Naald / Gelede Pagode
Plaats: Lelystad
Locatie: Stationsplein (hal station)
Kunstenaar: Jan Jacobs Mulder
Materiaal: gelakt cortenstaal
Jaar: 1988
Beschrijving:
In het station van Lelystad staat het monumentale kunstwerk de 'Naald', of 'Gelede Pagode' zoals de kunstenaar het noemde, een 11 meter hoog, geschilderd object van cortenstaal. Het is een samenspel van lint-achtige, beneden wat kronkelige repen. De grijze linten zijn stevig in de hal neergezet op een grondvlak van 1,50 x 1,50 m. Door de vide heen schieten ze de ruimte van de perrons in. Daar komen ze samen en worden afgedekt met een spits, een pagode, waarvan de buitenste ribben paars zijn. De maker ervan is de Haarlemse kunstenaar Jan Jacobs Mulder. Sinds 1984 maakte Mulder uiteenlopende versies van de pagode (een tempel in oosterse landen en een toren in piramidevorm), die hij beschouwt als plaatsen van aandacht en ritueel. In Lelystad confronteert hij zijn gelede pagode met het station. Een station is een plaats waar drukte en beweging is, een pagode een plaats voor alles wat niet vluchtig is en wat geen haast heeft.
Sinds 1981 wordt voor de publieke gebouwen van de NS die meer dan € 440.000 hebben gekost, 1% van de bouwsom besteed aan een decoratieve aankleding of aan toegepaste kunst. Architect Peter Kilsdonk was onder de indruk van het werk van Jan Jacobs Mulder. Hij heeft hem gevraagd een kunstwerk voor het nieuwe station in Lelystad te maken. Dat bleek voor de kunstenaar een uitdaging te zijn. Doordat hij in een vroeg stadium door de architect benaderd werd, was het mogelijk het kunstobject optimaal in de architectuur te integreren. Voor Mulder vormt het contrast tussen de heldere kolom- en balkstructuur van de stationshal en de veel complexere ruimte van de daarboven gelegen perrons het architectonische uitgangspunt. Hij zocht daarbij naar een element, dat de verbinding zou moeten vormen voor de twee lagen waaruit het station bestaat. Twee lagen die heel verschillend van karakter zijn. Beneden een hal, een mengeling van statische onderdelen, met vaste punten als kaartverkoop, winkeltjes en de restauratie. Het perron daarentegen wordt gekenmerkt door beweging, treinen, mensen, kleurige functionele elementen, vertrek en aankomst. Met zijn object zocht hij daar bewust een tegenwicht voor. In de hal een kronkelig bewegend deel en boven een rustige spitse vorm, een langgerekte piramide. Een contrast vormt ook de vormen taal. In een station waar ieder ding op zijn vaste plaats staat, komt men daar een object tegen waarbij nog wat te raden overblijft. Dat is iets wat het spannende van de kunst uitmaakt.
Het kunstwerk heeft in nauwe samenwerking met de architect zijn vorm gekregen. In de diagonale plaatsing van zijn sculptuur zien Jan Jacobs Mulder en architect Kilsdonk een ruimtelijke verschuiving ten opzichte van de overal aanwezige loodlijnen als liftschachten, kolommen, luchtbehandelingkanalen enz. Ook het kleurgebruik, grijs en paars, houdt een contrast in met de felle NS-standaardkleuren.
Bron: Een spoor van verbeelding,150 jaar monumentale kunst en decoratie aan Nederlandse stationsgebouwen.
In 2007 begon Prorail aan de Hanzelijn, een nieuwe spoorlijn tussen Lelystad en Zwolle. Station Lelystad Centum moest daarvoor verdubbeld worden. Het station werd in zijn huidige 'Postmoderne' vormgeving uitgebreid. Het beeldbepalende ruimtevakwerk werd in hetzelfde uiterlijk uitgebreid. De verbouwing startte in 2008 en was in 2012 gereed. Bij de uitbreiding werden ook de toegangsspoortjes voor het in- en uitchecken geplaatst. Het kunstwerk ‘Gelede Pagode’ kwam hierdoor ietwat in de knel. Door de architect van de uitbreiding, Tjerk van de Lune, werd voorgesteld het kunstwerk iets te verplaatsen, maar dat werd niet noodzakelijk geacht. Bron: RCE
Op 3 september 2025, een dag voordat het station Lelystad Centrum officieel als Rijksmonument is voorgedragen als een van de belangrijkste voorbeelden van de architectuur na 1965, werd bekend gemaakt dat de NS het kunstwerk 'Gelede Pagode' in de stationshal op 15 september 2025 ging slopen. Het kunstwerk zou volgens NS te dicht bij de toegangspoortjes staan en dat zou tot opstoppingen leiden. De mogelijke sloop resulteerde in verontwaardiging bij de erven, zij noemden het 'doodzonde' als het werk weggehaald zou worden. Ze voelden zich overvallen door het besluit van NS. De dochter van de in 2019 overleden kunstenaar, Aliza Mulder, zou liever zien dat het verplaatst werd en met een bouwkundige kwam ze erachter dat er best andere plekken zouden zijn in het station waar het kunstwerk zou passen. Maar volgens de NS zou het overal in de weg staan en leverde het onveilige situaties op. Daarom is de enige optie: sloop. In een brief d.d. 1 september 2025 aan de gemeenteraadsleden van Lelystad schreef Aliza Mulder namens de erfgenamen: "[…] Het kunstwerk geeft de ruimte niet alleen identiteit en betekenis, maar verbeeldt ook het ideaal van kunst en architectuur in symbiose, een ideaal dat door de overheid in de jaren 1980 nadrukkelijk werd nagestreefd. Juist daarom is de huidige handelswijze van de NS, die zonder zorgvuldige afweging tot sloop wil overgaan, onacceptabel en uiterst schadelijk. Het argument dat het werk een knelpunt zou veroorzaken in de reizigersstroom miskent het feit dat het kunstwerk er sinds 1988 staat en pas later door plaatsing van poortjes een probleem is gecreëerd. Het is onbestaanbaar dat een kunstwerk van dergelijke cultuurhistorische waarde wordt opgeofferd aan een door de NS zelf veroorzaakt obstakel. Het is bovendien onaanvaardbaar dat de verwijdering is gepland in de korte periode tussen de aankondiging en de daadwerkelijke inwerkingtreding van de Rijksmonumentenstatus. […]". De erfgename nam tevens contact op met Erfgoedvereniging Heemschut die de NS vroeg de onderbouwing van haar besluit en de onderzochte alternatieven aan te leveren, maar zonder resultaat. Daarop heeft Heemschut mede namens de erven een sommatiebrief gestuurd en een dagvaarding voorbereid. Waarna de NS liet weten vooralsnog niet tot sloop over te gaan. Bron: Erfgoedvereniging Heemschut.
De Rijksdienst voor het Cultureerl Erfgoed (RCE) bleek ook tot actie te zijn overgegaan en startte een zogenoemde 'vervroegde aanwijzingsprocedure', die vrijdag 12 september 2025 gepubliceerd werd. Door die procedure zit er een zogenoemde 'voorbescherming' op het Rijksmonument. Daarom moet nu eerst een omgevingsvergunning worden aangevraagd als de NS het kunstwerk zou willen verwijderen.
Kunstenaar
Jan Jacobs Mulder werd in 1940 geboren in Medan, Indonesië. Hij bracht zijn kleuterjaren door in een Jappenkamp. Na de Tweede Wereldoorlog verhuisde hij met zijn ouders naar Nederland. Mulder bezocht de Rijksschool voor Tekenleraren in Amsterdam. Daar begon hij met schilderen, meteen vrij abstract. Na 1970 ging Jan Mulder zich op de ruimtelijke werk in staal toeleggen. Hierin probeerde hij zich altijd bezig te houden met de relatie tussen het werk en de omgeving. In de vormgeving is veelal een spanning voelbaar die een weg naar vrijheid zoekt. Strengheid wordt afgewisseld door beweeglijkheid, ordening door 'uitschieters'. Over zijn werk schrijft Jan Mulder op zijn website: "Ik heb mij, zodra ik de academie had verlaten, bezig gehouden met de relatie tussen beeldende kunst en de openbare ruimte. Ook in die openbare ruimte hoort het onzichtbare, ‘zichtbaar’ gemaakt te worden. Niet alleen in het museum of in de galerie. Bovendien behoort de inrichting van die openbare ruimte niet alleen door architecten, stede bouwkundigen en goed bedoelende ambtenaren te worden bepaald en te worden ingevuld. Kernbegrippen voor mijn werk aan openbare opdrachten zijn: muzikaliteit, complexiteit en tegenstrijdigheid. Mijn enthousiasme daarentegen voor harmonie, eenvoud (‘less is more’, weet je wel) en eenduidigheid is zeer gering."
In 1982 maakte hij het kunstobject 'Teken' dat aan de oever van het Spaarne in Haarlem werd geplaatst. Destijds was er redelijk wat kritiek op het gebruik van cortenstaal als materiaal, maar Jan Mulder vond juist dat dit materiaal met zijn aardse, grove kleur en textuur, op een levendige plek als deze goed tot zijn recht zou komen. Over het hele land zijn kunstwerken van zijn hand, o.a. bij de Universiteit van Nijmegen, de Vrije Universiteit in Amsterdam. Verder vind je o.a. werken van hem in Haarlem, Enschede, Utrecht, Lelystad, Amsterdam, Alkmaar, IJmuiden en Assen.
Naast schilder en beeldhouwer was Jan Jacobs Mulder ook schrijver. In 1991 debuteerde hij met zijn roman ‘Jacob’s Wapen’, over zijn jeugd in Nederlands-Indië, waar hij met zijn moeder tijdens de Japanse bezetting opgesloten zat in een vrouwenkamp.
Op 13 september 2019 overleed Jan Jacobs Mulder op 79-jarige leeftijd in zijn woonplaats Haarlem.







