Avro Lancaster Mk. lll JA702

Avro Lancaster Mk. lll JA702
Avro Lancaster Mk. lll JA702 Avro Lancaster Mk. lll JA702 Avro Lancaster Mk. lll JA702

Plaats: Marknesse

Locatie: Oosterringweg 3, kavel NN33

Maker: A.V. Roe Aircraft Co.

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1943


Beschrijving:

In de nacht van 30 op 31 januari 1944 vond een bombardement op Berlijn plaats. De RAF stuurde 440 Lancasters, 82 Halifaxes en 12 Mosquito's op pad, in totaal 534 toestellen. Die dag keren 33 toestellen niet terug op de thuisbasis. De Avro Lancaster Mk. lll met serienummer JA702 en rompcode GT-Z vertrok, samen met 16 andere toestellen van het No. 156 RAF Pathfinder Squadron, voor de bombardementsvlucht op de Duitse hoofdstad. De vliegtuigen van dit squadron moesten voor de stroom bommenwerpers uitvliegen om de doelen met gekleurde lichtfakkels (flares) te markeren. Die middag stonden 16 toestellen gereed op het platform van RAF basis Warboys, afgetankt met brandstof en beladen met 5 bommen van 900 kg en munitie. Tussen vijf over vijf en half zes vertrokken ze van de basis in Engeland. De Lancaster JA702 was het vierde toestel dat om acht minuten over vijf opsteeg met aan boord piloot P/O John Edward Rule, Sgt. navigator William Winston Cottam, radiotelegrafist Sgt. Patrick Coyne, boordwerktuigkundige Sgt. Edward Arthur Shorter, bommenrichter F/Sgt. Kenneth Richard Ball, middenboven schutter Sgt. George Albert Race en staartschutter Sgt. John Johnstone Sloan. 

Na een succesvol bombardement werd de Lancaster JA702 in de buurt van Vollenhove aangevallen door de Duitse nachtjager Obtl. Hans-Heinz Augenstein in zijn Messerschmitt Bf 110G4 van 7./NJG1, die gestationeerd was op Fliegerhorst Twente. Het was de 28e claim van Augenstein en de tweede Lancaster die hij die avond neerschoot. Toen de Luftwaffe ace in de nacht van 6 op 7 december 1944 door de RAF nachtjagerpiloot F/O Edward Richard Hedgecoe nabij Münster-Handdorf werd neergeschoten had hij 46 overwinningen op zijn naam staan.

De Lancaster JA702 raakte bij de aanval zwaar beschadigd en dook naar beneden. De piloot Rule wist het toestel met behulp van boordwerktuigkundige Shorter en bommenrichter Ball recht te trekken en gaf het sein 'abandon aircraft' (toestel verlaten), maar op hetzelfde moment ontplofte de bommenwerper en brak in tweeën. Navigator William Cottam en radiotelegrafist/boordschutter Patrick Coyne, die hun werkplek hadden waar het toestel in tweeën brak, vielen uit de Lancaster en wisten zich per parachute te redden. De overige bemanningsleden hadden geen schijn van kans om nog te springen en lieten het leven aan boord van hun toestel. De Lancaster stortte om 22.00 uur neer op kavel NN33 in de Noordoostpolder aan de Oosterringweg waar nu de boerderij op huisnummer 3 staat. De vijf omgekomen bemanningsleden, de 30- jarige navigator Kenneth Ball, de 21-jarige boordwerktuigkundige Edward Shorter, de 28-jarige piloot John Rule, de 22-jarige staartschutter John Sloan en de 22 jarige rugkoepelschutter George Race werden op 9 februari op het Erehof in Vollenhove begraven, sectie 3, rij 4, graven 624, 623, 622, 621 en 620. John Sloan sneuvelde op zijn 26e missie. John Rule vloog 25 missie, waarvan 14 als piloot, Edward (Ted) Shorter vloog 24 missies, George Race 18 en Dick Ball 13 missies..

Bemanningen die in bezet gebied terecht kwamen hadden de opdracht gekregen te proberen naar Engeland terug te keren. Ze moesten onderduiken en werden dan geholpen door mensen van het verzet om via België, Frankrijk en Spanje naar Engeland terug te keren. Dit gehele systeem werd de pilotenlijn genoemd. De 21-jarige Sgt. William Cottam en de 29-jarige Sgt. Patrick (Paddy) Coyne kwamen elkaar na een kwartier langs een vaart in de Noordoostpolder weer tegen. Drie mannen van het verzet, waaronder de 25-jarige Ruud Arnoldi en de 19-jarige Paulus Arie (Paul) Crielaard (1924-2011) (Flevopost 21 oktober 2018), hadden het ongeluk zien gebeuren en waren op zoek gegaan naar de twee parachutisten. Ze troffen hen aan onder een brug. In een roeiboot brachten zij hen naar de Centrale Werkplaats van de Directie Wieringermeer afd. Noordoostpolderwerken bij Vollenhove. In de avond van 1 februari liepen ze in uniform naar het politiebureau in Vollenhove. Daar verzorgde dokter J. H. Jansen (1912-1950) de hoofdwond van Cottam. Hierna werden Cottam en Coyne met een ambulance van Vollenhove naar hun onderduikadres bij dokter Van Leeuwen en zijn vrouw in het Friese Oostermeer (Eastermar) overgebracht. Hier verbleven ze 5 maanden omdat er stagnatie was op de pilotenlijn. Eind juli verlieten zij Friesland, namen in Leeuwarden de trein en reisden via Zwolle naar ’s-Hertogenbosch. Ze stapte over op een lokale trein en bij één van de stations werden ze door een koerier van de Groep André met de fiets opgehaald en bereikten de eindbestemming net voor de avondklok. Van 31 juli tot 3 augustus verbleven ze bij dhr. Simon de Cock in Kaatsheuvel en werden vervolgens door dezelfde koerier als een paar dagen daarvoor, per fiets over de grens van België gebracht. Met de tram reisden ze naar Antwerpen. Na enkele dagen in een fabriekspand te hebben verbleven werden ze op 7 augustus in de stad door Duitse SSers gevangen genomen Ze waren verraden door een Nederlands meisje die een verhouding had met een Duitse officier. Cottam en Coyne werden afgevoerd naar een krijgsgevangenkamp, waar ze de rest van de oorlog hebben doorgebracht.

Het toestel is in 1951 geruimd. In maart 1973 zijn in een tuin aan de Oosterringweg nog vliegtuigresten gevonden bij het leggen van elektriciteitskabels. De stukken metaal zijn door deskundige van de Bergingsdienst van de Koninklijke Luchtmacht onderzocht en zij kwamen tot de conclusie dat het resten van de Lancaster JA 702 betrof. 

De omgekomen bemanningsleden worden herdacht op het Monument voor de Geallieerde Vliegers in Marknesse.

Zie voor meer informatie: Cannon Noordoostpoldernopinoorlogstijd of Stichting Ongeland

Laatste Update zondag, 28 oktober 2018