgen voor een dynamische compositie. Het kunstwerk is gesigneerd: JAN KIP.

De vis Ichthus is eerst in was gemodelleerd voor Jan Kip het door zijn broer Frits, die bronsgieter was, in brons liet gieten. Op 13 september 1982 kon oud-rector Geert Berghuis het kunstwerk, dat bij zijn afscheid nog niet gereed was, alsnog onthullen. Jan Kip was bij de onthulling aanwezig, zij het dat de plechtigheid wat verlaat werd omdat de kunstenaar zich verslapen had. 

Bron: De Noordoostpolder 

Kunstenaar

Johannes Bernardus (Jan) Kip werd op 7 april 1926 in Oldenzaal geboren. Zijn vader was kleermaker en het was de bedoeling dat Jan ook het vak van kleermaker ging uitoefenen. Na enkele dagen hield hij het voor gezien en ging als leerling meubelmaker aan de slag. Al snel leerde hij hoe de versieringen met beitel en gutsen werden aangebracht. Zo ontstond zijn voorliefde voor de kunst. In 1950 volgde hij een kunstopleiding aan de Academie voor Kunst en Industrie (AKI) in Enschede, waar hij onder andere les heeft gehad van Henk Zweerus (1920-2005), hoogleraar vormstudie.

In het begin bestond zijn werk vooral uit religieuze beelden. In de begin jaren zestig van de 20e eeuw maakte hij veel plaquettes en reliëfs. Het werk van Jan Kip is figuratief, zelf in de ogenschijnlijk non-figuratieve werken is de figuratie zichtbaar. Het respect voor de mens en de natuur komen in veel van zijn werken terug. Naast het maken van beelden was Jan Kip heel vaardig in het bronsgieten, een techniek die hij leerde van zijn broer Frits (Frederikus Gerardus Antonius, 1920-2002) die bronsgieter van beroep was. Jan Kip stierf 10 april 1987 op 61-jarige leeftijd in zijn woonplaats Oldenzaal.

In 1963 maakte hij het 'Boeskoolmenneke', symbool van Oldenzaal. In de raadzaal van Oldenzaal is een plaquette te vinden met daarop een afbeelding van Koningin Juliana, bij de IJsselcentrale in Zwolle het kunstwerk de 'Opvliegende Zwanen', in Enschede 'Op z'n vroegst' en 'Leerling in banden' en in Raalte, 'Bindster van Korenschoven'. In de Noordoostpolder vind je in Emmeloord en Espel werk van Jan Kip.