Ambtsketen Schokland

Ambtsketen Schokland

Plaats: Schokland

Locatie: Museum Schokland

Maker: 's Rijks Munt

materiaal: zilver

Jaar: 1853


Beschrijving:

Schokland was verdeeld in twee delen: Het protestantse Ens behoorde tot Overijssel en het katholieke Emmeloord viel onder het gewest Holland. Pas tijdens de Franse overheersing (1794-1814) werd het eiland een bestuurlijke eenheid. Op 28 maart 1811 werden Ens en Emmeloord samengevoegd en werd Schokland een zelfstandige Overijsselse gemeente. Lucas Seidel (1759-1827) was de eerste burgemeester. Na zijn dood in januari 1827 werd de zoon van predikant Hermannes Nicolaas Gillot, Gerrit Jan Gillot (1782-1869), locoburgemeester. Op 20 augustus 1828 werd Hendrik August Willem Streithorst (1772-1831), een gepensioneerd militair, burgemeester op Schokland. Hij legde de eed af ten overstaan van de Overijsselse gouverneur Berend Hendrik baron Bentinck tot Buckhorst. Na de dood van Streithorst op 29 juli 1831 werd Gillot opnieuw locoburgemeester. Hij kreeg te maken met de financiële nasleep van zijn voorganger. Allerlei posten bleken niet betaald te zijn. Zo had de zeilmaker in Lemmer, die een nieuwe gemeentevlag gemaakt had, nooit geld ontvangen. Op 22 september 1831 werd Gerrit Jan Gillot tot burgemeester van de gemeente Schokland aangesteld. Tevens werd hij benoemd tot gemeentesecretaris en commissaris van politie van Schokland. Hij verdiende zijn boterham als bezitter van een onoverdekte visschuit van 13 ton, bestemd voor het vervoer van bouwmaterialen. De combinatie was om financiële reden noodzakelijk, want de functie van burgemeester was onbezoldigd. 

Op 16 november 1852 werd door koning Willem III bij Koninklijk Besluit het dragen van een ambtsketen door de burgemeester vastgelegd. De wet trad op 1 januari 1853 in werking. Volgens het Koninklijk Besluit moest de ambtspenning van zilver zijn en gedragen worden aan een zilveren keten of aan een oranje zijden lint. Verder werd over de penning bepaald dat hij een middellijn van veertig strepen (millimeter) moest hebben, dat aan een kant het Rijkswapen erop moest staan en aan de andere kant het gemeentewapen. Indien de gemeente niet over een wapen beschikte, moest de naam van de gemeente op de penning komen te staan. 

Minister van Binnenlandse Zaken Johan Rudolph Torbecke (1798-1872) stuurde een brief aan Gedeputeerde Staten van elke provincie dat zij moesten regelen dat de gemeenten een ambtsketen aanschaften. In de brief schreef hij: "Ik zou het hoogst wenschelijk achten, dat elke gemeente zich die teekenen, welke dan vervolgens haar eigendom zouden blijven, aanschafte". Met nadruk wees Thorbecke erop dat dit onderscheidingsteken bedoeld was voor de burgemeester in functie en niet als persoon. Het gevaar was namelijk groot dat er gemeenten waren, vooral de kleine en armlastige, die hun toch al slecht betaalde of onbezoldigde burgemeester zouden verplichten dit teken uit eigen zak aan te schaffen. Om deze zaak bij de gemeentebesturen onder de aandacht te brengen publiceerde Gedeputeerd Staten van Overijssel het besluit in het Provinciale blad. Kort daarna stuurde Commissaris des Konings jhr. Cornelis Backer (1798-1864) aan alle gemeenten in de provincie Overijssel een brief om de aanschaf van een ambtsketen te coördineren. De Commissaris had een aanbod ontvangen van de heren David van der Kellen (1804-1879) en Johan Philip Menger (1818-1895), graveurs bij 's Rijks Munt, om als leverancier voor de ambtspenning op te treden. De Utrechtse stempelsnijders waren in staat om de penning te leveren tegen betaling van ƒ 10,- aan de ene zijde gestempeld met het Rijkswapen en met ingesneden wapen der gemeente aan de keerzijde en tegen betaling van ƒ 6,- wanneer de gemeente geen wapen had. De standaard ketting kon geleverd worden voor ƒ 15,-. Het was wel de wens van de graveurs dat de bestelling en de betaling via de provincie liep. De Commissaris bood aan alle betalingen via zijn bureau te laten verlopen. 

Burgemeester Gerrit Jan Gillot van de noodlijdende gemeente Schokland deed bij Commissaris des Konings Backer een verzoek "om het onderscheidingstekeken […] zonder zilveren ketting". Wellicht ten overvloede meldde hij: "daar onze gemeente van geen wapen is voorzien, zo zal er aan de keerzijde den naam der gemeente op dienen te staan". Op 24 januari 1853 kreeg burgemeester Gillot de via de commissaris van de Koning bestelde ambtspenning toegezonden en werd hij opgeroepen de rekening van ƒ 6,- te komen voldoen op de provinciale griffie te Zwolle en bovendien 5 cent extra mee te nemen voor het doosje waarin de penning verpakt was. 

De zilveren penning werd door Gillot aan een oranje zijden lint gedragen. In de wet was vastgelegd wanneer de burgemeester de penning moest dragen: “Wanneer hij voorzit in de vergadering van de gemeenteraad; in geval van brand, of van oproerige beweging, van samenscholing of andere stoornis der openbare orde en wanneer hij bij plechtige gelegenheden namens de gemeente opkomt”. Lang heeft burgemeester Gillot de ambtsketen niet kunnen dragen. Het eiland Schokland werd in 1859 op last van de regering ontruimd. De wet van 16 december 1858 om het eiland te ontruimen werd tengevolge van het Koninklijk Besluit van 4 juli 1859 uitgevoerd. De gemeente Schokland werd op 10 juli opgeheven en het grondgebied bij de gemeente Kampen gevoegd. Alle 650 bewoners hadden hun eiland verlaten. Op 10 juli wandelde burgemeester Gerrit Jan Gillot, met ambtsketen en in gezelschap van de veldwachter, voor de laatste maal over 'zijn' verlaten eiland. Op 11 juli droeg Gillot de bescheiden en roerende goederen van zijn voormalige gemeente over aan Kampen. Het was niet veel dat hij af te geven had: een vlag, een vlaggestok, een stembus, twee handbrandspuiten met 13 emmers, brandhaken en brandladders, het sabel van de veldwachter, zijn ambtsketen en een bedrag van ƒ 272,51½, zijnde het batig saldo der rekening van de gemeente Schokland over het tijdvak 1 januari tot en met 9 juli 1859. Koning Willem III verleende burgemeester Gillot eervol ontslag. 

De voormalige Schokker onderwijzer Arnoldus Legebeke (1809-1885) kocht op 31 maart 1859 voor ƒ 500,- twee woningen onder één kap met een flinke tuin, gelegen in het buurtschap Bruneppe net buiten de stad Kampen. Hij ging zelf in de woning wonen en verdeelde zijn tuin in 21 stukken en verkocht die voor ƒ 23,81 aan evenzoveel Schokker gezinnen. Zoveel mogelijk gebruik makend van het bouwmateriaal van de afgebroken woningen van Schokland herbouwden zij hier hun huizen die doorgaans 3,25 m breed en ruim 4 m diep waren. De zogenaamde Schokkerbuurt moest begin 20e eeuw plaatsmaken voor nieuwbouwwoningen. Op 13 september 2010 onthulde de Kamper burgemeester Bort Koelewijn ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan van de Schokkervereniging een plaquette op het laatste Schokkerhuisje in Brunnepe, met daarop de geschiedenis van de Schokkerbuurt. De burgemeester was 'bijzonder trots' op de band tussen Schokland en Kampen. Daarom had hij geen half werk gemaakt van zijn aanwezigheid. Uit zijn binnenzak haalde hij een doosje en twee witte handschoenen. Even later toonde hij met grote voorzichtigheid de oude ambtspenning (burgemeeesterspenning) van Schokland uit de collectie van het Stedelijk Museum Kampen. 

Op de achterzijde van de ambtspenning van Schokland staat het Rijkswapen afgebeeld dat vastgesteld was bij Koninklijk Besluit van 24 augustus 1815 en als volgt omschreven is: “den rijzenden gouden leeuw des huizen van Nassau, prijkende op een veld van azur, bezaaid met gouden blokken. Deze leeuw is getongd met keel, gekroond met de koninklijke kroon, en houdt, gelijk weleer die der republiek van de vereenigde Nederlanden, in den regter klaauw een opgestoken zwaard en in den linker een bundel pijlen (voorheen in Nederlands oude wapenschild zeven in getal, doch bij bovengemeld besluit niet bepaald) met de gouden punten opwaarts en door een gouden lint tezamen gebonden”. Het huidige Rijkswapen is bij Koninklijk Besluit van 10 juli 1907 vastgesteld. Er vonden enkele wijzigingen plaats, onder andere werden de schildhoudende leeuwen vanaf dat moment niet meer gekroond en niet meer van voren maar van opzij afgebeeld.

Op 9 december 2025 was het 30 jaar geleden dat Schokland door Unesco aangewezen werd als Werelderfgoed. Tijdens de bijeenkomst ter gelegenheid van dit jubileum in de museumkerk kreeg Schokland de burgemeesterspenning in langdurige bruikleen van het Stedelijk Museum Kampen. De penning werd door burgemeester Sander de Rouwe van Kampen overhandigd aan zijn ambtsgenoot burgemeester Roger de Groot van Noordoostpolder. De penning is in Museum Schokland te zien als onderdeel van de tijdelijke tentoonstelling Gestolde Tijd in de museumkerk.

Het is een ongeschreven wet dat de burgemeester de ambtsketen alleen in zijn eigen gemeente draagt. Toch droegen tijdens de overdracht van de burgemeesterspenning van Schokland beide burgemeesters hun ambtsketen. Burgemeester Roger de Groot droeg de ambtsketen van Noordoostpolder die in 1963 geleverd werd door Koninklijke Begeer BV. Burgemeester Sander de Rouwe droeg de ambtsketen die in 2001 vervaardigd is door de Kamper zilversmid Jelte Stil ter gelegenheid van de samenvoeging van de gemeente Kampen en IJsselmuiden tot de nieuwe gemeente Kampen. De zilversmid was voor het ontwerp geïnspireerd door de gouden wielen van de stadsbrug over de IJssel en door vijf woonkernen van de nieuwe gemeente. In 2025 is de ambtsketen van Kampen vernieuwd en uitgebreid met de twee ontbrekende wapens van de kernen Reeve en 's-Heerenbroek. 

Bronnen: Schokland door de eeuwen heen; Kamper Almanak; De Brug, jaargang 17, dinsdag 25 november; Rotterdamsch parool van 6 juni 1959; De Stentor, 'Schokker sfeer nog voelbaar in Bruneppe'; Rondom Schokland 56e jaargang nr. 3; Omroep Flevoland.