Boeing B-17G-10-DL 42-37751

Boeing B-17G-10-DL 42-37751
Boeing B-17G-10-DL 42-37751

Plaats: Tollebeek

Locatie: Zuidermiddenweg

Maker: Douglas Long Beach

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1942


Beschrijving:

Op 8 oktober 1943 valt de Achtste Amerikaanse Luchtmacht met 156 bommenwerpers Bremen en Vegesack aan, begeleid door 250 Thunderbolts. De Boeing B-17G-10-DL Flying Fortress met serienummer 42-37751 en radicode XK-P van de 305th BG/365th BS stijgt even voor twaalf uur op van vliegveld Chelverton, bij Northamptonshire in Engeland, voor een bombardementsvlucht op Bremen. De B-17 is zwaar bewapend: mitrailleurs op de neus, dubbele achter de vleugels in de romp, onder de romp, boven de romp en in de staart. Vandaar de naam 'Vliegend Fort'. De 10-koppige bemanning bestaat uit piloot 2nd Lt. Wallace E. Emmert, co-piloot 2nd Lt. Robert William Fortnam, navigator 2nd Lt. Ernst F. Shelander, neuskoepelschutter S/Sgt. Walter Junior Fox, rugkoepelschutter/togglier T/Sgt. Joseph V. Weiss, radiotelegrafist T/Sgt. Henry Edmund Bessette, buikkoepelschutter S/Sgt. James F. Strange, linker zijluikschutter S/Sgt. Elton Fred Kevil, rechter zijluikschutter Sgt. Theodore J. Sysol en staartschutter S/Sgt. Howard L. Newton.

Op de heenweg worden ze boven Friesland door Duitse jagers van het type Focke-Wulf Fw 190 aangevallen. Tijdens de beschietingen wordt de cockpit zwaar beschadigd en raken piloot Emmert en neuskoepelschutter Fox ernstig gewond. Ook de staart wordt geraakt en staartschutter Newton loopt lichte verwondingen aan zijn nek op. Motor 3 en 4 staan in brand, de stuurboord binnen- en buitenmotor. Co-piloot Fortnam neemt de besturing over, doorvliegen is onmogelijk. Om 15.12 uur maakt hij een geslaagde noodlanding in de Noordoostpolder op kavel NH32, op ongeveer 5 km ten noordoosten van Urk. Alle bemanningsleden verlaten de B-17, de gewonden worden naar buiten geholpen. Omdat de Amerikanen de Duitsers geen informatie in handen willen spelen proberen ze het toestel in brand te steken. Als dat mislukt slepen ze zoveel mogelijk apparatuur naar buiten en schieten het kapot.

Ongeveer anderhalf uur na de noodlanding arriveren de Duitsers en dokter Jan Andriessen vanuit Urk bij het toestel. De gewonden worden verzorgd en naar de Steenbanktocht gedragen vanwaar ze met een vlet van Zuiderzeewerken naar de sluisput bij Urk worden overgebracht. De bemanning van de vlet bestaat uit de heer Stuifzand, Joh. Gerssen en Maarten Schraal. Joh. Gerssen krijgt als dank van Emmert een paar witte handschoenen. Vanaf de sluisput worden de Amerikanen met paard en wagen naar hotel Woudenberg vervoerd. De volgende ochtend worden ze, in alle vroegte, met de boot naar het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam gebracht. Wallace Emmert, die een schotwond in zijn onderbuik heeft, verblijft 11 weken in het hospitaal en daarna nog een tijd in Lazeret Obermaßfeld in midden Duitsland. Dit ziekenhuis werd gerund door artsen uit Groot Brittanië, Canada en Nieuw Zeeland die door de Duitsers gevangen waren genomen. In september 1944 keert Emmert, afgekeurd voor het leger, terug in Amerika. Walter Fox wordt na een verblijf van ongeveer 6 weken in het Wilhelmina Gasthuis overgebracht naar krijgsgevangenkamp 'Stalag Luft 3' waar hij tot het einde van de oorlog verblijft.

Kort na de noodlanding worden Bessette, Weiss en Strange opgepikt door ingenieur Marten Klasema van Zuiderzeewerken die aan enkele toegestroomde omstanders vraagt hun jas af te staan. Onder andere Jelle Pasterkamp en Jaap Romkes geven hieraan gehoor. Klasema brengt de drie Amerikanen naar het bouwterrein van de in aanbouw zijnde sluis bij Urk en verbergt ze onder het rijshout en de rietbergen op de werkhaven. De nacht brengen ze door op de motorboot 'Argus' van de dienst Zuiderzeewerken. Omdat de Duitsers fanatiek naar hen op zoek zijn is het beter ze elders onder te brengen. Op zaterdag 9 oktober brengt Hielke Vos, die op de sluisput woont en voor Zuiderzeewerken werkt, het drietal naar de scheepswerf van de gebroeders Hakvoort aan de Westhaven. Gekleed in overals en met een spa over de schouder komen ze daar aan. De Amerikanen worden direct in het 'Duikershol' ondergebracht, een schuilplaats die de Hakvoorts in de vloer van de timmerschuur hadden uitgegraven. Nauwelijks is het gat met een dikke plaat afgedekt of een groep van 7 Duitsers komt de werkplaats binnen. Op zoek naar de vliegers steken ze overal hun bajonet in. Klaas Hakvoort, die net bezig is met het zagen van een stuk hout, krijgt de schrik van zijn leven. In de hoek van de schuur is zijn oom Lub Hakvoort paling aan het roken. Hij weet de Duitsers af te leiden door ze een palinkje aan te bieden. Als die op is wijst Lub door het kleine raampje naar een paar oude botters. "Daar zitten die vliegers". De Duitsers vertrekken. Enkele uren later worden Henry Bessette, Joe Weiss en Jimmy Strange, na sluitingstijd, naar Piet Brouwer gebracht, die samen met zijn vrouw Nellie een zaak in kruidenierswaren en galanterieën drijft. Omdat de Duitsers naarstig naar de Amerikaanse bemanningsleden blijven zoeken, brengen ze het grootste gedeelte van de tijd noodgedwongen door in de kelder onder de winkel, waar Piet door een oom een schuilplaats heeft laten metselen. Bij onraad kunnen de vliegers zich verstoppen in een tussenmuur. Piet Brouwer is lid van de Landelijke Organisatie voor hulp aan onderduikers (LO). Wanneer het grootste gevaar geweken is regelt hij voor Bessette, Weiss en Strange de overtocht naar Noord-Holland. Op 16 oktober brengt Brouwer de Amerikanen naar de Urkerboot. Harmen Kramer en zijn zwager Harm Gerssen begeleiden hen op de passagiersboot naar Enkhuizen. Vanuit Enkhuizen gaan ze met Gerssen te voet naar Bovenkarspel waar ze vervolgens op de trein naar Amsterdam stappen. Bron: Urker Volksleven april 1990 en Het Urkerland.

In Amsterdam worden Bessette, Weiss en Strange overgenomen door helpers van Fiat Libertas. Het is de bedoeling ze naar Brussel over te brengen, maar dat is niet gelukt. Bessete, Weiss en Strange worden door de Duitsers in Antwerpen gearresteerd, Bron: ZZAirwar. Het is de Duitsers er alles aan gelegen de geallieerde vliegers te pakken te krijgen en de hulpverlenende organisaties op te rollen. Als vliegers erin slagen te repatriëren kunnen zij allerlei gegevens verstrekken over het internatieonaal netwerk dat hen geholpen heeft en dat de vluchtroute ook gebruikt voor het doorsluizen van inlichtingen. Als gevolg van de professionele Duitse opsporingsmethodieken en de inzet van infiltranten worden veel vluchtlijnen opgerold. Bij aankomst op het station van Antwerpen worden de geallieerde bemanningsleden door verraders opgevangen. De verraders werken als geheimagent of informant voor de Duitsers en worden aangeduid als vertrouwensmannen of -vrouwen (V-Manner, V-Frauen). De V-Manner en V- Frauen worden ingezet om de illegaliteit te infiltreren en om als verraders mee te werken aan het bestrijden en uitschakelen van illegale netwerken. Dat de aanhoudingen bij aankomst op het station van Antwerpen het gevolg zijn van een geslaagde Duitse infiltratie blijft lange tijd verborgen. De misleiding wordt zo gespeeld dat het lijkt of andere pilotenhelpers het aangekomen transport onder hun veilige hoede hebben genomen. In Antwerpen opereert de Belgische V-Mann W. van Muylken met zijn Nederlandse assistente Pauline Vlaming en de Belgische Maria Verhulst-Oome. Tijdens het proces tegen Van Muylken bekent hij dat zij samen 157 piloten hebben onderschept die daarna als krijgsgevangenen naar Duitsland zijn afgevoerd. Het trio stelt zich voor als verzetsmensen die zorgen voor begeleiding naar een veilig adres. Van Muylken wordt tot de doodstraf veroordeeld en de twee vrouwen krijgen levenslang. Enige tijd later pleegt Maria Verhulst zelfmoord. Bron: tijdschrift Tilburg

Howard Newton verliest in het riet het contact met de anderen en is daardoor op zichzelf aangewezen. Op 9 oktober wordt hij opgepakt in één van de arbeiderskampen in Emmeloord. Fortman en Shelander komen ook aan in één van de arbeiderskampen in Emmeloord. Hier krijgen ze van Bart Vos arbeiderskleding en eten. Hij wijst ze welke kant ze op moeten. Via de pont bij Ramspol verlaten ze de polder. Op 10 oktober worden Fortman en Shelander in de buurt van Apeldoorn gearresteerd toen zij zich bij een controle niet konden identificeren aan een Duits gezinde Nederlandse politieagent. Kevil en Sysol belanden op Urk maar de mensen die ze aanspreken kunnen geen hulp bieden. De dagen daarna lukt het ze niet om het kanaal over te steken omdat deze door Duitsers bewaakt werd. Ze verstoppen zich in het hoge riet. Op 11 oktober komen ze op de dijk Urk-Ramspol aan. Een werkman op de fiets geeft hen zijn lunch en drinkwater en vertelt ze dat er geen Duitsers op de dijk zijn. Ze vervolgen hun weg richting Ramspol en spreken 6 mensen op het land aan die ze verder helpen. Die avond krijgen ze burgerkleding, eten en worden naar Kampen gebracht waar Kevil en Syson gesplits worden. Sysol wordt later opgepakt. Elton Fred Kevil wordt door Harm Gerssen weer de polder ingebracht. Op Urk nemen ze de Urkerboot naar Enkhuizen en lopen naar Bovenkarspel waar ze op de trein naar Amsterdam stappen. Kevil brengt de nacht op het station door. De volgende ochtend wordt hij verder geholpen door helpers van Fiat Libertas en reist met hen via Den Haag naar Tilburg. Vervolgens gaat hij naar Hilvarenbeek waar hij ondergebracht wordt in het ouderlijk huis van de onderwijzer Eugene van der Heijden, die samen met politieman K.G. (Kars) Smit in 1942 de ontsnappingsroute Fiat Libertas heeft opgezet. Op woensdag 4 november wordt hij samen met Fl/Lt. Archibald A. Mellor, piloot van de Mosquito DZ519, gecrashd op 21 oktober bij Mantinge (Drenthe), door Kars Smit over de grens gebracht. In Weelde voegt navigator 2nd Lt. Arthur J. Horning van de B-17 42-37737 zich bij het gezelschap dat vervolgens naar Antwerpen wordt gebracht. Tijdens de tocht worden hun vervalste Nederlandse legitimatiebewijzen vervangen door even zo valse Belgische papieren. Bron: ZZAirwar.

In de Nieuwsbrief 'Amalia van Solms' is de werkwijze te lezen. "De marechaussees werden van tevoren ingeseind dat er weer een 'lading' aankwam. Kars Smit, die de beschikking had over een motor met zijspan, reed met een van zijn collega's (van Gestel, Gerritsen of Niessen) dan naar Tilburg. Zij parkeerden de motor dan bij een hotel/café in de Stationsstraat tegenover het station Tilburg. De twee marechaussees gingen dan te voet naar het station, waar zij contact maakten met de vlieger. Van te voren was aangegeven hoe men de vlieger kon herkennen. Daarna gingen de marechaussees op enige afstand gevolgd door de vlieger naar het hotelletje. In een achterkamer werd de burgerkleding van de vlieger vervangen door een uniform van de marechaussee. Met zijn drieën reden de 'marechaussees' dan weer terug naar Baarle. Aangekomen in de marechausseekazerne aan de Singel werd de vlieger weer in burgerkleding gehesen en op een veilig adres ondergebracht.
Daarna werd contact gezocht met de 'andere kant' van de grens en bracht men de vlieger over de grens. Dit laatste kon op verschillende manieren. Men had de beschikking over een koerier Willem Schmidt (student afkomstig uit Zeist), die de vlieger op de tram in Weelde zette en hem begeleidde naar Antwerpen, waar hij hem overgaf aan een lid van de familie Chabot uit Brussel die hem naar hun huis aan de Rue Jules Lejeune bracht. Mevrouw E. Chabot was van Nederlandse afkomst en stelde haar huis beschikbaar voor het onderbrengen van vliegers. Haar dochter Charlotte Ambach of haar verloofde Ernest van Moorleghem (commisaris van politie te Ixelles en verbonden aan de service 'Eva', behoorde tot de illegale organisatie ''Portemine' te Brussel) verzorgen de koeriersdienst naar Parijs. Soms gebeurde het dat Kars Smit zelf op een vrije dag in burgerkleding een vlieger naar Antwerpen begeleidde. Ook maakte men gebruik van de diensten van Jeanne Willems uit Weelde, die soms als koerierster optrad. De route die men volgde was in alle gevallen hetzelfde".

In Parijs wordt Kevil op de 'escape-lijn' naar Bordeaux gezet. Vandaar gaat het op 28 december over de Pyreneeën naar San Sebastian in Spanje waar hij 31 december aankomt. Op 11 januari 1944 arriveert hij in Gibraltar en keert op 17 januari per vliegtuig terug in Engeland. Elton Fred Kevil, Archibald Mellor en Arthur Horning zijn de laatste geallieerde vliegers die veilig in het safe-house van mevrouw Chabot in Brussel aankomen. Op 15 november 1943 wordt de lijn over Hilvarenbeek opgerold. Ernest van Moorleghem wordt in zijn woning in de Rue Vergnies gearresteerd en overgebracht naar de gevangenis van Sint-Gilles. Op 29 november 1944, 29 jaar oud, is hij in een concentratiekamp bij Bayreuth geëxecuteerd. Elise Chabot, Charlotte (Lotty) Ambach, koerier Willem Schmidt en koerierster Jeanne Willems worden opgepakt en eveneens gevangengezet in de gevangenis van Sint-Gilles. Willem Schmidt wordt op 19 februari 1944 ter dood veroordeell en op 5 januari 1945 te Sonneberg gefusilleerd. Elise en Charlotte worden ter dood veroordeeld en overgebracht naar een gevangenis in Bonn. Vervolgens wisselen ze voortdurend van gevangenis voor ze op 6 mei in Waldheim door de Russen worden bevrijdt. Later hoorden ze dat ze op 22 mei 1945 doodgeschoten zouden worden. Kars Smit kan op het laatste moment uit de marechausseekazerne ontsnappen en duikt onder in zijn geboorteplaats Den Haag. In januari 1944 gaat hij naar Frankrijk om de in nood verkerende escape-lijn bij te staan. In maart van dat jaar wordt Smit verraden en door de Sicherheitsdienst opgesloten in de staatsgevangenis van Fresnes (Parijs). Vervolgens belandt hij in verschillende concentratiekampen, zoals Buchenwald, Ellrich, Dora en Ravensbrück waar hij op 5 mei 1945 door Russische troepen bevrijdt wordt. In juni 1945 keert Kars Smit terug in Nederland. Eugene van der Heijden en zijn broer Willy doken onder en halen het einde van de oorlog. Zijn vader Josephus en broers Gustaaf en Marcel worden vermoord in Neuengamme en Bergen-Belsen.

Oud-Urker Harmen Gerssen wordt verraden en op 22 januari 1944 bij zijn woning in Koog aan de Zaan door de Sipo gearresteerd. Op 23 februari 1944 wordt hij op 31-jarige leeftijd gefusilleerd in het duingebied bij Overveen. Piet Hakvoort wordt op 29 mei 1944 op Urk door de Duitsers gearresteerd en naar kamp Versen bij Meppen getransporteerd. De omstandigheden in het kamp zijn erbarmelijk. Op 22 december 1944 overlijdt hij op 58-jarige leeftijd aan de geleden ontberingen in het kamp. Ook Piet Brouwer overleeft de oorlog niet. Hij wordt in oktober 1944 gearresteerd en overlijdt op 30 mei 1945 in Neugamme aan dysterie, 35 jaar oud.

Alle bemanningsleden overleven de oorlog. De Boeing B-17G-10-DL met serienummer 42-37751 is door de Duitsers opgeblazen. Brokstukken van het toestel worden later ook op kavel NH31 teruggevonden.

Zie ook: Stichting Ongeland

Laatste Update zondag, 15 oktober 2017