Menorahkerk

Menorahkerk

Plaats: Urk

Locatie: Singel 16

Architect:

materiaal: bouwmaterialen

Jaar: 1981


Beschrijving:

In 1978 scheidde een deel van de leden zich van de Oud Gereformeerde Gemeente af, omdat zij zich niet konden vinden in de komst van ds. Marinus van de Ketterij (1905-1998) naar de Jachin Boazkerk. Ds. Van de Ketterij was predikant geweest binnen de Gereformeerde Gemeenten in Nederland maar kwam in opspraak vanwege overtreding van het zevende gebod, 'Gij zult niet echtbreken'. Daardoor verloor hij in 1959 zijn ambt en raakte buiten het kerkverband. In 1978 sloot ds. Van de Ketterij zich aan bij het kerkverband van de Oud Gereformeerde Gemeenten in Nederland. In datzelfde jaar werd hij door de Jachin Boazkerk beroepen.

De afgescheiden leden gingen afzonderlijke diensten beleggen. In 1979 werd een Gereformeerde gemeente in Nederland geïnstitueerd in kerkgebouw De Bron. De gemeente kocht een stuk grond aan de Singel aan en liet hierop door bouwbedrijf R. van de Weerd & Co uit Kampen een eigen kerk bouwen. Op 9 mei 1981 werd de Menorahkerk door ds. Frans. Mallan (1925-2010) uit Rhenen in gebruik genomen. De kerk is gebouwd op een rechthoekig grondplan en staat onder een bijna tot de grond reikend met pannen gedekt zadeldak. De gevels zijn in baksteen opgetrokken in halfsteensverband. De kerkzaal biedt plaats aan 850 kerkgangers. De banken staan in een waaiervorm rond het liturgisch centrum. Voor in de kerkzaal hangt een opgetuigde zeilbotter met registratienummer UK 282, de boeg naar de kansel gericht. Het kerkcomplex bevat naast de kerkzaal een grote zaal voor recepties en dergelijke en een aantal kleine vergaderlokalen voor catechisaties en verenigingen. Naast het kerkcomplex staat een open toren met luidklok. De totale bouwkosten bedroegen 1,3 miljoen gulden. 

Ter gelegenheid van de ingebruikname van het kerkgebouw bouwde en schonk A. van Slooten, de koster van de Menorahkerk, een 1,30 m groot hangend spantmodel van een Sxhokker. De schuit van zijn vader had in grote lijnen als voorbeeld voor het scheepsmodel gediend. Ook het registratienummer UK 262 is van dit schip afkomstig. Op het huisje, een overdekte, afsluitbare bergruimte tegen de achtersteven onder de helmstok, staat onder de prins de scheepsnaam Johannes Paulus, de voornamen van respectievelijk de grootvader van A. van Slooten en diens broer. Bron: Scheepsmodellen in Nederlandse kerken door J.M.G. van der Poel, 1987.

De naam Menorah verwijst naar de zevenarmige gouden kandelaar die in de tempel van de Israëlieten stond. In Exodus 25:31-40 staan alle details beschreven hoe Mozes een menorah diende te fabriceren voor het tempelheiligdom. De gouden kandelaar moest een centrale schacht hebben en zes zijarmen, drie aan elke kant, en versierd worden met allerlei ingewikkelde knop- en bloemmotieven. Op elk van de zeven armen moest een lamp worden gemonteerd. De naam Menorah herinnert aan de Joodse wortels van het Christelijk geloof. 

In de Menorahkerk staat een orgel dat in 1939 als eenklaviers rein-pneumatisch instrument met aangehangen pedaal werd gebouwd door fa. Valckx & Van Kouteren uit Rotterdam voor de Westerkerk in Amersfoort. Een aangehangen pedaal is een permanente koppeling die het pedaalklavier aan het manuaalklavier verbindt. Als de organist de pedaaltoetsen met zijn voeten beroert, worden de toetsen van het manuaal ingedrukt. Een pedaal kan ook een zelfstandig werk zijn, dan heeft het voetklavier een eigen windlade met eigen registers. In 1962 werd het orgel gerestaureerd en uitgebreid door de fa. Koch uit Apeldoorn. Koch voegden een tweede klavier toe en het pedaal werd met 3 stemmen zelfstandig bespeelbaar gemaakt. Het orgel werd tevens elektrificeert. Als adviseur trad Charles de Wolff (1932-2011) op, die het orgel bij de ingebruikname op 29 juni 1962 bespeelde. De dispositie was als volgt: Hoofdwerk (manuaal I); Prestant 8', Roerfluit 8', Octaaf 4', Octaaf 2', Cornet V, Trompet 8', Positief (manuaal II); Salicionaal 8', Celeste 8', Holpijp 8', ? 4', Sesquialter, Tremolo en Pedaal; Subbas 16', Gedekt 8', Octaaf 4'.

In 1970 werd dit instrument verkocht aan de Gereformeerde kerk te Elspeet en in 1976 doorverkocht aan de heer D.A. Verkerk, die een timmerbedrijf in Woudenberg had. Met de aanschaf van dit orgel is bij Dirk Verkerk de interesse voor de orgelbouw gekomen. Hierop heeft hij zich met behulp van het boek ‘De Orgelmaaker’ van Jan van Heurn de grondbeginselen van de orgelbouw eigen gemaakt. Bron: talpatalk.com. In 1981 kocht de Menorahkerk het Valckx & Van Kouteren-orgel. Het instrument is een balustradeorgel, een pijporgel dat met de voorzijde, het orgelfront, geïntegreerd is in de balustrade van het orgelbalkon. Het manuaal staat in de kerkzaal. In 1994 heeft Ide Boogaard uit Rijssen het orgel gerestaureerd. Hierbij werd de Mixtuur III vervangen door een Cornet V van het hoofdwerk en de Sesquialter II op het bovenwerk door een Fluit 4'. De orgelkas is versierd met twee zevenarmige gouden kandelaars met daarboven een Davidster en twee trompetten. Kijk voor foto's van het orgel hier

In een post op 21 maart 2018 van Johannes orgelbouw uit Ede op facebook lezen we: Recentelijk installeerden wij op Urk in het kerkgebouw der plaatselijke Gereformeerde Gemeente in Nederland, een prachtig Monarke hybride orgel. In de kerk stond een pijporgel met 14 stemmen, welke is gerenoveerd door Klaas Kaptein uit Urk. Johannus verving de oude speeltafel door een nieuw, op maat gemaakt exemplaar en breidde het bestaande orgel uit met 14 digitale stemmen.

Laatste Update donderdag, 10 september 2020