Kiepsteiger

Kiepsteiger
Kiepsteiger Kiepsteiger Kiepsteiger Kiepsteiger Kiepsteiger Kiepsteiger Kiepsteiger

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Leemkade

Maker: Coöp. Beetwortelsuikerfabriek

materiaal: beton

Jaar: ca. 1960


Beschrijving:

De Noordoostpolder is in eerste instantie aangelegd om het areaal landbouwgrond in Nederland te vergroten. Alle landbouwproducten werden tot in de jaren zeventig van de twintigste eeuw per schip afgevoerd. In de hele polder was goederenvervoer over water mogelijk. De drie hoofdvaarten, de Urker-, Lemster- en Zwolse vaart, en de zijtakken naar de dorpen waren geschikt voor scheepvaart. Aan de buitenrand van ieder dorp werd bij de nabijgelegen vaart een ‘industrieterrein’ met loswal aangelegd. Tot het begin van de jaren zeventig werden deze intensief gebruikt voor het laden en lossen van landbouwproducten.

Kraggenburg werd in 1948 gesticht aan de zuidzijde van de Leemvaart. De vaart is doodlopend en eindigt in een zwaaikom, een plaatselijke verbreding van een vaarwater waar lange schepen kunnen keren. De naam is afgeleid van de beweging die een schip bij deze draai maakt en de vorm van het water. Dankzij de aanwezigheid van de zwaaikom is het dorp voor grotere schepen goed bereikbaar. Aan de oostkant van de Leemvaart is de loswal. De schepen werden doorgaans 'met de kop naar buiten' afgemeerd. Bij Kraggenburg betekent dit dat het schip eerst moest draaien voor het aan de loswal aanlegde. De Fries-Groningsche Coöperatieve Beetwortelsuikerfabriek liet bij de loswal een weegbrug met bedieningshuisje bouwen om tijdens de bietencampagne suikerbieten van de leden te wegen voordat deze in een binnenvaartschip werden overgeslagen. Ieder dorp had een bietenagent die het bietentransport coördineerde. Hij zorgde dat op het juiste moment een schip de bieten kwam halen. De suikerfabriek had daarvoor vervoerscontracten met binnenschippers afgesloten. Tevens zorgde de bietenagent ervoor dat er voldoende bieten op de loswal afgeleverd werden zodat de schipper niet lang hoefde te wachten.

Aan het eind van de loswal staat een bijzondere steiger uit de tijd dat de overslag van landbouwproducten nog op de loswal plaats vond. De kiepsteiger, zoals die in de binnenvaart genoemd wordt, is een op een oprit gelijkende betonnen constructie die een eind boven en buiten de kade uitsteekt. De trekkercombinaties of vrachtauto's reden achteruit de steiger op en kiepten hun lading rechtstreeks in het ruim van het eronder liggende schip. De kiepsteiger werd veelvuldig tijdens de bietencampagne gebruikt, maar ook voor het overladen van andere landbouwproducten zoals graan, aardappelen, penen en uien. De kiepsteiger is niet meer in gebruik. In de loop der jaren werd het bietenvervoer per schip vanuit de Noordoostpolder steeds minder. In 1973 schakelde de Suiker Unie, een fusie van coöperatieve suikerfabrieken in Dinteloord, Groningen, Puttershoek, Roosendaal en Zevenbergen, grotendeels over op de aanvoer van suikerbieten via de weg. Nog maar een kwart van de bieten werd dat jaar per schip vervoerd. Als gevolg hiervan werden 17 laadplaatsen gesloten waaronder 11 binnen de Noordoostpolder. In vijf jaar tijd was het aantal laadplaatsen in Nederland afgenomen van 82 tot 19. In 1977 besloot de directie van de Groninger Suiker Unie dat het bietenvervoer per schip vanaf 1978 afgeschaft zou worden. Vanaf dat jaar werden de suikerbieten rechtstreeks per vrachtwagencombinatie naar de suikerfabriek gebracht.

Op de loswal van Ramspol is eveneens een kiepsteiger te vinden. In Marknesse, Creil, Rutten, Luttelgeest en Emmeloord hebben ook kiepsteigers gestaan, maar die zijn in de loop der jaren verdwenen. Toen de kiepsteiger aan de Zuiderkade in Emmeloord gesloopt werd is de oprit gebruikt als landhoofd voor de fietsbrug naar de wijk de Zuidert. Een kiepsteiger werd op het platteland ook wel aangeduid als bietenbrug. De benaming laadbrug is onjuist. Een laadbrug kan tegen het (dijk)talud geplaatst zijn terwijl een kiepsteiger op een loswal of kade is gebouwd.

Laatste Update zondag, 11 augustus 2019