Kunst in Marknesse
Kunst in Marknesse
Het dorp Marknesse is in 1942 als ‘dorp B’, zoals de planologen het aanduiden, gesticht aan de noordzijde van de Zwolse Vaart en de Marknesservaart. Bij de bekendmaking van de namen van de toen nog zes dorpen in de Noordoostpolder in 1944 werd dorp B omgedoopt in Marknesse. De naam is afgeleid van Marcnesse of Maronesse. De stichtingsoorkonde van het klooster S. Odulphus te Stavoren d.d. 29 mei 1132 besluit met een lijst van kapellen die bij het klooster horen, waaronder Marcnesse. Door een artikel uit 1920 van de Duitser Otte Oppermann, van 1904-1944 hoogleraar in de mediëvistiek en historische hulpwetenschappen in Utrecht, heeft men jarenlang gedacht dat de lijst uit 1132 een vervalsing uit de tweede helft van de 13e eeuw was. Diepgaande onderzoekingen hebben echter uitgewezen dat Oppermann in zijn vergaande oorkondenkritiek vaak veel te ver is gegaan. Hans Mol, verbonden aan de Fryske Akademy in Leeuwarden en Kay van Vliet, Rijksarchivaris en hoofd afdeling Inspectie & Archieven van Het Utrechts Archief, hebben aangetoond dat de bestaande afschriften wel degelijk teruggaan op een origineel uit 1132. Bron: odolphuspad.nl. De naam Marknesse bestaat uit twee delen. Een ′mark′ is een gezamenlijk (weide)gebied dat in dit geval op een ′nes′ (landtong) lag. Deze landtong moet in de Middeleeuwen volgens de oude kronieken ter hoogte van Urk en Schokland hebben gelegen.
Maritiem archeoloog Yftinus van Popta promoveerde in 2020. Tijdens zijn promotieonderzoek wist hij het landschap en de bewoning van het Zuiderzeegebied in de late Middeleeuwen van 1100 tot 1400 in kaart te brengen. De plaatsen op de lijst van het Sint Odulphusklooster hebben een geografische volgorde, daaruit kun je een route door het gebied uitstippelen. In april 2021 kreeg Van Popta de bevestiging dat het verdronken dorp Marcnesse tussen het huidige Emmeloord en Espel heeft gelegen. Op een akker vond hij zakken vol aardewerk, dierlijk botmateriaal en bakstenen uit de late middeleeuwen. Uit het onderzoek trekt Van Popta de conclusie dat de boerderijen van de nederzetting Marcnesse op huisterpen stonden. Deze heuvels werden gemaakt om woningen te beschermen tegen het water.
Uitgangspunt voor de straatnaamgeving van Marknesse is de ligging van het dorp tussen twee polderpeilen met een verschillend waterpeil geweest. De straat Sluis werd vernoemd naar de (Marknesser)sluis. Het verschil in waterpeil komt tot uiting in de namen Lage Sluiswal, Laagzijde, Hoge Sluiswal en Hoogzijde. De Breestraat is de brede groene as in het dorpshart. De haaks op de Breestraat geprojecteerde groene as met gracht kreeg de naam Groene Zoom. Parallel aan de Groene Zoom loopt de Noordzoom. Andere straten die hun naam te danken hebben aan hun ligging zijn Noordeinde, Westeinde en Westerkimme. De Westervoor, Lange Voor, Korte Voor en Oostervoor danken hun naam aan de groef ofwel voor, die een ploeg in de aarde maakt. De Pastoor Weijsstraat houdt de herinnering aan de eerste pastoor van het dorp levend. Aan de huidige Oude Weg werd in 1943 een tijdelijk kamp gesticht. De Kampweg en de G. Lokkenstraat herinneren aan de werkkampen Marknesse I en II. Gerard J. Lokken was kok-kampbeheerder in kamp Marknesse I. In Marknesee Zuid werden de straatnamen vernoemd naar waterplanten.
In of in de nabijheid van het dorp zijn kunstwerken te vinden. Kunstwerken waar u wellicht dagelijks aan voorbij komt maar die door hun zelfsprekendheid eigenlijk niet meer opvallen. Door op deze website uitgebreide achtergrondinformatie te geven hoopt Flevoland Erfgoed de kunstwerken weer 'zichtbaar' te maken. De monumenten Monument voor Geallieerde Vliegers, Monument voor de naamlozen en Polder en drooglegging staan beschreven onder herinneringsmonumenten. Deltawerk // is te vinden onder landschapskunst. Religieuze kunst in het interieur van kerkgebouwen vindt u in de beschrijving van de kerken onder bouwkunst.
Klik op de foto's om naar de beschrijving te gaan.








