Windwijzers

Windwijzers

Op (kerk)torens staan vaak windwijzers of windvanen, instrumenten om de windrichting mee te bepalen. Er wordt bewust gekozen voor het hoogste punt van een gebouw omdat daar de wind niet onderbroken wordt door andere objecten. De eerste vermelding van een windwijzer is die door de Romeinse bouwmeester Vitruvius. In zijn omstreeks 15 v. Chr. geschreven werk over architectuur beschrijft hij de door Andronicus van Cyrrhus in 48 v. Chr. in Athene gebouwde Toren der Winden. Op het dak van het 12½ meter hoge bouwwerk stond een windwijzer in de vorm van een Triton, een fabelwezen met het bovenlijf van een man en het achterlijf van een vis, die met zijn staf de windrichting aangaf. Bron: Windwijzers op Groninger torens en kerken deel I.

De eerste torenhaan stamt uit de 9e eeuw. Bisschop Rampertus van Brescia liet in 820 een bronzen haan gieten voor op de toren van de kerk San Faustino Maggiore. Volgens de legende werd in de 10e eeuw door de toen regerende paus een decreet afgekondigd om alle katholieke kathedralen in wat tegenwoordig Europa is, te voorzien van het beeld van een haan, die de apostel Petrus symboliseerde. Vanaf de 13e eeuw werd de vaste opstelling langzaam aan vervangen door de beweegbare windhanen. De eerste windwijzers op de katholieke kerken in Nederland dateren uit de 14e eeuw. Na de Reformatie (16e eeuw) werden de katholieke kerken bekroond met een kruis, de protestantse kerken met een haan, de Lutherse kerken met een zwaan en de doopsgezinde kerken met een huis.

Klik op een plaatje om verder te gaan.


Regio:: Noordoostpolder

Laaste Update woensdag, 11 december 2019