Gereformeerde kerk

Gereformeerde kerk
Gereformeerde kerk Gereformeerde kerk Gereformeerde kerk Gereformeerde kerk Gereformeerde kerk Gereformeerde kerk

Plaats: Nagele

Locatie: Ring 15

Maker: Johannes van den Broek / Jaap Bakema

materiaal: beton

Jaar: 1959 - 1960


Beschrijving:

In de dorpen in de Noordoostpolder werden door de Directie Wieringermeer drie kerken, en bijbehorende scholen gepland. In tegenstelling tot de andere dorpen waar scholen en kerken, van de verschillende geloofsgemeenschappen, van elkaar gescheiden waren zijn deze in Nagele in de groene ruimte van het dorp samengebracht. ‘Het zich in één ruimte bevinden, drukt, bij het erkennen van verschillen, saamhorigheid uit’ is de mening van de architecten van ‘De Acht’. Omdat de kerken niet gelegen zijn aan een straat hebben ze geen duidelijke voor- of achterkant.

De gereformeerden bouwden in de jaren vijftig veelal in een traditionele stijl, waarbij de kerken zich naadloos voegden in de structuur en het straatbeeld van de dorpen. Pas aan het einde van de wederopbouwperiode wordt de sterk overheersende soberheid langzaam maar zeker ingeruild voor een sobere monumentaliteit. De Gereformeerde kerk stelde richtlijnen op voor het ontwerp van een kerk met nevengebouwen. De ruimten in het gebouw moesten een eenheid vormen waarbij de nevenruimten waren afgezonderd van de liturgische ruimte. Deze nevenruimten kregen een aparte ingang. De ontmoetingsruimte gold als een overgangsruimte tussen de buitenwereld en de kerk. De mogelijke afleiding van het Woord moest zo veel mogelijk beperkt worden. Decoraties en niet-functionele onderdelen van een gebouw waren daarom ongewenst. Ook mocht er niet teveel glas in de wanden worden verwerkt. 

De uitgesproken modernistische vormgegeven gereformeerde kerk van de architecten Johannes van den Broek en Jaap Bakema is in de jaren 1959 -1960 tot stand gekomen. Zowel de kerk als de toren zijn gebouwd met eenvoudige materialen, om te verwijzen naar de zuiverheid die het gebouw wil uitdrukken. De kerk is gebouwd van betonstenen van ca. 25 bij 35 cm, waarop de geprefabriceerde voorgespannen liggers rusten. Dezelfde bouwwijze is bij de nabijgelegen R.K. St. Isidoruskerk gehanteerd. Bij de gereformeerde kerk rusten de geprefabriceerde voorgespannen liggers op muurverdikkingen in de betonstenen muren. Eeuwenlang vormden gezaagde balken de basis voor kapconstructies in de kerken. Het is niet toevallig dat juist in Nagele, waar de architectuur als geheel modernistischer van vorm is dan in de andere dorpen in de Noordoostpolder, het destijds moderne voorgespannen beton werd gebruikt. De firma Schokbeton speelde daarbij een belangrijke rol. Zij leverden de betonelementen uit hun fabriek in het nabij gelegen Kampen, waar ook de schokbetonelementen voor alle landbouwschuren in de nieuwe polder vandaan kwamen. Bron: Kerkappen in Nederland 1800-1970, door Ronald Stenvert.

De vensters en de deuren zijn van hout, m.u.v. de kleine ramen aan de buitenzijde van de kerkzaal. Deze laatste hebben metalen sponningen. De platte daken zijn van grind op mastiek. Hoewel hier sprake is van een scherpe breuk met de traditie, verwijzen de steunberen in de zijgevel naar de historische kerkenbouw. De kerk bezit een robuuste vierkante gesloten klokkentoren, die op vier poten staat, met hier en daar een open vlak waardoor ook de klok zichtbaar is. Op de klok staat de volgende tekst: "Ons hart is onrustig in ons o God, totdat het rustig is in U". De 16 m hoge toren is als een expressieve sculptuur los van het kerkgebouw geplaatst en vormt een geleidelijke overgang van de openbare groene ruimte naar de beslotenheid van de kerkzaal. Eenmaal onder de toren door gelopen, biedt een glazen zijwand vrij zicht op de kerkzaal. De toren is bekleed met platen van ruw beton en wit geschilderd. Aan de westgevel van het kerkgebouw bevindt zich een betonnen buitenkansel met aan de voorzijde een kruis. Hiermee wordt verwezen naar de kerk Notre-Dame du Haut in de Franse plaats Ronchamps die in 1955 gebouwd is naar een ontwerp van architect Le Corbusier. De kerkzaal heeft glazen zijwanden en boven het liturgisch centrum een opbouw die voor lichtval zorgt. Dit is eveneens een verwijzing naar de Notre Dame du Haut.

In 1959-1960 bouwde de firma Fonteyn en Gaal uit Amsterdam, onder toezicht van de Orgelbouw Adviescommissie van de Gereformeerde Organisten Vereniging (GOV), een nieuw electro-pneumatisch membraanladen-orgel. In 2007 is er ook een elektronisch orgel in de kerk geplaatst. Het pijporgel is daarna toch weer in gebruik genomen. In haar masterscriptie 'kerkruimte beleven', 'Protestantse kerkruimten in Nederland uit de wederopbouwperiode' (augustus 2012) schrijft Gerdien Duijst: "De Gereformeerde Kerk is ontworpen voor het oog en niet voor het oor. De akoestiek in de ruimte is niet goed. De betonstenen hebben een poreuze structuur en zullen daarom vooral geluid absorberen en niet terugkaatsen. Het orgel klinkt vooral heel hard, zonder enige fijngevoeligheid. De ruimte draagt niet bij aan de klankvorming. Daarnaast is de ruimte gebruiksonvriendelijk voor de muzikanten. De schuin toelopende orgelkast is vanuit esthetisch oogpunt ontworpen zonder rekening te houden met de praktijk van de eredienst. De organist zit nu namelijk achter de kast verscholen en verstoken van zicht op het liturgisch centrum. Het is behelpen met strategisch geplaatste spiegels. Dit mankement werd overigens ook al opgemerkt door Blankesteijn. Ook met het kerkkoor is geen rekening gehouden. De meest logische plek voor het koor is op het podium. In de praktijk wordt ook vanaf deze plek gezongen. Tegelijk is dit in akoestisch opzicht de meest slechte plek die men kan kiezen. Het geluid zal namelijk zonder de ruimte te bereiken verdwijnen in de hoogte van de dakopbouw". In mei 2014 voerde de fa. Nijsse en Zn. groot onderhoud uit. Tevens werd het orgel uitgebreid met enkele registers. Op renerijsse.nl staat: "Het was een tweeklaviers orgel met vrij pedaal. Het orgel had nauwelijks mogelijkheden voor soloregistraties. Het orgelbalkon is erg klein en er was geen mogelijkheid om het orgel uit te breiden op de klassieke manier. Daarom is er voor gekozen om enkele digitale stemmen toe te voegen, zodat een verantwoorde dispositie is ontstaan. Er is veel aandacht aan de intonatie van de digitale registers besteed, de orgelklank is een eenheid en biedt nu vele mogelijkheden". Kijk hier voor de dispositie van het orgel en foto's. 

De betonnen kansel en de houten avondmaalstafel zijn naast elkaar opgesteld op een in breuksteen uitgevoerd podium, wat terzijde staat een eenvoudig betonnen doopvont. Links van het liturgisch centrum staat het orgel op het orgelbalkon. Tegen de achterwand van het liturgisch centrum hangt een glasappliqué raam van 1,75 x 1,75 meter groot met een voorstelling van een schip met golven dat gemaakt is door de kunstenaar Berend Hendriks (1918-1997). Het is één van een serie van drie ramen die Hendriks in 1959 ontwierp voor de door architect Wouter van der Kuilen (1923-2003) ontworpen Nederlandse hervormde kerk aan Ring 7. De opdracht was om in de ramen motieven aan te brengen die verband hielden met de drooglegging van de Noordoostpolder. Het vierkante raam, dat in de hervormde kerk in de aandachtswand boven de avondmaalstafel zat, herinnert met de afbeelding van 'de Ark van Noach' enerzijds aan de golven, die eens spoelden boven het nieuwe land en anderzijds aan de zondvloed. God liet de zondvloed over de aarde komen, omdat hij de slechtheid van de mens niet langer kon verdragen en spijt had gekregen van zijn schepping. Op aanwijzing van God bouwde Noach een ark waarin hij en zijn gezin als enige de zondvloed konden overleven. Hij kreeg de opdracht om behalve zijn familie ook dieren mee aan boord te nemen om hun voortbestaan veilig te stellen. In het glasappliquéraam combineert Hendriks figuren in abstractie met geometrische grondvormen als vierkanten, driehoeken en cirkels waarbij het figuratieve overheerst. 'De uittocht uit Egypte' en 'de doortocht door de Rode Zee' (Exodus 13 en 14) waren verwerkt in een lang smal raam onderin de linkerzijmuur. In een groot vierkant raam, in de tegenoverliggende rechterzijmuur, was de vuurkolom die het volk Israël in de woestijn voorging verbeeldt. Vanwege het Samen op weg proces gingen de hervormden en gereformeerden samen kerken. Sindsdien gebruikt de kerkgemeenschap de gereformeerde kerk. De hervormden namen het raam met de beeltenis van 'de Ark van Noach' mee naar de gereformeerde kerk om het te herplaatsen boven de avondmaalstafel in het liturgisch centrum. De andere twee ramen zijn in 2010 vanwege de slechte staat uit de voormalige Nederlandse hervormde kerk verwijderd. Bron: 'Een toekomst voor (wand)kunst in Nagele' en 'Nagele. Een moderne erfenis'. 

'De Ark van Noach' in de Ned. hervormde kerk. Fotografie: Foto Baars Vollenhove.

Sinds 2013 staat de gereformeerde kerk op de gemeentelijke monumentenlijst. In 2014 is de kerk door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed als rijksmonument ingeschreven in het monumentenregister. De kerk is een toonbeeld van de opvattingen van waaruit de ontwerpers van de nieuwe polderdorpen het gemeenschapsleven in dit nieuw te ontwikkelen gebied vorm probeerde te geven. Het kerkgebouw is bijzonder omdat het onderdeel uitmaakt van een cluster van kerk- en schoolgebouwen per gezindte in het groene hart van het polderdorp Nagele. Het verhaal van de maakbaarheid (of poging tot) van een nieuwe samenleving is hierdoor afleesbaar. Kijk hier op pag. 75 voor een uitgebreide beschrijving van het monument.

Met dank aan Adri Leune voor het toesturen van de foto van 'De Ark van Noach' en de toestemming om deze te publiceren.

Architecten

Johannes Hendrik van den Broek is op 4 oktober 1898 als zoon van een bouwondernemer in Rotterdam geboren. In 1917 behaalde hij de akte Lager Onderwijs aan de Rijkskweekschool voor Onderwijzers in Nijmegen. Van 1918 – 1928 studeerde hij aan de Technische Hogeschool in Delft. In de jaren 1920 werkte Van den Broek enige tijd bij het architectenbureau van Grandpré Molière en Verhagen. In 1934 vestigde hij naam met zijn bekroonde inzending voor de prijsvaag ‘Goedkope arbeiderswoningen’. In 1936 trad hij toe tot de directie van bureau Michiel Brinkman. In 1948 trad J.B. Bakema (1914 – 1981) ook tot de directie toe. Vanaf 1951 heette het bureau Architectenbureau Van den Broek en Bakema. In de jaren 1950 en 1960 was dit een van de belangrijkste bureaus op het gebied van moderniistische architectuur in Nederland.

In 1948 werd Van den Broek aangesteld als buitengewoon hoogleraar op de afdeling Bouwkunde. Zijn onderwijs bevoegdheid kwam hem nu goed van pas. Zijn benoeming als hoogleraar zorgde voor een modernistische elan in de afdeling bouwkunde, waar vanaf de jaren 1930 het door Granpré Molière geïnspireerde Delftse traditionalisme de boventoon voerde. 

Van den Broek was een actief en vooraanstaand lid van de Hervormde Kerk. Hij was lid van de commissie ‘Beginselen der Kerkbouw’ die in 1954 een adviserend rapport schreef in opdracht van de Hervormde Synode. Vanuit dit lidmaatschap was Van den Broek een van de leidende figuren binnen de naoorlogse hervormde kerkbouw. Geloof en professie waren voor hem onlosmakelijk verbonden. Van den Broek stelde dat zowel voor functionalistische als autonome architectuur kennis en begrip van de liturgie noodzakelijk zijn. Zijn godsdienstige overtuiging werkte door in zijn ideeën over architectuur. De kerken met een gestrekte vorm en een lengteas sloten volgens Van den Broek meer aan bij de eredienst als "ontmoeting van God en Gemeente", waarmee een meer actieve houding van de gemeente tot uitdrukking wordt gebracht. Johannes Hendrik van den Broek overleed op 6 september 1978 op 79-jarige leeftijd in Den Haag. 

 

Jacob Berend (Jaap) Bakema werd op 8 maart 1914  in Groningen geboren. Jaap Bakema besloot architect te worden nadat hij het Rietveld Schröder huis in Utrecht  had gezien. Zijn eerste bouwkundige opleiding kreeg Bakema aan de mts in Groningen. Tussen 1937 en 1941 volgde hij de architectenopleiding aan de Amsterdamse Academie voor Bouwkunst.

In 1942 probeerde hij vanuit het bezette Nederland Engeland te bereiken. Hij werd in de Pyreneeën aangehouden en in Frankrijk vastgezet. In het najaar van 1944 wist hij Groningen weer te bereiken. Hij dook onder bij zijn collega-architect Evert van Linge.

Tussen 1945 en 1948 werkte Bakema bij de Dienst van Volkshuisvesting in Rotterdam. In 1948 associeerde hij zich met Johannes Brinkman en Johannes van den Broek van het architectenbureau Brinkman en Van den Broek. Brinkman was toen ernstig ziek en Van den Broek was zojuist benoemd tot hoogleraar aan de Technische Hogeschool Delft. Na het overlijden van Brinkman in 1949 ging het bureau in 1950 verder onder de naam Van den Broek en Bakema.

Jaap Bakema overleed op 20 februari 1981 in Rotterdam

 

Van den Broek en Bakema ontwierpen o.a. de Lijnbaan en tientallen woningbouwprojecten in Rotterdam, De Faculteit en Aula van de TH in Delft en de gereformeerde kerk in Nagele. 

Laatste Update donderdag, 14 mei 2020