Wandreliëf

Wandreliëf
Wandreliëf Wandreliëf Wandreliëf Wandreliëf Wandreliëf

Plaats: Emmeloord

Locatie: Peppellaan 1

Kunstenaar: Geert Spuijbroek

Materiaal: cement

Jaar: 1958


Beschrijving:

De wederopbouwperiode kenmerkte zich door een forse toename van kunst in de openbare ruimte. De overheid zag het belang van ondersteuning in om het toekomstig cultureel erfgoed te stimuleren. In 1953 werd de percentageregeling beeldende kunst vastgesteld. De regeling hield in dat 1% percentage van de bouwsom van nieuw te bouwen schoolgebouwen besteed werd aan kunst. In 1955 werd de regeling uitgebreid naar middelbare- en hogere scholen om de jeugd al vroeg met kunst in aanraking te brengen. De gemeente- en bijzondere scholen werden met kunst verfraaid. Meestal koos men voor monumentale kunst die speciaal ontworpen was voor op of aan het gebouw en de functie van het gebouw uitlegde. Een monumentaal kunstwerk dat uit collectieve middelen werd gerealiseerd, was onderhevig aan de goedkeuring van adviescommissies, de toestemming van de opdrachtgever en de al dan niet loyale medewerking van de architect. Het werk moest voldoen aan allerlei verwachtingen van anderen dan de kunstenaar zelf. Individuele vrijheid of vormvernieuwing stond binnen deze collectieve context dus vaak niet voorop. In de jaren '50, '60 en '70 werd voor wandkunst veel gebruik gemaakt van de zogenaamde sgraffito techniek. Sgraffito is in de naoorlogse periode populair omdat het binnen het technische materiaalaanbod relatief de goedkoopste kunsttoepassing was voor grotere formaten.

Op 19 april 1964 werd de Christelijke Technische School 'De Schakel' aan de Espelerlaan officieel geopend door de heer P. Tjeerdsma, secretaris van de Bond van Christelijk Nijverheidsonderwijs. Acht jaar van plannen maken en bouwen waren hieraan voorafgegaan. De bouw voltrok zich in 3 fasen. In 1957 werd gestart met het eerste deel van het schoolgebouw dat ontworpen was door architect Ir. W.J. Berkemeijer uit Zwolle. De bouw van drie theorie- en drie praktijk lokalen was in januari 1958 voltooid. In september van dat jaar kon ook de nieuwe vleugel in gebruik genomen worden. Door het toenemend aantal leerlingen was uitbreiding van de school noodzakelijk. De uitbreiding van 'De Schakel' werd tussen 1962 en 1963 uitgevoerd door de firma Kingma voor een bedrag van ƒ 920.000,-. Het complex werd tweemaal zo groot. Toen 'De Schakel' per 1 augustus 1991 fuseerde met het 'Opleidingscentrum Van Essenstein', de 'Chr. Scholen Gemeenschap en 'De Werf', veranderde de naam in 'Emelwerda College'. 

Bij de bouw van 'De Schakel', oftewel 'De Es' zoals het gebouw later genoemd werd, is bij het ministerie een aanvraag ingediend om 1% van het bouwbudget te besteden voor de realisering van kunst. De opdracht ging naar de Rotterdamse kunstenaar Geert Spuijbroek die in 1958 een sgraffito kunstwerk realiseerde voor ƒ 11.400,-. De gebruikte materialen pasten goed bij de baksteenarchitectuur van het schoolgebouw. Het kunstwerk was onderdeel van de buitenmuur en was 1,20 m hoog. Het bestond uit twee delen, een linker gedeelte van 4 m lang en een rechter stuk eveneens van 4 m, verdeeld door de sponning van een deur. Geert Spuijbroek koos voor een figuratieve vormentaal die hij door een hoekige, lineaire stilering vereenvoudigde. Op het linker reliëf verbeeldde de kunstenaar de naam van de school en vaardigheden en gereedschappen die verwijzen naar het technisch onderwijs. Op het rechter reliëf waren een korenschoof en andere polder gerelateerde kenmerken afgebeeld, die tevens refereren aan christelijke symbolen. Omdat de wandreliëfs voor deze specifieke plek ontworpen waren en letterlijk een eenheid met het schoolgebouw vormden wordt dit ook wel gebonden kunst genoemd. In 2003 is schoolgebouw 'De Es' gesloopt om plaats te maken voor woningbouw. Met het gebouw dreigde ook de architectuur gebonden kunst te verdwijnen. De rechter muurdecoraties werd echter niet alleen gered van de sloophamer maar ook herplaatst naar het schoolplein van het Emelwerda College. Hiervoor moest het wandreliëf met een stuk muur in een stalen constructie worden gevat. Op donderdag 13 mei 2004 werd het kunstwerk door cultuurwethouder Tineke bij de Vaate op zijn nieuwe plek onthuld.

Het verzonken reliëf is gemaakt in de sgraffito techniek. Voor dit kunstwerk zijn drie gekleurde lagen specie op de muur aangebracht. De eerste laag was zwart, de tweede laag wit-grijs en tenslotte donkergrijs als deklaag. Omdat er snel en kundig gewerkt moest worden, werkten de meeste kunstenaars nauw samen met een stukadoor. Het ontwerp werd op ware grootte gereproduceerd op een sjabloon of een calque. In de nog natte bovenlaag werd de tekening aangebracht. Vervolgens werd de voorstelling met een tekenstift of paleerijzer uitgestoken of ingekrast. Deze sgraffito is een verhalend reliëf en de religieuze symboliek is onlosmakelijk verbonden met de bijbelse inslag van de school. Rondom een handpalm zijn planten, bomen, de zon, een duif en twee vissen zichtbaar. De zon duidt op lof voor de schepping van God, de duif is het teken van reinheid en vrede en verwijst naar de Heilige Geest en de vis is het symbool van Christus. De Hand verwijst naar Jesaja 49 : 16, "Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij. In de handpalm zijn 'Alfa' (Α) en 'Omega' (Ω) afgebeeld. Deze eerste en laatste letter van het klassieke Griekse alfabet symboliseren Jezus almacht. In Openbaring 1:8, 21:6 en 22:13 zegt Jezus: "Ik ben de Alfa en de Omega."

Het reliëf is een overgangsgebied tussen een twee dimensionale tekening en een drie dimensionaal beeldhouwwerk.

Kunstenaar

Gerardus Johannes (Geert) Spuijbroek (Spuybroek) werd op 6 februari 1920 in Raamsdonkveer geboren als 5e kind van Gerardus Johannes Spuijbroek en Hendrika Jacoba Treffers. Zijn vader was aannemer. Geert Spuijbroek studeerde van 1940-1946 Monumentale vormgeving aan de Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag. Op 1 november 1949 trouwde hij met Leny Visser (1924-2003). Uit dit huwelijk worden 5 kinderen geboren. Van 1957-1974 was Spuijbroek docent natuurtekenen/vormstudie aan de Academie van Beeldende Kunsten in Rotterdam. Daarnaast was hij van 1968-1972 docent schilderen aan de Nutsacademie van Pedagogie en Maatschappelijke Vorming Rotterdam en van 1957-1974 docent aan de Academie van Beeldende Kunsten Rotterdam. Naast zijn docentschap was hij werkzaam als beeldend vormgever, beeldhouwer en schilder. Kunstenaars gingen na de Tweede Wereldoorlog oude technieken nieuw leven inblazen. Opvallend is dat veel kunstenaars zich niet in één techniek specialiceerden, maar experimenteerden met verschillende technieken. Spuijbroek maakte vrij werk, wandreliëfs, glasobjecten, lichtobjecten en muurschilderingen.

Voor vier schoolgebouwen in Emmeloord maakte Geert Spuijbroek in totaal 7 wandreliëfs. In 1953 maakte hij voor het in 2004 gesloopte schoolgebouw van de Chr. ULO/MULO aan de Smeden drie sgraffito's. Voor de Chr. Lagere Technische School  'de Schakel' aan de Espelerlaan heeft Spuijbroek in 1958 twee wandreliëfs in de sgraffito techniek gemaakt. Na de sloop van het gebouw in 2004 is één reliëf op het schoolplein van het Emmelwerda College geplaatst. Omstreeks 1960 maakte Spuijbroek een natuurstenen mozaïek dat zich naast de ingang van de Zonnebloemschool aan de Europalaan bevindt. Boven de ingang van de (gesloopte) Chr. kleuterschool het Arendsnest op de hoek van de Punterstraat en de Aakstraat maakte de kunstenaar in 1960 eveneens een reliëf in de sgraffito techniek.

In 1979 ontwierp Spuijbroek de boekomslag voor "De lange reis langs tweede weg", geschreven door J. Verseput ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Nutsacademie van Pedagogie en Maatschappelijke Vorming in Rotterdam en Middelburg.

Op 2 juli 2004 overleed Geert Spuijbroek op 84-jarige leeftijd in Rotterdam waar hij op 8 juli werd begraven op begraafplaats Crooswijk. Zoon Lars Spuijbroek (1959) is in de voetsporen van zijn vader getreden en is architect en kunstenaar.