Mustang P-51B-5-NA 43-7006

Mustang P-51B-5-NA 43-7006
Mustang P-51B-5-NA 43-7006

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Zwartemeerweg, kavel NT111

Maker: North American Aviation (NAA)

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1943


Beschrijving:

De 363th Fighter Group van de 9th USAAF werd op 22 januari 1944 uitgerust met de North American P-51B Mustang en was sinds 14 april 1944 gestationeerd op RAF Staplehurst, Kent, Engeland. De 363th FG bestond uit 3 operationele squadrons; 380 FS (A9), 381 FS (B3) en 382 FS (C3). De motor in de P-51B Mustang was de vloeistof gekoelde Rolls-Royce Merlin motor. De koel- en olieradiators bevonden zich in de bekleding van de buikinlaat onder de romp. Bij grondaanvallen was de Mustang in het nadeel ten opzichte van vliegtuigen met een luchtgekoelde motor. Door één goed geplaatste kogel of toevalstreffer kon het toestel buiten gevecht gesteld worden. Een klein gat in een koelleiding was voldoende om alle koelvloeistof weg te laten lekken. Doordat de motor dan snel warmliep, werden de piloten gedwongen een noodlanding of parachutesprong te maken. 
 
Op 23 april 1944 steeg de Amerikaanse piloot 2nd Lt. James E. Barlow met zijn Mustang P-51B-5-NA met serienummer 43-7007 en rompcode A9+H van 363FG/380FS op voor een Fighter Sweep, een offensieve missie door gevechtsvliegtuigen met als doel vijandelijke vliegtuigen of gronddoelen te vernietigen. Bij Oosterwolde werd het toestel beschoten door Flak, Duits afweergeschut. De Flugzeugabwehrkanone (Flak) maakte deel uit van een netwerk van peilstations waarmee de Duitsers het luchtruim boven heel Nederland bewaakten tegen de geallieerde vliegtuigen. De Mustang raakte zo zwaar beschadigd dat de koelvloeistof weg liep. Barlow moest het toestel verlaten. Om 18.30 uur stortte de jager ten zuidzuidwest van Vollenhove op kavel NT111 in de Noordoostpolder neer, niet ver van kamp Zwartewater, gelegen tussen Ramspol en Kadoelen. Wanneer een gesprongen vlieger veilig de grond bereikt had moest hij, volgens zijn instructies, zijn parachute verstoppen en vervolgens proberen zo snel mogelijk weg te komen van de plek waar hij was geland. Barlow werd geholpen door kampbeheerder Hendrikus Theodorus van Wijngaarden. Toen het donker was geworden werd hij door van Wijngaarden naar Dirk Kuiper, het hoofd van Districtskantoor 2 te Ramspol, gebracht. Hij was de enige in de buurt die over een telefoon beschikte. In overleg met zijn buurman, dokter A.K. Iwema, nam hij contact op met het ziekenhuis in Vollenhove en meldde dat zij met een ernstig zieke patiënt zaten die opgenomen moest worden. In Vollenhove begreep men onmiddelijk wat Kuiper bedoelde. Nog diezelfde nacht werd Barlow met een ziekenauto opgehaald en naar het ziekenhuis vervoerd. In Vollenhove heeft Barlow een week ondergedoken gezeten bij notaris mr. J.J.J. van Kluyve (1904 - 1969). Vervolgens werd hij overgedragen aan de Nederlandse verzetsstrijder Peter Jan van den Hurk van de Meppeler KP, Barlow werd op een pilotenlijn gezet. Per trein werd hij naar Amsterdam gebracht. Vandaar  belandde Barlow in Sprang Capelle. Op 12 mei werd hij verraden en in Zundert door de Duitsers gearresteerd. Tot het eind van de oorlog heeft hij gevangen gezeten in Stalag Luft III bij Nuremberg. De naam was een afkorting van 'Stammlager Luft 3', wat letterlijk Basiskamp Lucht 3 betekent. 
 

Laatste Update maandag, 03 juli 2017