zonder titel

zonder titel
zonder titel zonder titel zonder titel zonder titel zonder titel

Plaats: Emmeloord

Locatie: Prof. ter Veenstraat

Kunstenaar: Jan de Baat

Materiaal: kwartsbeton

Jaar: 1960

Beschrijving:

Op het voorplein van het Zuyderzee Lyceum (tot augustus 2016 Zuyderzee College) aan de Prof. ter Veenstraat staat een plastiek van een paard. Het stelt een speels, dartel, jong paard voor. In 1959 werd de opdracht voor het vervaardigen van het kunstwerk verstrekt aan de Amsterdamse kunstenaar Jan de Baat.

De Baat heeft het kunstwerk eerst in gips gemodelleerd. Vervolgens werd het bij Kunstbetonfabriek De Meteoor in Velp gegoten in artistone, een kwartsbeton van grote hardheid. Het is een springend paard dat op twee paaltjes is geplaatst waardoor het los komt van zijn omgeving. Dit benadrukt de sprong die het dier maakt. Het kunstwerk wordt gekenmerkt door een sterke combinatie van ruimtelijkheid en plasticiteit. De uitgestrekte benen dringen in tegenovergestelde richtingen door in de ruimte. Hierdoor wordt de ruimte rondom het beeld in beslag genomen. We noemen het beeld dan ruimte-veroverend. Het is geen naturalistisch paard, de vormgeving is gestileerd. Jan de Baat heeft minder aandacht besteed aan details, de figuur is sterk vereenvoudigd. Door de hoekige, scherpe vormen krijgt het licht alle kans om de plasticiteit te accentueren. Het is overduidelijk een figuratief beeld van een springend paard, waarin de modernisering van klassieke tradities duidelijk zichtbaar is. Door het gebruik van schuine lijnen is een uitgesproken dynamische compositie ontstaan.

Het toenmalige Prof. ter Veen Lyceum, met betonskelet en functionalistische vormen, is naar een ontwerp van de Wageningse architect Jan Wiedijk (1915-1992) gebouwd door aannemersfirma Panegro uit Warmond. De eerste steen werd door de secretaris van het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder, dr. A. Blaauboer gelegd. Op 11 januari 1960 werd het lyceum door de staatssecretaris van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen drs. Gerard Stubenrouch geopend. Voor kunst aan de buiten- en binnenzijde van scholen bestond toentertijd de mogelijkheid om gebruik te maken van de landelijke percentageregeling beeldende kunst. Eén procent van door de overheid bekostigde gebouwen moest aan kunst besteed worden. Naast de opdracht aan Jan de Baat werd een opdracht voor het aanbrengen van sgraffito's verleend aan kunstenaar Leo Schatz (1918-2014) uit Amsterdam. De kleurige sgraffito's vormen een welkome afwisseling tegen de strakke achtergrond van het gebouw. De kunstwerken zijn eigendom van het Zuyderzee Lyceum. De gedenksteen van de eerste steenlegging bevindt zich in de hal van de school. De tekst luidt: "Op 30 oktober 1958 werd de eerste steen ingemetseld door dr. A. Blaauboer, Non scholae, sed vitae". De spreuk is ontleend aan de geschriften van Seneca en betekent: "Niet voor de school, maar voor het leven."

Het Prof. ter Veen Lyceum was vernoemd naar de Amsterdamse sociograaf en hoogleraar geografie en voorzitter van de Zuiderzeevereniging Henri Nicolaas ter Veen. In 1925 had hij een proefschrift verdedigd over de kolonisatie van de Haarlemmermeer. In 1936 was hij mede oprichter van de Stichting voor het Bevolkingsonderzoek in de Drooggelegde Zuiderzeepolders. Ter Veen bepleitte een geleide kolonisatie van de Noordoostpolder, dus selectie van de polderbewoners vooraf. Hij geloofde heilig in de vermenging van bevolkingsgroepen en was een warm pleitbezorger van openbaar onderwijs.

Kunstenaar

Jan de Baat is op 7 april 1921 in Standdaarbuiten, bij Moerdijk, geboren. De beeldhouwer heeft een rijk kunstenaarsleven achter de rug. Hij was tekenleraar en leerde zichzelf na de Tweede Wereldoorlog beeldhouwen waarbij hij zich liet beïnvloeden door Marino Marini, Henry Moore en Ossip Zadkine. Maar in de loop van de tijd ontwikkelde hij een eigen beeldtaal. Ambachtelijk heeft hij zich ontwikkeld door te werken bij bronsgieters, steenhouwers en smeden. Als kunstenaar ontwikkelde hij zich door te kijken, te luisteren, te lezen en te filosoferen. Jan de Baat heeft zich tijdens zijn artistieke loopbaan nadrukkelijk geprofileerd als een kunstenaar die graag de uitdaging van opdrachtsitua­ties zoekt. 

In 1957 ontving de Baat zijn eerste opdracht van overheidswege. Het gemeentebestuur van Groningen verzocht hem om een schetsopdracht voor een beeld van 'ome Loeks peerd' te maken. In beeldhouwerskringen heerste ontsteltenis over deze opdracht. Jan de Baat was wegens onvoldoende artistieke prestaties zowel door de vakgroep beeldhouwers van de federatie van kunstenaarsverenigingen als voor de Nederlandse kring van beeldhouwers als lid afgewezen. De Nederlandse Kring van Beeldhouwers stond vierkant achter de voordracht. Begin 1959 was het kunstwerk, dat ƒ 18.500,- gekost heeft, klaar en werd het op het plein voor het station geplaatst.

Tot begin jaren zestig maakte Jan de Baat figuratieve beelden van danseressen en paarden. Maar in de loop van de jaren 60 ontwikkelt hij zich tot een abstract kunstenaar. De vorm werd belangrijker dan de voorstelling en het materiaal. Edelstaal en natuursteen kregen als beeldend materiaal meer invloed. Zijn latere werk kan gerekend worden tot het abstract-expressionisme. Jan de Baat is monumentalist. Dat betekent dat hij geen persoonlijke problematiek in zijn beelden verwerkt. Hij wil de kijker treffen met iets moois. Eind jaren tachtig werd hij benoemd aan de Rietveld Academie in Amsterdam waar hij vijf jaar hoofddocent beeldhouwen is geweest.

Kunstenaar Jan de Baat realiseerde bijna vijftig monumentale opdrachten in de openbare ruimte. Zijn is o.a te vinden in Emmeloord - een betonnen paard uit 1960 bij het Zuyderzeecollege, in Harderwijk aan de Badweg bij het Nassau-Veluwe College - 'Het Paard' of 'De Droom' (1962), in Castricum in de vijver langs De Bloemen- 'Pegasus' (een abstract beeld van het gevleugelde paard uit de Griekse mythologie, 1979), in Zwolle bij het Thomas à Kempis College - 'de Boemerang' en in park de Wezenlanden - 'Windharp' (beide 1972), in Amsterdam aan de Apollolaan - 'een wimpel in de wind' (officieel; 'Amsterdam dankt zijn Canadezen', 1980), in het Stadspark in Eindhoven - 'de Ontmoeting' (1982), bij de kantoren van de belastingdienst in Apeldoorn - 'Boom der Wijzen' (1983), in Lelystad aan de Visarenddreef - 'Cypressen' (1996) en aan het Wold - 'Regenboog (2002) en langs de N320 bij Culemborg, - 'Zweepslag' (1999). 

Op 4 mei 2010 overleed Jan de Baat in zijn woonplaats Amsterdam. Hij is 89 jaar geworden. De Baat is op Zorgvliet begraven.

Laatste Update zaterdag, 18 november 2017