Republic P-47D-20-RE Thunderbolt

Republic P-47D-20-RE Thunderbolt
Republic P-47D-20-RE Thunderbolt

Plaats: Emmeloord

Locatie: Hannie Schaftweg 8, kavel NJ86

Maker: Republic Aviation Company

materiaal: diverse materialen

Jaar: na maart 1943


Beschrijving:

De 356th Fighter Group USAAF (United States Army Air Force) werd in december 1942 gevormd. De groep bestond uit het 359th, 360th en 361th Fighter Squadron. De Fighter Group vloog tot november 1944 met P-47 Thunderbolts, de toestellen waren te herkennen aan een magenta (rood) met blauw ruitpatroon rond de motorkap. William Connie O'Barr, dienstnummer O-737217, was op 25 maart 1942 het leger ingegaan. In mei 1942 trad hij in dienst van het 359th Fighter Squadron van de 356th Fighter Group. De rompcode van het 359th Fighter Squadron was OC. Van 5 oktober 1943 tot 10 november 1945 was de 356th Fighter Group gestationeerd op RAF Martlesham Heath, 2,4 km ten zuidwesten van Woodbridge in Suffolk, Engeland. 

Op 29 mei 1944 stegen 673 vliegtuigen op om vliegtuigfabrieken en olie-industrie in Duitsland en Polen te bombarderen. USAAF Officer 1Lt. William Connie O'Barr kreeg opdracht om voor de 8th Air Force de bommenwerpers van het 327th Bombardement Squadron van de USAAF-USAF op hun missie naar Duitsland te escorteren. De 21-jarige O'Barr, vloog deze dag de 67e missie met zijn eenheid. Hij steeg om 09.41 uur op van RAF Martlesham Heath in de Republic P-47D-20-RE Thunderbolt, met registratie 42-76372 en code OC-E. Zijn opdracht was de B-17F bommenwerpers die naar Anklam vlogen te begeleiden en tegen de aanvallen van Duitse jagers te beschermen. Kort nadat de escortejagers bij het verzamelgebied aangekomen waren en zich in de bommenwerpers stroom voegden constateerde O'Barr problemen met de oliedruk van zijn toestel. Hij riep over de radio zijn wingman 2nd Lt. Robert P. Lubbers op en vroeg of hij een olielek zag. Deze verklaarde geen olie te zien. Om 11.30 uur, op 60 miles (96,5 km) ten zuidoosten van Hamburg, meldde O'Barr dat de oliedruk terug liep en dat hij met escorte terug wilde vliegen. Lt. Col. Ernest J. Whithe Jr, de leider van het squadron, besloot de formatie te verlaten en met zijn eenheid de 'Red Wings' terug te keren naar de basis. Boven het IJsselmeer bleek dat O'Barr door de problemen onmogelijk verder kon vliegen. Hij sprong uit de escortejager en landde aan zijn parachute in de Noordoostpolder. De P47-D Thunderbolt stortte om 12.45 uur in de Noordoostpolder neer, ten zuiden van Emmeloord op kavel NJ86. 

Na de oorlog verklaarde O'Barr: "Ik verloor oliedruk en mijn motor viel uit. Ik sprong uit mijn kist boven de N.O.Polder, een drooggevallen deel van de Zuiderzee. Ik rolde mijn toestel ondersteboven op 15,000 voet om er uit te springen, viel er ongeveer halverwege uit en het pakket van mijn parachute raakte vast onder de cockpitkoepel terwijl mijn linkervoet vast zat onder de rechter rail van de koepel. Toen ik eindelijk doorhad wat er gebeurde begon ik mijzelf vrij te worstelen. Ik slaagde erin om over mijn hoofd de achterkant van de koepel beet te grijpen waardoor ik voldoende kracht had om mijn chute van onder de koepel vandaan te trekken. Ik raakte onmiddellijk los van het toestel en omdat ik geen idee had hoe hoog ik was trok ik onmiddellijk mijn parachute open. Toevallig was ik ondersteboven toen de parachute opende, dus voelde het als een zweepslag toen de klap van het openen kwam". (Vertaald uit: The 356th Fighter Group in World War II). Door deze reddingspoging liep hij een enorm gat op in zijn vliegerslaars. 

Kort na zijn landing werd O'Barr door staatsboer Willem Gerard de Feijter geholpen. Er bestaan documenten waarop W.G. de Feijter ingevuld heeft dat hij piloot O'Barr heeft overgedragen aan de beheerder van kamp Zwartemeer, de heer Th. van Wijngaarden. William O'Barr is via Ramspol de Noordoostpolder uit gesmokkeld en door landbouwkundig opzichter Leonardus H.J. de Wit (1915) naar Kampen gebracht. Bron: Nop in oorlogstijdVanuit Kampen werd hij naar timmerman Nol (Arnoldus Jacobus) Burger in Garderen gebracht en vervolgens naar Gert Jan van den Top in Stroe. Onder de kamervloer had Van den Top een grote ruimte gemaakt om mensen te laten onderduiken. Als het tapijt werd teruggetrokken kon er een luik worden geopend. Hier maakte O'Barr kennis met Sgt. Eugene J. Glisynski en 2Lt. William J. Lalley, die op 29 april met hun B-17-75DL # 42-3513 waren gechrasht bij Nieuw-Millingen. Samen met Glisynski zou 'O Barr verder naar het zuiden trekken. Eerst moesten er persoonsbewijzen voor hen geregeld worden en foto's worden gemaakt. De huisarts Dirk Eskes (1913 / 4-4-1945) uit Nieuw-Milligen was tijdens de Tweede Wereldoorlog één van de spilfiguren in het verzet dat gestrande piloten naar veilig gebied moest zien te brengen. Hij was expert op het gebied van persoonsbewijzen. Eskes had een arsenaal aan blanco persoonsbewijzen en beschikte ook over een flink aantal nagemaakte Duitse stempels. Ook werden er fietsen voor hen geregeld. Op 19 juni 1944 schreef O'Barr als afscheid in het 'gastenboek' van J.P. (Joop) Kruimel (1900-1976), othopedisch chirurg in Utrecht, die het huis 'De Ruif' in Garderen bezat en in de oorlogstijd onder de schuilnaam 'oom Joop' in die omgeving zeer actief geweest is in het verzet tegen de Duitsers: "I owe many thanks to the good Dutch people who were my friends when I needed help. Someday I hope to return to Holland, to visit and try to repay them in some way". Op 20 juni werden ze opgehaald door Maarten Wiegeraadt (1901-1980) en Henk Wildenberg (1904-2003) van het verzet uit Ede. Daar vonden ze onderdak bij Aart Melis Jochemsen (1911-1958) in boerderij Wester Westering aan de Rijksweg 31, het hoofdkwartier van het Edese verzet. Beide vliegers verbleven daar ongeveer 2 weken. Bron: 'Schuilplaats de Veluwe: De vluchtlijnen voor geallieerde piloten 1942-1945' door Wolter Noordman. O'Barr en Glisynski werden door het Edese verzet op de pilotenlijn gezet en naar Brabant gebracht. Waarschijnlijk reisden zij per trein via Rotterdam, Dordrecht naar Werkendam en dan via de Biesbosch of Dussen naar de overkant van de Bergse Maas. In Spang Capelle werden zij verder geholpen door de 'Groep André, die hen vervolgens overdroeg aan de groep 'Cor van der Hooft' in Breda. In Brabant zijn de twee vermoedelijk 'gescheiden'. William O'Barr is waarschijnlijk in België opgepakt. Het was de Duitsers gelukt om verraders te laten infiltreren in de ontsnappingslijn. Tot mei 1945 zat hij krijgsgevangen in Stalag Luft 1 bij Barth in het noorden van Duitsland. O'Barr overleefde de oorlog. William Connie O'Barr, geboren op 29 april 1923, overleed op 13 april 2006 in Moreno Valley in de staat Californië op 82-jarige leeftijd. Hij werd begraven op Riverside National Cemetery: Vak: 25. Rij: 0. Graf: 2409.

Voor meer informatei: Paal 21