Voorstersluis

Voorstersluis
Voorstersluis Voorstersluis Voorstersluis

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Kadoelerweg

Maker: Dirk Roosenburg

materiaal: hout, beton, baksteen, glas,

Jaar: 1941


Beschrijving:

De eerste sluis in Europa werd in 1373 gebouwd in Vreeswijk waar een kanaal uit Utrecht zich samenvoegde met de Lek. De houten sluis bestond uit een kom met aan weerszijden een hefdeur. Deze uitvinding wordt toegeschreven aan Chiao Wei-yo, een Chinese ingenieur die in de 10de eeuw aan het Groot-Chinese kanaal systeem werkte. Tegen het einde van de 15e eeuw werd het gebruik van sluisdeuren verfijnd door de Italiaanse uitvinder Leonardo da Vinci. Hij ontwierp scharnierdeuren die onder een hoek ten opzichte van elkaar sluiten. De punt staat steeds in de richting van het hoger gelegen water zodat de extra waterdruk de deuren tegen elkaar dichtdrukt. Deze zogenaamde puntdeuren zijn ook toegepast in de Voorstersluis.

De Voorstersluis is tussen 1939 en 1941 gebouwd op de hoek van de Noordoostpolder waar het Vollenhoverkanaal en het Kadoelermeer samenkomen. De schutsluis is gemaakt voor het overbruggen van het waterpeil in de Zwolse Vaart tot het ongeveer 7 meter hoger gelegen omringende boezemwater. De toegang tot de sluis kwam aan de kanaalzijde begin mei 1941 gereed. Nadat ook de dijk aan de meerzijde, die de bouwput omringde, was doorgegraven kon op 26 mei 1941 het eerste schip, de 'Hoop op Welvaart' van schipper Wijsterman uit Amsterdam, geschut worden. Bij een schutting stroomt zo'n 1200 kubieke meter water de polder in, het totale jaarverbruik van een gemiddeld gezin. Het omloopriool werd tot 1955 met de hand bediend. In juni 1955 zijn de rioolschuiven, ook wel rinketten genoemd, geëlektrificeerd. 

De kolk van de sluis heeft een afmeting van 40 x 7 meter en is berekend op schepen van 200 à 300 ton. De werkvloer is op 9,10 m onder N.A.P. aangelegd. Daarboven ligt de sluisvloer, die 1,25 m dik is. In de sluis werd 350.000 kg betonijzer verwerkt, waarvan 190.000 kg gebruikt is voor de vloer. De betonnen onderdelen zijn vervaardigd door de N.V. Christiani en Nielsen's Gewapend Beton Maatschappij uit Den Haag. De 4 sluisdeuren werden destijds ter plekke, in een loods bij de sluisput, gemaakt door timmerlieden van zogenaamd Borneo teak. Over het benedenhoofd van de sluis ligt een bascullebrug die gezamenlijk met de bruggen bij de sluizen in Lemmer en Urk op 3 januari 1940 werden aanbesteed. Het werk werd voor ƒ 54.447,- opgedragen aan de laagste inschrijver, de Constructiewerkplaats N.V. Hollandia uit Krimpen aan de IJssel. 

Het sluiswachtershuisje, dat links op het bovenhoofd staat, is opgetrokken in een aan het Functionalisme verwante bouwstijl, naar ontwerp van Dirk Roosenburg. Bij een functionalistische bouwstijl wordt de constructie en uiterlijk bepaald door de functie van het gebouw. Het in baksteen opgetrokken rechthoekige huisje staat onder een sterk uitkragend, met verbeterde Hollandse pannen gedekt, flauw hellend zadeldak. De nokrichting staat haaks op de sluis. Links van de toegangsdeur, die zich aan de meerzijde bevindt, is een om de hoeken lopende vensterpartij, die de gehele breedte van de kopgevel beslaat, waardoor de sluiswachter in beide richtingen een optimaal zicht heeft op de vaarroute. De eerste sluiswachter op de Voorst was Jan Spits, die van 1923 tot begin 1941 de eerste havenmeester op Schokland was. 

De rechts van de sluis, tegenover het sluiswachtershuisje staande schotbalkenloods met een grootte van 66 m², heeft zijn oorspronkelijke functie (noodkering) inmiddels verloren en is inwendig gewijzigd. De functie van de schotbalken is overgenomen door de aan de andere kant van de sluis staande, aan een stalen constructie bevestigde stalen noodschuif uit de eerste helft van de jaren zeventig, die derhalve buiten de bescherming valt. Deze dient ter beveiliging van de sluis en als reservedeur bij eventuele reparatie en vervanging van de houten sluisdeuren. In het Driemaandelijks bericht betreffende Zuiderzeewerken jaargang 47, 3e kwartaal stond het volgende: "De noodkering in de toegangssluizen van de Noordoostpolder blijken in de praktijk minder doelmatig te zijn. Aan de hand van een modelonderzoek in het Waterloopkundig Laboratorium in Delft, is thans een nieuwe kering ontworpen, bestaande uit een schuif, welke in de doorvaartopening van het bovenhoofd kan worden neergelaten en deze volledig afsluit. De schuif wordt in de ruststand terzijde van de sluis opgesteld en kan met een loopkat boven de doorvaartopening worden gereden".  

In 1988 zijn de oorspronkelijke sluisdeuren vervangen door hydrolische puntdeuren. Het sluiswachtershuisje is op 1 januari 2014 buiten gebruik gesteld omdat de bediening van de brug en de sluis centraal vanuit het provinciehuis in Lelystad gebeurd. In het kader van het Project Groot Onderhoud Bruggen en Sluizen is de Voorstersluis in 2022 gerenoveerd. Als gevolg van de wereldwijde leveringsproblemen van elektronische componenten werd de renovatie noodgedwongen in twee fasen uitgevoerd. In januari 2022 zijn de uit 1988 daterende hardhouten sluisdeuren gerenoveerd. Hiervoor werden eerst de grote bijna 9 m hoge, 4,5 m brede en ongeveer 12.000 kg wegende deuren aan de polderkant uit de sluis getakeld en op 11 januari naar Kampen overgebracht waar ze werden gerestuareerd. Om de sluisdeuren op een veilige manier te kunnen verwijderen werden eerst noodschotten geplaatst, die het water tegen moesten houden. Op 11 februari kwamen de deuren terug en werden weer in de sluis gehesen, waarna de deuren aan de kant van het Kadoelermeer eruit zijn gehaald om gerenoveerd te worden. Naast het renoveren van de sluisdeuren zijn ook allerlei andere werkzaamheden aan de sluiskolk en het sluiscomplex uitgevoerd. Tijdens de tweede fase van de renovatie eind 2022 is het vernieuwen van het aansturings- en bedieningssysteem, het vervangen van de brugklep, het bewegend brugdeel van de brug, en de renovatie van de brugkelder uitgevoerd. Om de brug en de sluis te kunnen bedienen vanuit de centrale bedienkamer in Lelystad, kregen ze hetzelfde bedieningssysteem als de overige bruggen en sluizen in de provincie. Bij de restauratie begin 2022 bleken de sluisdeuren er slechter aan toe dan gedacht. Daarom zijn tussen 16 en 20 oktober 2023 nieuwe sluisdeuren geplaatst. 

Het sluiscomplex staat samen met gemaal Smeenge op de rijksmonumentenlijst. Kijk hier voor een uitvoerige beschrijving van het monument. Kijk hier voor informatie over het sluiswachtershuisje en hier voor de schotbalkloods.

Architect

Dirk Roosenburg werd op 1 februari 1887 in Den Haag geboren. Na de HBS ging Roosenburg in 1905 naar Delft om aan de Technische Hogeschool civiele techniek te studeren. In het tweede leerjaar stapt hij over naar bouwkunde en studeerde in 1911 af. Daarna volgde hij nog een jaar lessen aan de École des Beaux Arts in Parijs. Hij vond een baan bij architect Jan Stuyt in Amsterdam. Vervolgens was hij een jaar of twee leerling van en tekenaar voor Berlage. Daarna werkte hij nog een paar jaar met A.H. op ten Noort en L.S.P. Scheffer binnen het bureau TABROS, voordat hij in 1916 een eigen bureau startte in Villa Windekind aan de Parkweg in Den Haag.

Roosenburg was sinds 1919 als esthetisch adviseur bij Rijkswaterstaat actief en werkte hij als zodanig ten tijde van de aanleg van de Twentekanalen (1930 – 1936) om tot aan zijn dood adviseur te blijven. Als adviseur was hij ook betrokken bij de aanleg van het Amsterdam-rijnkanaal en bij de vormgeving van de gemalen Lely en Leemans in de Wieringermeer en de Stevin- en Lorenzsluizen in de Afsluitdijk. In 1937 werd zijn hulp ingeroepen voor het ontwerp van de drie gemalen in de Noordoostpolder. In 1946, toen hij bijna zestig was, ging Roosenburg een samenwerkingsverband aan met twee medewerkers: Piet Verhave en Jaap Luyt, en hij bleef tot zijn 70 ste verjaardag met hen samenwerken. In de bouwwerken van Roosenburg waren vooral het gebruik en de praktische oplossingen belangrijk.

In de jaren '50 van de vorige eeuw was Dirk Roosenburg adviseur bij de vormgeving van de gemalen en sluizen in Oostelijk Flevoland, de Houtribsluizen bij Lelystad en het sluizencomplex bij Enkhuizen. De Dienst Zuiderzeewerken had een esthetisch adviseur nodig annex architect om de technische hoogstandjes op het gebied van de waterbouw te voorzien van een passende harmonieuze architectuur waardoor zij een waardige aanvulling zouden vormen op de landschappelijke en maatschappelijk-historische context waarin ze gebouwd werden. Roosenburg ontwierp voor Philips in Eindhoven onder meer het hoofdkantoor, delen van het Nateb en het fabrieksgebouw de Witte Dame. In Amsterdam is het voormalig hoofdkantoor van de Rijksverzekeringsbank op de kruising van de Stadionweg en de Apollolaan van zijn hand.

Roosenburg sterft op 11 januari 1962, na een kort ziekbed in het Haagse Bonovo ziekenhuis.