Ambtsketen Urk
Plaats: Urk
Locatie: Gemeentehuis
Maker: Kempen en Begeer NV
materiaal: zilver
Jaar: 1939
Beschrijving:
Van 1660 tot 1792 had Amsterdam de heerlijkheid Urk in leen. Na de Franse tijd, de periode van 1795 tot 1813, waarin de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden onder Franse invloed en bezetting stond, werd Urk een zelfstandige gemeente. De functie van burgemeester werd in het begin van de 19e eeuw uitgevoerd door twee, drie of zelfs vier personen. In de jaren 1824-1825 kwamen er nieuwe regeringsreglementen voor de inrichting van het lokaal bestuur. Het college van burgemeesteren werd vervangen door één burgemeester en twee wethouders die uit de raad benoemd werden door de Koning. De bestuursperiodes werden gesteld op 6 jaar, te rekenen vanaf januari 1825. Om de twee jaar moest één van de wethouders aftreden en als derde in de rij, dus na de 6 jaar, zou de burgemeester aftreden. Herbenoeming was mogelijk. De grondwet van 1848 bepaalde met betrekking tot gemeentebesturen, dat aan het hoofd van iedere gemeente een raad zou staan, die door de ingezetenen werd gekozen. De burgemeester werd, buiten de leden van de raad, benoemd door de Koning. De gemeentewet van 1851 heeft de grondslag gelegd voor het moderne lokale bestuur. De wet werd gemaakt door de Nederlandse staatsman Johan Rudolph Thorbecke, in die tijd minister van Binnenlandsche Zaken onder Koning Willem III. In de gemeentewet van 1851 werd vastgelegd dat het bestuur bestaat uit de gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en uit de burgemeester in zijn hoedanigheid als handhaver van de openbare orde. Na de invoering van de gemeentewet bestond het bestuur van Urk uit 5 raadsleden, met aan het hoofd een burgemeester, aangevuld met een college van wethouders, die samen met de burgemeester het dagelijks bestuur vormden.
Op voordracht van Thorbecke werd de ambtsketen ingevoerd. Hij vond dat burgemeesters een duidelijk herkenningsteken moesten dragen. Op 16 november 1852 werd bij Koninklijk Besluit het dragen van de ambtsketen door de burgemeester geregeld.
Toen in 1852 alle gemeenten daadwerkelijk een keten moesten laten vervaardigen, bleek al snel dat verreweg de meeste gemeenten in zee wilden gaan met de Utrechtse stempelsnijders D. van der Kellen en J.P. Menger van 's Rijks Munt. Deze firma had een landelijke campagne gevoerd en wist zelfs een aantal commissarissen van de Koning zover te krijgen dat ze voor hen gingen bemiddelen bij de gemeenten. De gemeente Urk schafte voor ƒ 10,- een zilveren ambtspenning aan met aan de ene zijde het gestempelde Rijkswapen en aan de keerzijde het ingesneden wapen van de gemeente. Ten tijden van de invoering van de ambtsketen droegen de meeste burgemeesters de penning aan een oranje zijden lint omdat voor een ketting plus ambtspenning het bedrag van ƒ 25,- betaald moest worden. De ambtspenning van Urk heeft een middellijn van veertig strepen ofwel 40 mm. Op de ene zijde staat het door Koning Willem I bij Koninklijk Besluit van 26 november 1819 toegekende gemeentewapen van Urk dat als volgt wordt omschreven: "Van lazuur, beladen met een schelvisch in zijne natuurlijke kleur". Aan de andere zijde het Rijkswapen van het Koninkrijk der Nederlanden. Volgens voorschrift draagt de burgemeester, of diens vervanger, de ambtsketen met het gemeentewapen zichtbaar als hij in functie is ofwel de gemeente vertegenwoordigt. Als hij uit hoofde van de koning een handeling verricht, bijvoorbeeld bij het uitreiken van koninklijke onderscheidingen, wordt de keten met het Rijkswapen zichtbaar gedragen.
Op 1 november 1938 werd Gertruides (Gert) Keijzer (1901-1961) benoemd tot burgemeester van de gemeente Urk. Nadat Urk zijn nieuwe burgemeester feestelijk had ingehaald hing wethouder en loco-burgemeester M. Kramer de heer Keijzer de ambtsketen om. In het boekje 'Van Bezetting en Bevrijding', Urk in oorlogstijd 1940-1945 staat op bladzijde 13 dat burgemeester G. Keijzer als eerste burgemeester in 1939 de zilveren ambtsketting draagt. Waarschijnlijk wordt hier bedoeld de huidige zilveren ambtsketen die geleverd is door Van Kempen en Begeer NV uit Voorschoten. Dit atelier beschikte over negen seriemodellen die aangeduid werden met de hoofdletters B-K. De burgemeestersketen van Urk heeft schakels van standaardmodel C.
Per 1 september 1941 werden alle gemeenteraden door de Duitse bezetter opgeheven, de burgemeesters bleven in hun ambt. In 1944 werd burgemeester Gert Keijzer door de Duitsers vervangen door de NSBer Jan Willem Landman en vastgezet in kamp Amersfoort. Na de oorlog keerde Keijzer terug naar Urk en hervatte zijn functie. Tijdens de herdenkingsoptocht op de eerste koninginnendag na de oorlog (31 augustus 1945) droeg burgemeester Gert Keijzer zijn ambtsketen weer.
De ambtsketen van Urk is achtereenvolgend gedragen door onderstaande burgemeesters: