Gemaal Buma
Plaats: Gemaalweg 25
Locatie: Rutten
Maker: Dirk Roosenburg
materiaal: baksteen / staal
Jaar: 1939 - 1941
Beschrijving:
In augustus wordt een start gemaakt voor de werkhaven en funderingsput voor gemaal Buma. In het begin van 1939 is de funderingsput leeggemalen. Nu kan men beginnen met de bouw van het gemaal en de schutsluizen in de put. Het laatste stuk dijk, tussen Urk en Ramspoel, werd op 13 december 1940 om 13.13 uur gesloten. Gemaal ‘Buma’ bij Lemmer werd op 7 januari 1941 als eerste in werking gezet. Doordat Nederland door de Duitsers bezet was heeft het droogmalen van de polder een jaar langer geduurd dan gepland was. Pas in april 1941 begon het tweede gemaal, ‘Smeenge’ bij Kraggenburg, te werken en in november 1942 ‘Vissering’ bij Urk. Op 9 september 1942 viel de Noordoostpolder droog. De gemalen en dijken zijn van belang voor het ontstaan van de provincie Flevoland en het in standhouden van de waterhuishouding.
De drie gemalen in de Noordoostpolder, allen ontworpenin opdracht van de Dienst der Zuiderzeewerken door de architect Dirk Roosenburg, zijn op dezelfde wijze geconstrueerd. Stalen spanten dragen het overstekende betonnen zadeldak dat met rode dakpannen is belegd. De muren zijn van baksteen en worden door de stalen vakwerkconstructie en de uitgebalanceerde vensterverdeling op functionele wijze gedecoreerd. Hoewel de gemalen uiterlijk veel op elkaar lijken, zijn er onderling ook duidelijke verschillen.
Gemaal de ‘Buma’ wordt door elektriciteit aangedreven. De polder is gesplitst in twee afdelingen met polderpeilen van 4,50 m. en 5,70 m. beneden NAP. Gemaal de ‘Buma’ houdt het peil van -5,70 m. in stand.
Het gemaal is genoemd naar A. Buma. In 1882 diende hij een wetsontwerp in, waarin de afsluiting en inpoldering van de gehele Zuiderzee en de Waddenzee zou worden onderzocht. Het wetsontwerp van Buma stuitte op veel verzet. Buma trok zijn wetsontwerp weer in. Buma was in 1866 mede-oprichter en eerste voorzitter van de Zuiderzeevereniging.
De betonnen brug over de zuigmond van het gemaal is in 2002 vervangen. Van 2006 – 2008 is gemaal Buma gerenoveerd. Het heeft een nieuwe technische installatie gekregen, waaronder drie nieuwe elektromotoren. Daardoor heeft het gemaal meer capaciteit gekregen.
Zie ook: Waterschap Zuiderzeeland
Architect
Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Later werd hij leerling van en tekenaar voor Berlage. Vervolgens werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.
Mogelijk was Roosenburg al in 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.
In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden.
Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.




