Europabrug

Europabrug
Europabrug Europabrug Europabrug

Plaats: Emmeloord

Locatie: Europalaan-Moerasandijviestraat

Architect:

materiaal: div. materialen

Jaar: 1969


Beschrijving:

De Noordoostpolder was bedoeld om de landbouwproductie en voedselvoorziening van Nederland te vergroten. Alle landbouwproducten werden in de begintijd per schip afgevoerd. De inrichting van de polder was daarop afgestemd. In de hele polder was goederenvervoer over water mogelijk. Aan de buitenrand van ieder dorp werd bij de nabijgelegen vaart een ‘industrieterrein’ met loswal aangelegd. Vanuit Espel werden de landbouwgoederen, zoals de suikerbieten, vanaf de loswal met bietenschepen via de 8 km lange Espelervaart naar de Urkervaart vervoerd en vandaar via de Lemstervaart naar Lemmer waar de overslag in grotere schepen plaatsvond. 

In het uitbreidingsplan West in Emmeloord was tegenover de Moerasandijviestraat een brug over de Espelervaart geprojecteerd. Toen de bouw van woningen op gang kwam trokken burgemeester en wethouders van Noordoostpolder in mei 1963 een bedrag van ƒ 54.000,- uit voor een houten noodbrug over de Espelervaart, als schakel tussen oud Emmeloord en Emmeloord-West. De noodbrug kon in 1965 in gebruik worden genomen. In 1967 lagen er plannen om de noodbrug te vervangen voor een definitieve brug die de naam 'Europabrug' zou krijgen. De nieuwe brug ging de Moerasandijviestraat verbinden met de Europalaan. De vraag was alleen of het een vaste dan wel beweegbare brug moest worden. De meningen waren verdeeld. In september 1967 schreef de rentmeester der Domeinen in de Noordoostpolder, ir. Tiete Johannes Schuiringa (1920-1988), een brief aan het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder. Hierin stelde hij dat het economisch niet verantwoord was de Espelervaart als scheepskanaal te handhaven. Volgens hem zou het vervoer van bieten over de vaart in de toekomst sterk afnemen. Een vaste brug zou dat proces alleen maar versnellen. Daarnaast stelde de rentmeester dat bij handhaving van de Espelervaart als scheepvaartroute onevenredig grote bedragen van ƒ 30.000,- tot ƒ 40.000,- voor het onderhoud aan de vaart besteed moesten worden. Hij vond dat voor dat bedrag de 50.000 bieten die per schip via de Espelervaart vervoerd werden ook naar een andere losplaats gebracht konden worden. 

Op 25 oktober 1967 brachten burgemeester en wethouders van Noordoostpolder een voorstel ter tafel om over te gaan tot de bouw van een lage beweegbare brug waarvan de kosten op ƒ 600.000,- werden geraamd. Een vaste brug, die ƒ 350.000,- zou kosten, was volgens B & W niet uitvoerbaar omdat de Espelervaart dan niet meer voor bietenvervoer per schip gebruikt kon worden. Het Economisch Technisch Instituut voor Overijssel had op verzoek van B & W uitgerekend, dat het bietenvervoer via de Espelervaart de laatste 6 jaar vrij constant was gebleven en dat de schade door het sluiten van de vaart rond 2,5 miljoen gulden kon worden gesteld. De gemeenteraad ging af op het argument van rentmeester Schuringa dat het bietenvervoer over de vaart in de komende jaren sterk af zou nemen. Met 12 tegen 11 stemmen keurden zij een voorstel van raadslid J. de Jong goed om het voorstel van het college enkele maanden op te schorten. De raad wilde eerst een juridische uitspraak over de schadevergoeding die de suikerbieten verwerkende industrieën in Groningen eisten.

Uiteindelijk wonnen de voorstanders van een beweegbare brug het pleit. In april 1968 werd de onderbouw voor de brug namens de gemeente Noordoostpolder openbaar aanbesteed. Er waren 19 inschrijvingen. De laagste inschrijving was van de fa. De Jong uit Emmeloord voor ƒ 228.850,- en de hoogste was van de fa. Visser uit Leeuwarden met ƒ 317.600,-. De begroting van publieke werken was ƒ 310.000,- De gunning werd in beraad gehouden. Op 21 maart 1969 verrichtte burgemeester F.M. van Panthaleon baron van Eck de opening van de 'Europabrug' door op de bedieningsknoppen te drukken. De Europabrug, of zoals hij in de volksmond al snel genoemd werd de 'Bietenbrug', was een basculebrug. Bij dit brugtype gaat het brugdek open en dicht door langs een tandrad te roteren om de horizontale as haaks op het wegdek. In het verlengde van het wegdek was een staart (ballastarm) met contragewicht aangebracht die draaide in de basculekelder in het landhoofd. Een ballastkist, gevuld met beton en schroot, aan het staarteinde, vormde het contragewicht zodat er weinig energie nodig was om de brug te openen.

Zoals verwacht werden in de loop der jaren steeds minder bieten per schip vanuit de Noordoostpolder vervoerd. Op 13 oktober 1969 nam de Coöperatieve Suiker Unie bij Lemmer een nieuwe los-installatie voor bieten in gebruik. Nabij de sluis van de Noordoostpolder was een loswal met uitschuifbare stortsteiger en een weegbrug met Rüpo, een mechanisch monsterneem-apparaat, gebouwd. De Suiker Unie had tot de bouw van deze kostbare installatie gekozen omdat de aanvoer van bieten die met kiepauto's van het land werden gehaald, sterk gegroeid was. In 1973 schakelde de Suiker Unie grotendeels over op de aanvoer van suikerbieten via de weg. Nog maar een kwart van de bieten werd dat jaar per schip vanuit de polder vervoerd. Dit leidde ertoe dat 11 laadplaatsen binnen de Noordoostpolder werden gesloten, waaronder de loswal in Espel. In vijf jaar tijd was het aantal laadplaatsen in Nederland afgenomen van 82 tot 19. De suikerbieten uit het noorden van de polder gingen naar Lemmer en uit het zuidelijk deel naar Ramspol (zelfaanvoer) en Schokkerhaven, waar ook een Rüpo-apparaat stond. De Rüpo bestond uit een stalen overspanning met een uit een stalen buis bestaande beweegbare arm. Nadat de vrachtauto onder de overspanning gereden was liet de machinist, die het apparaat bediende, een vierkante stalen buis zakken die met scherpe randen hydraulisch door de bietenvracht gedrukt werd. Als de buis het monster genomen had werd de onderkant gesloten, de buis opgetrokken en naar de zijkant van het apparaat gedirigeerd naar een trechter waarboven de buis zijn inhoud losliet die in een plastic zak belandde. Het monster ging vervolgens naar het tarreerlokaal. Vanuit Lemmer, Ramspol en Schokkerhaven werden de bieten in schepen van 500 ton en meer naar de suikerfabrieken nabij Groningen, in Halfweg, Puttershoek en West-Brabant vervoerd. Dat was uiteraard economischer. Deze grote schepen konden niet in de polder komen omdat in de sluizen slechts vaartuigen van 300 ton (Urk 400 ton) geschut konden worden.

Tijdens een raadsvergadering in augustus 1990 bleek dat de Europabrug dringend aan een opknapbeurt toe was. Het houten brugdek was niet bestand tegen de hoge verkeersintensiteit. De bouten die de houten brugdelen vasthielden moesten regelmatig aangedraaid of vervangen worden. Het gevolg van het lossen van de bouten was dat de brugdelen los kwamen te zitten, wat extra geluidhinder voor de omwonenden veroorzaakte. De kosten voor een nieuw brugdek werden geraamd op ƒ 120.000,-. De overbrugging van de Espelervaart bestond destijds uit drie vaste en één beweegbare brug. Tijdens de vergadering werd gevraagd of er geen alternatief mogelijk was voor de Europabrug in de vorm van een vaste bespanning. Volgens wethouder Harry Koopman had het college zich die vraag ook al gesteld. Volgens hem had de Europabrug één keer, bij de plaatsing, bewogen. Het maken van een vaste oeververbinding betekende volgens de wethouder dat ook het onderste deel van de brug vervangen moest worden. Dat zou veel duurder uitvallen dan de geraamde ƒ 120.000,-. Tijdens de vergadering viel geen beslissing. Later is de ophaalbrug alsnog door een vaste brug vervangen.

Bronnen: Friese koerier en De Noordoostpolder