Ichthuskerk

Ichthuskerk

Plaats: Urk

Locatie: Richel 2

Architect: Huls Architecten

materiaal: div. bouwmaterialen

Jaar: 2011-2012


Beschrijving:

De christelijk gereformeerd Ichthusgemeente op Urk ontstond in 2005 toen ruim 700 gemeenteleden van de Gereformeerde kerk op Urk en 25 ambtsdragers niet mee gingen naar de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). Men besloot uit de kerk te stappen en zich aan te sluiten bij de Christelijk Gereformeerde kerken. De Gereformeerde Kerk op Urk was de eerste gereformeerde kerk in Nederland die scheurde naar aanleiding van het ontstaan van de PKN. Gereformeerde kerken zijn, volgens de kerkorde, in tegenstelling tot hervormde gemeenten, plaatselijk zelfstandig. Zo kan een gereformeerde kerkenraad voor de gemeente besluiten wel of niet in te stromen in de PKN.

Op zondag 1 mei 2005 werd de Ichthusgemeente geïnstitueerd door Ds. J. Westerink. De gemeente kwam samen in partycentrum De Koningshof dat in 2009 werd aangekocht. Na de aankoop kreeg het pand de naam Kerkelijk Centrum de Ichthushof. Het partycentrum werd verbouwd tot een zalencentrum Ichthushof, dat op 9 oktober 2010 officieel geopend werd door zuster Marretje Kramer en broeder Meindert Kramer jr. Toen het pand te klein werd voor de snel groeiende gemeente werd de daarnaast liggende grond aan de Richel 2 gekocht. De kerk schreef een prijsvraag uit en de kerkenraad en gemeente besloten om in zee te gaan met Huls Architecten uit Staphorst. Zij maakten een ontwerp voor een kerkzaal voor 1200 kerkgangers. Aannemer Prins Bouw bv uit ’t Harde kreeg de opdracht om de kerkzaal te bouwen. Op 9 juli 2011 werd de eerste paal geslagen door ds. W.N. Middelkoop, die in 2007 de Zuiderzeeroute had gefietst, 500 km in 5 dagen, om geld voor de kerkbouw bij elkaar te rijden. De opbrengst was € 12.000,-.

Na een bouwtijd van 9 maanden werd het kerkgebouw op zaterdag 12 mei 2012 officieel in gebruik genomen. Kees Kapitein, de oudste broeder van de gemeente, opende de nieuwe kerk met het onthullen van een plaquette in de hal van de Ichthushof. Op de plaquette staat onder de duif de uitdrukking 'Soli Deo gloria', wat 'Alleen aan God de eer' betekent. Deze uitdrukking is één van de vijf Latijnse uitdrukkingen die tijdens de reformatie geformuleerd zijn als kernpunten van het protestantse geloof. Daaronder staan de vier belangrijke data vermeld die betrekking hebben op de totstandkoming van de kerk. Christiaan Korf overhandigde het kerkgebouw namens de projectgroep aan de preses van de kerkenraad, Jan de Bruine. Gemeentelid Antje Kramer bood een door haarzelf gemaakte aquarel aan waarop Nehemia staat afgebeeld die bidt bij de muren van Jeruzalem.

Aan het Reformatorisch Dagblad vertelde architect Jenko Huls: "Het gebouw moet herkenbaar zijn als kerk, tijdloos en in harmonie zijn met zijn omgeving. Dit bereiken we met een heldere basisstructuur, aandacht voor detail, rust in vormgeving en kleurgebruik, en duurzame materiaalkeuzes. We willen een gebouw waar de gemeente kan samenkomen om het Woord te horen, waar de sacramenten kunnen worden bediend en waar de onderlinge ontmoeting kan plaatshebben. […] Gezien de complexiteit van de opgave is het ontwerp van de christelijke gereformeerde Ichthuskerk te Urk goed geslaagd. Herkenbaar, passend in de omgeving, en in de kerk is een fantastische akoestiek en verlichting". 

Op voorstel van architect Jenko Huls werd een klokkentoren op de kerkzaal geplaatst die bekroond wordt door een windwijzer in de vorm van een duif. In de toren hangt een 650 kg zware bronzen luidklok die afkomstig is uit de Magnalia Deikerk in Schiedam. Tijdens de bouw van deze kerk in 1963 werd een 'luidklokactie' gehouden om de klok te bekostigen. Door een fusie van verschillende kerkgenootschappen tot de Protestantse kerk (PKN) is de Magnalia Deikerk in september 2011 buiten gebruik gesteld. De klok werd aan de Ichthusgemeente verkocht. Voordat de bronzen luidklok in een nieuwe staalconstructie in de toren van de kerk werd gehangen is hij door Daelmans Klokken en Uurwerken in Lierop gereviseerd. 

Net als alle protestantse kerken op Urk staan er in het kerkgebouw twee kerkscheepjes, aan weerszijde van het lithurgisch centrum. De zeilbotters UK 50 en UK 43 zijn karveel gebouwd, wat betekent dat de huidplanken met de lange zijden glad tegen elkaar aanliggen. Een eikenhouten spantmodel wordt net als echte schepen uit losse onderdelen (spanten) opgebouwd. Het begint met de kiel en van daaruit worden de gebogen spanten aangebracht. De scheepshuid (gangen) wordt dan plank voor plank gebogen en bevestigd. Vroeger werden spantmodellen in de kerken opgehangen. Om vervorming van de romp tegen te gaan worden ze tegenwoordig neergezet. De scheepsmodellen zijn onder de waterlijn rood geverfd, daarboven blank gelakt. De strook met rood-wit-blauw geschilderde driehoekjes op het roer wordt prinswerk genoemd. De beide scheepsmodellen hebben bruin 'getaande' zeilen. Aan de mast hangen de netten te drogen. De kerkscheepjes symboliseren de levensreis van de mens.

Op 13 juli 2011 tekende de presses van de kerkenraad Jan de Bruine, orgelbouwer Ide Boogaard en de voorzitter van de Werkgroep Orgel en Muziek Tjeerd Hoekstra, het koopcontract voor een 'nieuw' orgel. Het orgel komt uit de St. Johannis Stadtkirche in het Duitse Hannover en werd in 1963 gebouwd door de Duitse orgelbouwer Detlef Kleuker (1922-1988). In Hannover telde het instrument 38 registers en had het een laat neobarokke klankkleur. In 2008 werd het orgel op internet aangeboden. Een jaar later kocht orgelmaker Ide Boogaard uit Rijssen het instrument om het vervolgens te verkopen aan de Ichthuskerk. Voor Urk werd een romantisch zwelwerk toegevoegd, wat wil zeggen dat het bovenwerk in een zwelkast geplaatst is die helemaal afgesloten kan worden via beweegbare lamellen. De organist kan deze met een trede bij het pedaal openen en sluiten, waardoor het mogelijk is de klank terug te dringen of juist te laten aanzwellen. Om dit te kunnen realiseren werd, in samenwerking met adviseur Stef Tuinstra, een deel van het Van Leeuwenorgel (1955) uit de Grote Kerk in Vianen aangekocht. Concreet ging het om de hoofdwerkwindlade en de klaviatuur. Het Kleukerorgel werd door orgelbouwer Ide Boogaard compleet omgebouwd en kreeg een klassieke Hollandse verdeling van hoofdwerk, bovenwerk, rugwerk en pedaal. Toets- en registermechaniek werden vernieuwd, net als alle frontpijpen waarvan de labia (mondstukken) met goud werden belegd. Het orgel werd op 28 mei 2014 door adviseur Stef Tuinstra, lid van het College van Orgel-adviseurs Nederland (CVON), in gebruik genomen. Het instrument heeft ongeveer € 425.000- gekost. Om te helpen in de bekostiging van het orgel, fietste dominee William Middelkoop met zijn zoon Jonathan in de zomer van 2011 vanuit het Zwitserse Basel naar Urk, een tocht van bijna 1000 km. De sponsoractie leverde bijna € 21.000,- op.

Het pijporgel heeft drie klavieren, trapsgewijs boven elkaar, die met de hand bespeeld worden, terwijl het voetklavier of pedaalklavier met de voeten bespeeld wordt. Met elk afzonderlijk klavier, ook wel manuaal genoemd, kan een deel van het orgel bespeeld worden. Dat noemen we een werk. Met het onderste klavier wordt het rugwerk bespeeld, met het middelste het hoofdwerk en met het bovenste manuaal bespeelt de organist het zogeheten bovenwerk. Ook kunnen alle klavieren tegelijk bespeeld worden, door met een speciaal mechanisme, de klavier-koppel genoemd, te zorgen dat de toetsen van de andere klavieren ook naar beneden gaan, wanneer je op het hoofd-klavier speelt. Bij dit grote orgel is goed te zien dat de plek van de organist bepalend is voor de naam van de verschillende werken. De kleine orgelkas, die in de balustrade van het orgelbalkon geïntegreerd is, is het zogeheten rugwerk. Daarachter zit de organist, met zijn rug daarnaartoe. Het hoofdwerk zit boven het hoofd van de organist en wordt geflankeerd door twee pedaaltorens die de pedaalregisters bevatten. In de pedaaltorens bevinden zich de langste pijpen van het orgel, pijpen van 16 (Rijnlandse) voet, ongeveer 4,90 m. Helemaal bovenin de kerk, boven het hoofdwerk, bevinden zich de pijpen van het bovenwerk. Een werk wordt een bovenwerk genoemd wanneer de windlade ervan boven die van het hoofdwerk is geplaatst. De pijpen van een orgel zijn ingedeeld in groepen, die we registers noemen. Het orgel in de Ichthuskerk telt 45 registers. Een register is een rij pijpen met dezelfde klankkleur. Voor elke toon van een register is er dus een afzonderlijke orgelpijp, die van lang naar kort op een windlade staan, een soort gesloten kist die met lucht onder druk staat. De lucht wordt door een windmotor in de windlade gepompt. De registers worden bediend met de knoppen naast de klavieren van het orgel. Als een registerknop opengetrokken wordt, verschuift een 'sleep' en ontstaat er een gaatje tussen de rij orgelpijpen die daar bij hoort en de windlade. Toch kan de wind dan nog niet bij de orgelpijp komen. Pas als er een toets van het klavier ingedrukt wordt ontstaat er nog een gaatje. De 2 gaatjes worden daardoor recht tegenover elkaar geschoven. De wind komt bij de orgelpijp en de toon klinkt.

Als je bij het klavier het register Prestant 8’ opentrekt kun je deze laten klinken. De Presant 8' is de pijpenrij in het front van het orgel. Het woord Prestant is afgeleid van het Latijnse woord prestare, wat vooraan staan betekent. De volgorde van de registers is hetzelfde als de volgorde van de pijpenrijen op de windlade. De registerknop Prestant zit dus altijd aan de kant van de kerkruimte. De toevoeging 8’ geeft de lengte van de grootste pijp van dit register aan, namelijk 8 voet oftewel ca. 2,40 m. Bedoeld wordt de lengte van het ‘sprekende gedeelte’ van de pijp, dus het stuk boven de pijpvoet. Aangezien de lengte van de pijpen tevens de toonhoogte bepaalt, weet de organist dus aan de vermelding 8’ welke toonhoogte dit register heeft. Een register met 16’ klinkt 2 keer zo laag als een 8’, een register met 4’ 2 keer zo hoog, een register met 2’ weer 2 keer zo hoog als een 4’ enzovoorts. Ook zijn er tussenmaten mogelijk, zoals de 2 2/3' en de 1 3/5'. Dit geeft het orgel de mogelijkheid om speciale klankkleuren te produceren die alleen voor dit instrument zo uniek zijn. De soorten orgelpijpen bestaan uit een aantal 'families'; prestanten, strijkers, fluiten en tongwerken. De prestanten zijn pijpen met een heldere en krachtige klank. Deze registers vinden we met name op het hoofdwerk. Naast deze ‘normale’ prestantpijpen kennen we deze pijpsoort ook in een veel smallere uitvoering, de strijkers. Doordat ze veel enger gemensureerd zijn, geven ze een zachte, ijle klank. De fluiten zijn de pijpen met een zachtere, liefelijke klank. De klank klinkt wat doffer door het feit dat deze pijpen, in tegenstelling tot de prestanten, aan de bovenkant dicht gemaakt zijn. Hierdoor klinkt de pijp ook lager. Voor dezelfde toonhoogte is maar de helft van de lengte nodig, een 4' klinkt als een 8'. Vandaar ook dat we veel van deze registers op de bovenwerklade aantreffen, waar minder ruimte is. Een zeer bekend lid van de fluitenfamilie is de Roerfluit. Deze is half open, doordat er een soort ‘schoorsteen’ (= roer) op het deksel staat. Ook zijn er open fluiten zoals de Woudfluit. Daarnaast is er een keur aan conische, steeds smaller wordende, pijpvormen zoals de Baarpijp. De tongwerken zijn volledig verschillend van de andere pijpen van het orgel. Bij de vorige genoemde pijpen wordt de toon geproduceerd door het ’snijden’ van de lucht als bij een blokfluit. Bij de tongwerken wordt het geluid van de orgelpijpen veroorzaakt doordat een plaatje van koper, het tongetje, tegen de 'keel' trilt. Dit geeft een volledig andere 'sonore' krachtige klank. Bij de tongwerken komen we allerlei bekervormen tegen; de trechtervorm zoals bij de Trompet en Bazuin, de cilindrische vorm zoals bij de Dulciaan en Fagot of allerlei Regaalvormen zoals bij de Vox Humana en Viola di Gamba. Tongwerken staan meestal achter op de windlade omdat ze regelmatig gestemd moeten worden. Bron: cgkdrogeham.

Kijk hier voor meer informatie over het orgel. Hier kunt u foto's van het binnenwerk van het orgel bekijken. Foto's van het orgel en het interieur van de kerk vindt u hier.

Bronnen: urkerland.nl, orgelnieuws.nl en ichtuhuskerk.nl 

Architect

Jenko Huls is in Staphorst geboren. Zijn vader Klaas Huls, startte in 1979 met het architectenbureau. Jenko Huls opleiding volgde hij aan de TH in Delft, waarna hij ervaring opdeed bij twee architectenbureaus in Gouda en omgeving. In 2004 ging Huls in het bedrijf van zijn vader werken. Het ontwerp voor de de oud gereformeerde gemeente (ogg) van Rouveen (2004) was zijn eerste kerkontwerp

De Bijbel centraal: dat is in een kerk in theologisch opzicht belangrijk, maar in architectonisch opzicht niet minder. Zijn ontwerpen kenmerken zich door eenvoud en een eenduidige structuur. "Hierdoor is de basis goed en voordelig. Waardoor er geld overblijft voor bijvoorbeeld verfraaiingen in het metselwerk". Kerkarchitect Jenko Huls: "Door het interieur zo rustig mogelijk te houden, gaat alle aandacht uit naar het geopende Woord”. Voor het interieur van een kerk gebruikt hij het liefst zo min mogelijk kleuren. Daardoor krijgt de kansel met het geopende Woord des te meer aandacht. De rest van het interieur mag dat ondersteunen. "Het gaat om het Woord, ik vind het een eer om een steentje te mogen bijdragen aan de verkondiging daarvan." Bron: Reformatorisch Dagblad.

Laatste Update vrijdag, 28 augustus 2020