Gevelsteen "Zuiderlicht"

Gevelsteen
Gevelsteen Gevelsteen

Plaats: Dronten

Locatie: Rozemarijn 91

Kunstenaar: Hans 't Mannetje

Materiaal: franse kalksteen

Jaar: 1992

Beschrijving:

Op de zijgevel van het gebouw aan de Rozemarijn 91 is de gevelsteen in bas-reliëf gemetseld. De steen was oorspronkelijk bedoeld voor de basisschool het Zuiderlicht. Het personeel van de school had echter de voorkeur voor de gevelsteen "Kwetsbaar".

Op de gevelsteen "Zuiderlicht" staat een lichtboei op zee afgebeeld. Op zee staan geen verkeerslichten, zijn geen witte lijnen, haaientanden of verkeersborden zoals we die kennen in het dagelijkse autoverkeer. Toch kent ook het water zijn wegmarkeringen, waarschuwingssignalen en wegwijzers. Vanaf de 18e eeuw ontstak men vuren ook op zee voor het markeren van gevaarlijke ondiepten. Op die plaats kon men geen vuurtoren bouwen en liet men daar een zogenaamd vuurschip of lichtschip verankeren.  Lichtboeien markeren vaarroutes, -geulen en gevaarlijke locaties. Een lichtboei bestaat uit een drijflichaam en een opstand (licht en/of topteken). Het topteken is van groot belang om te weten langs welke kant men de boei dient te passeren. In de buurt van Texel ligt een lichtboei met de naam het Zuiderlicht.

Op de bovenrand staat het toelichtende rijmpje van de Nederlandse dichteres Anna Roemer Visscher (1583 – 1651)

WIE OP 'T STEUNT

HEEFT 'T TOT STUT

WIE NIET WEET WAT 'T IS

DOET 'T GEEN NUT

De steen is vrij naar een zinnebeeld van de dichteres (Zinne-poppen, 1620) getiteld 'Intelligentibus', wat betekent 'voor de goede verstaander'.

Kunstenaar

Johan George (Hans) ’t Mannetje is op 9 september 1944 in Hillegom geboren. Na een jaar op de Kunstnijverheidsschool in Amsterdam te hebben gezeten werd hij in 1961 leerling beeldhouwen bij beeldhouwster Liesbeth Sayersin Bennekom. Van 1962 tot 1964 studeerde hij aan de beeldhouwafdeling van de Rijksacademie voor beeldende Kunsten in Amsterdam. Na de academie ging 't Mannetje in de restauratie werken omdat hij vond dat je als beeldhouwer veel kon leren van wat men vroeger maakte. Van 1964 –1965 is hij steenhouwersleerling en uitvoerder bij de laatste Amsterdamse Stadsbeeldhouwer Hildo Krop.

Als jonge beeldhouwer restaureerde hij oude monumenten en herstelde of kopieerde ornamenten. Zo leerde ‘t Mannetje met grote brokken steen om te gaan. Hans 't Mannetje maakte ook enkele vrijstaande beelden. In 1962 hakte hij twee marmeren sfinxen naar historisch voorbeeld voor de ingang van het Wertheimpark in Amsterdam. Rond 1970 maakte hij zijn eerste gevelsteen. In 1984 vervaardigde hij "de Grenspaal", ook wel de "zuildragende schilpad" genoemd, voor de Sint Antoniesluis in Amsterdam. In de periode 1968-1986 was 't Mannetje de drijvende kracht achter het restauratieatelier op Uilenburg, waar hij talrijke jonge mensen heeft opgeleid in het stijlzuiver ambachtelijk restaureren van gebeeldhouwde bouwfragmenten. Toen het atelier in 1986 door de gemeente Amsterdam werd opgeheven vestigde 't Mannetje zich in Dronten als zelfstandig beeldhouwer. Later verhuisde hij naar Zutphen en vervolgens naar Dieren.

Hans 't Mannetje haalde het genre uit de sfeer van de Oud-Hollandse nostalgie, kwam tot vernieuwing van het medium en voorzag de gevelstenen van een eigen gramatica. Hij ontwikkelde een emblematiek van woordspelingen en verwijzingen in nieuwe gevelstenen als een tak van hedendaagse beeldhouwkunst. Hij gaf onverwachte wendingen aan vertrouwde begrippen en zegswijzen, bracht bijbelteksten en spreekwoorden tot leven met hedendaagse voorwerpen, maar koppelde even gemakkelijk bijna vergeten ambachten en gereedschappen aan actuele verschijnselen. Als je een woord hoort zie je direct een beeld, maar 't Mannetje zocht juist een ander woord dat bij dat woord past, een zinnnebeeld. Hans 't Mannetje vertelde; "Ik heb dit vak gekozen toen ik in de jaren '60 beeldhouwkunst studeerde in Amsterdam. Daar waren ook gevelstenen bij en dat onderwerp boeide mij". 't Mannetje was één van de weinige kunstenaars in Nederland die gevelstenen maakte. Wellicht was hij de enige die deze kunst als dagtaak had. Hij hakte zijn gevelstenen uit Bianco del Mare, een lichte harde kalksteen uit het Middellandse Zeegebied. Door het hele land kom je ze tegen, in Amsterdam ruim zeventig en in Flevoland vindt je een tiental in Dronten en twee in Emmeloord.

In 1998 zei Hans 't Mannetje: "Mijn opdracht is gevelstenen hakken. Voordat ik dood ga wil ik er driehonderd maken". Hij heeft niet de tijd gehad om zijn levenswerk te voltooien. Op 2 mei 2016 overleed Hans 't Mannetje op 72- jarige leeftijd aan de gevolgen van longkanker. Hij heeft in totaal 230 gevelstenen vervaardigd.

Laatste Update donderdag, 23 juni 2016