Avro Lancaster Mk. I ED333

Avro Lancaster Mk. I ED333
Avro Lancaster Mk. I ED333

Plaats: Tollebeek

Locatie: Karel Doormanweg, Kavel NE14

Maker: A.V. Roe Aircraft Co.

materiaal: diverse materialen

Jaar: 1942


Beschrijving:

In de nacht van 17 op 18 december 1942 worden verschillende Duitse steden in de driehoek Osnabrück, Hannover, Bremen door de RAF gebombardeerd. Op 17 december om 17.22 uur stijgen piloot F/O Samuel Lorne McBurney en zijn bemanningsleden boordwerktuigkundige Sgt. James Izatt, waarnemer W/O Leonard Everett Thorneycroft, radiotelegrafist/boordschutter Sgt. William Henry Paul Kelleher, bommenrichter F/Sgt. Stanley Finance Mattoon, rugkoepelschutter F/Sgt. Glyn Bull en staartschutter W/O Chester Charles Trudell op van RAF basis Woodhall Spa in Lincolnshire (Engeland) voor een bombardementsvlucht naar Neustadt am Rübenberge aan de spoorlijn Hannover-Bremen. Hun toestel is de Avro Lancaster Mk. I met serienummer ED333 van het No. 97 Squadron RAF. Hun codenaam is Oscar Foxtrot Bravo (OF-B) en zal bij elk radiocontact gebruikt worden.

De Lancaster ED333 is één van de 620 Lancasters die tussen november 1942 en juli 1943 door A.V. Roe Aircraft Co. gebouwd zijn. Op zijn eerste operationele vlucht gaat de ED333, met slechts 7 vlieguren, verloren. Van het No. 97 Squadron keren twee toestellen niet op de thuisbasis terug. De R5497 stort 5 km ten westen van Egmond aan Zee in de Noordzee.

Om 20.38 uur wordt de Lancaster ED333 neergeschoten en stort 5 km ten oosten van Urk op kavel NE14 in de Noordoostpolder neer. De zeer ervaren 23-jarige piloot Hptm. Helmut Lent, de groepscommandant van 4./NJG1 die al 55 overwinningen op zijn naam heeft staan, claimt de overwinning. Die avond kan hij 2 overwinningstekens bijschrijven op het richtingsroer van zijn toestel. Om 20.22 uur schiet hij boven Friesland de Lancaster ED355 van het No. 44 Squadron neer. Omdat hij 56 claims op zijn naam heeft staan wordt Hptm. Lent op 1 januari 1943 bevorderd tot Major en Geschwaderkommodore van Nachtjagdgeschwader 3.

Alle bemanningsleden van de ED333 komen bij de crash om het leven. De lichamen van de de 26-jarige Brit Kelleher, de 29-jarige Canadees Thorneycroft, de 22-jarige Brit Izatt en de 19-jarige Brit Bull worden door de Urker Luchtwacht op de crashlocatie, waar dan nog 40 cm water staat, geborgen en door een boot van de Wassschützpolizei naar Urk overgebracht. Daar worden de lichamen gekist. Omdat in het begin van de oorlog de begrafenissen van gesneuvelde geallieerde vliegers onder grote belangstelling van de bevolking plaatsvonden mochten deze niet meer op Urk plaatsvinden. Vandaar dat de stoffelijke resten per schip naar Amsterdam worden overgebracht en daar begraven zijn op het grafveld van de gesneuvelde geallieerdede militairen op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (graven 69 D3, D4, D7 en D8).

In 1946 worden bij grondwerkzaamheden 2 stoffelijke resten geborgen die als onbekend op Urk worden begraven. In 1949 worden bij het graven van sloten langs de Karel Doormanweg bij Tollebeek weer stoffelijke resten en een vliegtuig ontdekt. Nadat het toestel geïdentificeerd is wordt duidelijk dat de in 1946 en 1949 geborgen stoffelijke resten van de drie vermiste Canadese bemanningsleden, de 20-jarige Mattoon, de 21-jarige Trudell en de 21-jarige McBurney, moeten zijn. Omdat individuele identificatie niet mogelijk is worden zij in een gezamelijk graf begraven op het geallieerd ereveld op Rusthof in Oud Leusden (Sectie 13, Rij 13, graven 208-210), met elk een eigen grafsteen. Bron: Urk in oorlogstijd.

Zie ook: Stichting Ongeland

Laatste Update woensdag, 05 juli 2017