Jeruzalemkerk

Jeruzalemkerk

Plaats: Urk

Locatie: De Noord 8a

Architect:

materiaal: baksteen, hout glas

Jaar: 1972


Beschrijving:

In 1969 verliet een deel van de leden de Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt en sloot zich aan bij de Nederlands Gereformeerde Kerken. De kerkelijke gemeente kocht een perceel grond aan op de hoek van De Noord en De Akkers. Op 21 december 1972 kon de Jeruzalemkerk in gebruik genomen worden. De kerkzaal is het hoogste bouwvolume en staat onder een piramidedak, een dak met vier of meer gelijkbenige driehoeken, die in één punt samenkomen. De nevengebouwen hebben platte daken. De gevels zijn opgetrokken in witte baksteen. Voor het kerkgebouw staat een open, stalen klokkenstoel met luidklok. 

Jeruzalem (Hebr. ירושלים, Jeroesjalajim) is de naam van een aardse stad en van een hemelse ('het nieuwe Jeruzalem'). De aardse stad Jeruzalem, gelegen in het land van Israël, is de plaats die God heeft uitverkoren om Zijn Naam daar te vestigen en daar vrede te geven. Het aardse Jeruzalem wordt in Openbaringen 20:9 de geliefde stad genoemd. Bron: christipedia

Al sinds de 17e eeuw worden scheepsmodellen in hervormde kerken geplaatst. In de vele protestantse kerken, die zich later van de Hervormde Kerk hebben afgescheiden, werd deze traditie niet overgenomen, behalve op Urk. Op het voormalig eiland behoort een scheepsmodel tot de vaste de inventaris van alle protestantse kerken. Als er een nieuwe kerk gebouwd wordt, gaat men onmiddellijk na of er een scheepsmodel verworven kan worden, hetzij door schenking, ofwel door aankoop. Ter gelegenheid van de in gebruik name van de Jeruzalemkerk bouwde en schonk schoenmaker Hendrik Visser (1918-1986) een 40 cm groot eikenhouten scheepsmodel van een Zuiderzeeschokker. Het spantmodel draag het registratienummer UK 3 van het schip van ouderling Hendrik Wakker, die destijde het oudste lid van de kerk was. Wakker was in 1969 met een groep lidmaten van de Rehobothkerk naar de Jeruzalemkerk overgegaan. In de Rehobothkerk hangt ook een model van de UK 3. Bron: Scheepsmodellen in Nederlandse kerken door J.M.G. van der Poel, 1987. Het schip hangt voor het liturgisch centrum. In tegenstelling tot de kerkscheepjes in de andere kerken op Urk is de steven afgewend van de kansel. 

In 1973 werd een door Groenewegen Orgelbouw uit Wijandsrande nieuw gebouwd orgel in gebruik genomen. Het volgens het elektrisch Unit systeem gebouwde pijporgel, had twee manualen en vrij pedaal. Kijk hier voor meer informatie. In 1994 is dit orgel vervangen door een mechanisch Mense Ruiter orgel. Het orgelbedrijf Mense Ruite werd in 1930 in de stad Groningen opgericht. Iedere keer als de leiding van het bedrijf wisselden werden ook de artistieke bakens verzet. In 1990 vond er weer een directie wissel plaats, Jan Veldkamp en Adolf Willem Tamminga vormden sindsdien samen de directie. Er kwamen veranderingen in het concept, want er was meer over de muzikaliteit en de klank nagedacht. Het oor werd te luisteren gelegd bij de Groninger orgelmaker Heinrich Hermann Freytag (1759-1811), mede vanwege het feit dat diens oeuvre tot stand kwam tussen de barok en de romantiek. Op orgelsindrenthe.nl lezen we: "Het in 1993 voor de Gereformeerde kerk te Winsum gebouwde orgel heeft de Freytag-variant als basis. Het beluisteren van dit instrument vormde voor mij een complete verrassing. Wanneer een orgelmaker kans ziet om in een slecht klinkende ruimte een dergelijk instrument neer te zetten, volgens welk concept dan ook, is er naar mijn idee zonder meer sprake van grote vooruitgang. Het milde tertsplenum, de boeiende variëteit aan fluiten, de prachtig mengende, donker kleurende Trompet en de mogelijkheid deze drie groepen op velerlei wijze ('op zijn Freytags') met elkaar te mengen zijn een lust voor het oor. De speelaard is uiterst plezierig en laat een zeer genuanceerde aanslag toe. De windvoorziening is zeer flexibel, zoals we dat kennen van van bijvoorbeeld het Freytag-orgel in Bellingwolde, en stelt eisen aan de speler. Problematisch (in verband met de wind?) is de aanspraak van enkele tonen van de Bazuin 16' bij snel passagespel in het plenum. Al met al is hier sprake van een prachtig orgel met een laat 18de-eeuws klankbeeld. Zeker, in een aantal opzichten herinnert het instrument aan Freytag, maar dat is voor mij van minder belang. Al luisterend en spelend beschouwde ik het Winsumer orgel daarom als een belangrijke en veelbelovende 'tussenstop' op de weg naar een verdere verdieping in het oeuvre van Freytag. De volgende loot aan de Freytag-stam is het orgel dat in juni van dit jaar in gebruik genomen werd in de Nederlands Gereformeerde Jeruzalemkerk te Urk. De verrassing van Winsum bleef voor mij in Urk uit. Ook hier hebben we in grote lijnen te maken met dezelfde klankopbouw als in Winsum, met een voornaam tertsplenum en prachtige fluiten, maar het evenwicht tussen de verschillende registers ervoer ik als minder vanzelfsprekend. De nogal overheersende Trompet 8' leent zich minder goed voor allerlei typische Freytag-registercombinaties, de draagkracht van het Pedaal is in Urk minder sterk en sommige stemmen verdragen elkaar minder goed. In het algemeen is de intonatie minder uitgesproken dan in Winsum. Daarover heerst voor mij de bewondering voor het brede klankspectrum met veel volheid en helderheid; in Urk overheerst de verwondering over de terughoudendheid waarmee de orgelmakers te werk zijn gegaan. Het verschil tussen Winsum en Urk is voor mij, heel simpel gezegd, "bijzonder mooi" tegenover "gewoon mooi". De windvoorziening is veel stabieler en daarmee ook minder problematisch dan in Winsum, maar of het ook mooier is....? Wel moet vermeld worden dat de klanksterkte van het orgel berekend moest zijn op de toekomstige uitbreiding van het kerkgebouw. Ook was de instructie van de kerkenraad, volgens mededeling van de orgelmakers, volstrekt helder: bouw een "luid en duidelijk" orgel. Naar mijn idee gaat die kracht en duidelijkheid dan iets ten koste van de ontspannenheid". Kijk hier voor meer informatie over het Mense Ruiter orgel.

Laatste Update vrijdag, 28 augustus 2020