Pniëlkerk

Pniëlkerk

Plaats: Urk

Locatie: Vlaak 10

Architect: Van Beijnum Architecten bna

materiaal: bouwmaterialen

Jaar: 1999-2000


Beschrijving:

Vanwege de toename van het aantal leden heeft de Christelijk Gereformeerde kerk Eben Haëzer Urk op 10 november 2000 een tweede kerkgebouw in gebruik genomen. De eerste paal ging op 10 juli 1999 de grond in. Op 6 november 1999 werd de eerste steen gelegd van het nieuwe kerkgebouw ‘Pniël’. De tekst op de stichtingssteen luidt:

Eerste steen gelegd op
zaterdag 6 november 1999 door
Ds. A.A. Egas
Psalm 132:14-b
Hier zal Ik wonen
want Ik heb ze begeerd

Pniël is de plaats bij de rivier de Jabbok waar de worsteling van Jacob met God plaatsvond. In Genesis 32 vanaf vers 24 staat dat Jakob, na ruim 20 jaar in Oaddan-Aram (Syrië) te zijn geweest weer naar zijn geboorteland terugkeert. Nadat hij zijn gezinsleden en personeel met alle bezittingen over de rivier de Jabbok laat gaan, blijft hij zelf alleen achter, om tot God te bidden. En dan gebeurt er in die nacht iets wonderlijks: een Man worstelt met hem. Deze worsteling duurt tot aan het aanbreken van de nieuwe dag. Die Man vraagt dan aan Jacob om Hem los te laten, want Hij wil gaan, aangezien de dageraad is opgegaan. Maar Jakob laat Hem niet gaan, tenzij Hij hem eerst zegent. Hij ontvangt de zegen van een nieuwe naam. Eerst heette hij alleen Jakob, nu krijgt Hij ook de naam Israël. 'Jakob' betekent, dat hij de hiel van zijn tweelingbroer vasthield, voor de geboorte; 'Israël' betekent, dat hij zich vorstelijk met God en mensen heeft gedragen en heeft overwonnen. Dan gaat die Man, Gods Zoon, weg en komen de eerste stralen van de zon over de kim en zegt Jakob: "Ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht en mijn ziel is gered geweest." Daarom noemt hij de naam van die plaats bij het grensriviertje Jabbok nu Pniël. Want het Hebreeuwse woord 'Pniël' betekent: 'Gods aangezicht'. Bron: refoweb.nl

De kerk is een ontwerp van Van Beijnum Architecten bna bv uit Amerongen. Een niet onbekende kerkenarchitect voor Urk, want het bureau ontwierp ook de Sionkerk (1993), De Bron (2002), de Immanuëlkerk (2009) en de uitbreidingen van de Jachin Boazkerk (2005 en 2019). Aan het Reformatorisch Dagblad vertelt architect W.M. van Beijnum: "Wij willen een eenvoudig, waardig, stijlvol, degelijk en als kerk herkenbaar kerkgebouw ontwerpen dat niet afleidt van het doel waarvoor het gebouwd is. Het centrale doel van een kerk is het samenkomen van de kerkelijke gemeente onder de bediening van Woord en sacramenten. Het geheel moet voldoen aan de wensen van die gemeente en de eenheid bevorderen. Dat kan bijvoorbeeld door het meewerken van gemeenteleden aan de realisatie." Hoofdaannemer voor de bouw was Bouwbedrijf L. Post en zonen. Dit bedrijf heeft in de laatste 35 jaar veel ervaring opgedaan op en rondom Urk in de Utiliteitsbouw. De refodrome telt ruim 800 zitplaatsen en is op de groei gebouwd. Op het dak van het kerkgebouw staat een dakruiter die bekroond wordt door een windwijzer in de vorm van een zeilbotter.

Op zaterdag 11 mei 2002 werd in de Pniëlkerk een orgel in gebruik genomen dat in 1983 nieuw gebouwd was voor de Gereformeerde Petrakerk in Den Haag. Bij de bouw van dit instrument gebruikte de firma E. Leeflang uit Middelharnis enkele registers uit het, eveneens door orgelbouwer Ernst Leeflang gebouwde orgel uit 1938. Het nieuwe Leeflang-orgel werd op 28 april 1983 in gebruik genomen met een bespeling door de adviseur Aad van der Hoeven en de organist van de Petrakerk, Arnold Bötticher. Het snijwerk in de orgelkas werd ontworpen door Han Hoogenkamp uit Loosduinen en uitgevoerd door J. van der Vliet uit Gouda. In 2001 werd de Petrakerk gesloten en enkele jaren daarna gesloopt. De Pniëlkerk kocht het orgel aan. Bij de overplaatsing van Den Haag naar Urk door B.A.G. Orgelmakers uit Enschede adviseerde de orgelbouw adviescommissie van de Vereniging Organisten Gereformeerde Gemeenten. Daarbij werden de frontpijpen vernieuwd. Het balustrade-orgel telt 26 registers verdeelt over hoofdwerk, onderpositief en pedaal. De klaviatuur bevindt zich aan de rechter zijkant. Het onderpositief is te bespelen vanaf het tweede klavier. In de dispositie, de opsomming van de registers die in het orgel aanwezig zijn, en in de intonatie werden geen wijzigingen aangebracht. Het klankbeeld is te omschrijven als een combinatie van brede stemmen uit 1938, met daartussen en daarbovenop pijpwerk uit 1985, de nadagen van de neobarok dus. Het orgel is draagkrachtig en vertoont polyfone trekjes. De originele massief eiken orgelkas omsluit alle werken. Paul Wols, lid van de orgelbouw adviescommissie bespeelde het Leeflang-orgel bij de ingebruikname. In 2012-2015 bracht K. Kaptein orgelbouw uit Urk diverse wijzigingen aan. Kijk voor foto's en meer informatie hier

Laatste Update woensdag, 08 juli 2020