Avro Lancaster Mk. lll JA702

Avro Lancaster Mk. lll JA702
Avro Lancaster Mk. lll JA702 Avro Lancaster Mk. lll JA702 Avro Lancaster Mk. lll JA702

Plaats: Tollebeek

Locatie: Zuidermiddenweg 19-1, kavel NH46

Maker: A.V. Roe Aircraft Co.

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1941


Beschrijving:

In de nacht van 30 op 31 januari 1944 vond een bombardement op Berlijn plaats. De RAF stuurde 440 Lancasters, 82 Halifaxes en 12 Mosquito's op pad, in totaal 534 toestellen. Die dag keren 33 toestellen niet terug op de thuisbasis. De Avro Lancaster Mk. lll met serienummer JA702 en rompcode GT-Z vertrok, samen met 16 andere toestellen van het No. 156 RAF Pathfinder Squadron, voor de bombardementsvlucht op de Duitse hoofdstad. De vliegtuigen van dit squadron moesten voor de stroom bommenwerpers uitvliegen om de doelen met gekleurde lichtfakkels (flares) te markeren. Die middag stonden 16 toestellen gereed op het platform van RAF basis Warboys, afgetankt met brandstof en beladen met 5 bommen van 900 kg en munitie. Tussen vijf over vijf en half zes vertrokken ze van de basis in Engeland. De Lancaster JA702 was het vierde toestel dat om acht minuten over vijf opsteeg met aan boord piloot P/O John Edward Rule, Sgt. navigator William Winston Cottam, radiotelegrafist Sgt. Patrick Coyne, boordwerktuigkundige Sgt. Edward Arthur Shorter, bommenrichter F/Sgt. Kenneth Richard Ball, middenboven schutter Sgt. George Albert Race en staartschutter Sgt. John Johnstone Sloan. 

Na een succesvol bombardement werd de Lancaster JA702 in de buurt van Vollenhove aangevallen door de Duitse nachtjager Obtl. Hans-Heinz Augenstein in zijn Messerschmitt Bf 110G4 met rompcode G9+HZ en werknummer 140078. Oblt. Augenstein, zijn marconist Uffz. Günther Steins en boordschutter Uffz. Kurt Schmidt behoorden toe aan de 7e staffel van Nachtjagdgeschwader 1 (7./NGJ1) die gestationeerd was op Fliegerhorst Twente. Het was de 28e claim van Augenstein en de tweede Lancaster die hij die avond neerschoot. Op 31 januari 1944 werd Augenstein benoemd tot commandant van 7./NJG1. Toen de Luftwaffe ace, dan commandant van 12./NJG1, in de nacht van 6 op 7 december 1944 door de RAF nachtjagerpiloot F/O Edward Richard Hedgecoe en Fl/Sgt. J.R. Whitham nabij Münster-Handdorf werd neergeschoten had de 23-jarige Augenstein 46 overwinningen op zijn naam staan. Oblt. Augenstein en Uffz. Steins kwamen om het leven, boordschutter Uffz. Schmidt bleef ongedeerd.

De Lancaster JA702 raakte bij de aanval zwaar beschadigd en dook naar beneden. Gezagvoerder Rule wist het toestel met behulp van boordwerktuigkundige Shorter en bommenrichter Ball recht te trekken en gaf het sein 'abandon aircraft' (toestel verlaten), maar op hetzelfde moment ontplofte de bommenwerper en brak in tweeën. Navigator William Cottam en radiotelegrafist/boordschutter Patrick Coyne, die hun werkplek hadden waar het toestel in tweeën brak, vielen uit de Lancaster en wisten zich per parachute te redden. De overige bemanningsleden hadden geen schijn van kans om nog te springen en lieten het leven aan boord van hun toestel. De Lancaster stortte om 22.00 uur neer in de Noordoostpolder. De vijf omgekomen bemanningsleden, de 30- jarige navigator Kenneth Ball, de 21-jarige boordwerktuigkundige Edward Shorter, de 28-jarige piloot John Rule, de 22-jarige staartschutter John Sloan en de 22 jarige rugkoepelschutter George Race werden op 9 februari op het Erehof in Vollenhove begraven, sectie 3, rij 4, graven 624, 623, 622, 621 en 620. John Sloan sneuvelde op zijn 26e missie. John Rule vloog 25 missie, waarvan 14 als piloot, Edward (Ted) Shorter vloog 24 missies, George Race 18 en Dick Ball 13 missies.

Bemanningen die in bezet gebied terecht kwamen hadden de opdracht gekregen te proberen naar Engeland terug te keren. Ze moesten onderduiken en werden dan geholpen door mensen van het verzet om via België, Frankrijk en Spanje naar Engeland terug te keren. Dit gehele systeem werd de pilotenlijn genoemd. De 21-jarige Sgt. William (Bill) Cottam en de 29-jarige Sgt. Patrick (Paddy) Coyne kwamen elkaar, na een kwartier langs een vaart in de Noordoostpolder gelopen te hebben, weer tegen. Drie mannen hadden het ongeluk zien gebeuren en waren op zoek gegaan naar de twee parachutisten. Ze troffen hen aan onder een brug. In een roeiboot brachten zij hen naar een werkkamp. Vanuit de boot werden ze overgebracht naar een slaapbarak. In de avond van 1 februari liepen ze in uniform naar het politiebureau in Vollenhove. Daar verzorgde de plaatselijke huisarts de hoofdwond van Cottam. Hierna werden Cottam en Coyne met een ambulance van Vollenhove naar hun onderduikadres bij dokter Van Leeuwen en zijn vrouw in het Friese Oostermeer (Eastermar) overgebracht. Hier verbleven ze 5 maanden omdat er stagnatie was op de pilotenlijn. Eind juli verlieten zij Friesland, namen in Leeuwarden de trein en reisden via Zwolle naar ’s-Hertogenbosch. Ze stapte over op een lokale trein en bij één van de stations werden ze door een koerier van de Groep André met de fiets opgehaald en bereikten de eindbestemming net voor de avondklok. Van 31 juli tot 3 augustus verbleven ze bij dhr. Simon de Cock in Kaatsheuvel en werden vervolgens door dezelfde koerier als een paar dagen daarvoor, per fiets over de grens van België gebracht. Met de tram reisden ze naar Antwerpen. Na enkele dagen in een fabriekspand te hebben verbleven werden ze op 7 augustus in de stad door Duitse SSers gevangen genomen. Ze waren verraden door een Nederlands meisje dat een verhouding had met een Duitse officier. Cottam en Coyne werden afgevoerd naar een krijgsgevangenkamp, waar ze de rest van de oorlog hebben doorgebracht. Bron: ‘Van Kirkham naar Krakau'. Hier kunt u het hele verhaal van Bill Cottam lezen. 

Op 15 november 1943 was de ontsnappingsroute 'Fiat Libertas, door de Duitsers opgerold. Opmerkelijk is dat het oprollen van deze lijn tot gevolg had dat geallieerde bemanningsleden die nadien via Antwerpen werden weggesmokkeld allemaal gearresteerd zijn. Bron: amaliavansolsorg verhaal 'Miet Pauw' 

Jarenlang werd aangenomen dat de Lancaster JA702 was neergestort op kavel NN33 aan de Oosterringweg waar nu de boerderij op huisnummer 3 staat. In maart 1973 werden vlakbij de inrit van deze boerderij vliegtuigresten gevonden toen personeel van de IJsselcentrale een kabel moesten leggen. De stukken metaal werden door deskundige van de Identificatie en Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht onderzocht. Op 29 maart 1973 schreef bergingsofficier G.J. Zwanenburg aan burgemeester F.M. van Pantaleon van Eck het volgende: "Ten aanzien van de vliegtuigwrakstukken gevonden tijdens graafwerkzaamheden voor het leggen van kabels langs de Oosterringweg in Uw Gemeente kan ik U, na een onderzoek ter plaatse, mededelen dat het hier resten betrof van een bommenwerper van de RAF. Deze bommenwerper was een AVRO Lancaster en wel de JA702 van het No 156 Squadron, welke van een vlucht naar Berlijn, in de nacht van 30/31 januari 1944 niet terugkeerde en neerstortte in de N.O. Polder. Vijf leden van de bemanning kwamen om, zij liggen begraven in Vollenhove, twee konden zich met hun parachutes redden. Uit beschikbare gegevens bleek inmiddels dat reeds in 1951 dit vliegtuigwrak is geruimd, zodat het nu slechts enkele overgebleven resten betrof". Bron: Historisch Marknesse, in woord en beeld. Op grond van deze gegevens plaatste de Stichting Ongeland in 2013 aan de Oosterringweg een crashpaal om de plek waar de JA702 neergekomen was te markeren.

Teunis Schuurman uit Vollenhoven doet onderzoek naar de bommenwerpers die tijdens de Tweede Wereldoorlog boven de Noordoostpolder werden neergehaald. Schuurman is van mening dat de vliegtuigresten die in 1973 aan de Oosterringweg gevonden zijn toebehoren aan de Lancaster JA902 die op 3 januari 1944 aan de Lindeweg is neergestort. Hij kwam tot de ontdekking dat de Lancaster JA702 niet aan de Oosterringweg bij Marknesse is neergestort, maar 14 km verderop op kavel NH46 (voorheen NH33) bij Tollebeek. Volgens Schuurman kwamen Cottam en Paddy Coyne neer bij de Steenbanktocht. Daar werden zij gevonden door Rudolph Izaäk (Ruud) Arnoldi (1918-2007), Paulus Arie (Paul) Crielaard (1924-2011) en Engel Filips Antonie (Engel) Sap (1920-2002), die hen met de roeiboot via de Urkervaart naar Kamp Emmeloord brachten. De destijds in Emmeloord gevestigde huisarts J.H. Jansen (1912-1950) behandelde de hoofdwond van Cottam. Cottam en Coyne werden in de avond van 1 februari door de drie jongemannen te voet naar Marknesse gebracht vanwaar ze met een ambulance naar Friesland werden vervoerd. Bron: De Noordoostpolder 18 november 2018 en 6 mei 2019 

De theorie van Teunis Schuurman werd in het voorjaar van 2021 onderbouwd. In de 3 gevechtskoepels van een Lancaster bevonden zich 8 x .30 (7,7 mm) Browning machinegeweren. Door vrijwilligers werden op kavel NH46 met hulp van metaaldetectoren talloze onderdelen en 0.30 munitie uit de polderklei gehaald. Ook de vondst van het afdekplaatje van de binnenverlichting (cockpitlamp) bevestigt dat het hier om een Lancaster gaat. In de Noordoostpolder van 9 juni 2021 staat te lezen: "Akkerbouwer Jan van Hulzen had een akkerbouwbedrijf op kavel NH33 bij Tollebeek waar zijn vader in 1957 begon. 'Bij het aardappelrooien kwamen er vroeger al stukken van een toestel en munitie boven. Echter op nog geen 800 meter van de Lancaster ligt het wrak van de op 8 oktober 1943 neergekomen Boeing B-17G op NH18. Dit toestel heeft een crashpaal die op 360 meter afstand van de rampplek staat. Akkerbouwer Jaap van der Kooy, die er een bedrijf aan de Zuidermeerweg 19-2 had, stootte ooit met de ploeg op een propeller. ‘En we hebben ook de motor uitgegraven en afgevoerd’, vertelt hij. De twee waren in de veronderstelling dat het om het Amerikaanse vliegtuig ging, maar uiteindelijk waren het twee vliegtuigen". De crashpaal verhuist binnekort van de Oosterringweg bij Marknesse naar de Zuidermiddenweg bij Tollebeek. 

De omgekomen bemanningsleden worden herdacht op het Monument voor de Geallieerde Vliegers in Marknesse.

Zie voor meer informatie: nopinoorlogstijd, historischmarknesse of Stichting Ongeland