Woningen Ring

Woningen Ring

Plaats: Nagele

Locatie: Ring 98-112

Maker: F. van Gool en J. Niegeman

materiaal: baksteen, glas, hout

Jaar: 1956


Beschrijving:

Nagele werd ontworpen voor landarbeiders. Maar niet alleen zij, ook notabelen zoals schoolhoofden en dominees en hun gezinnen kwamen in het dorp wonen. Aan de Ring 98-112 werden notabelenwoningen gebouwd naar een ontwerp van Frans Gool en Johan Niegeman. De voor- en achtergevel van iedere woning had dezelfde indeling en kleur, de doorlopende daklijst maakt het rijtje tot één geheel. De voorgevels, die op het noorden liggen, hebben opvallend kleine ramen. Architect van Gool schreef daarover: "In de betrekkelijk barre omgeving van een lege polder had hij niet de behoefte om met glazen puien te gaan werken". Hij koos voor kleine minimale ramen.

Deze woningen zijn breder dan het bouwvoorschrift toentertijd officieel toeliet. Volgens Van Gool was dat mogelijk omdat in Nagele de wenken en voorschriften voor het bouwen met een zekere vrijheid kon worden opgevat. In die tijd was een berging aan de achterkant van de woning nog gebruikelijk. Bijzonder is dat de berging in dit project voor de woning is geplaatst, deels op het terrein van de woning zelf en deels op dat van de buurman. Voordeel hiervan was dat de tuin aan de achterkant volledig benut kon worden. Aan de voorzijde is rechts de entree met toilet en links de keuken. Vrij ongebruikelijk voor de jaren vijftig is dat de woonkamer aan de achterkant van de woning lag. Door een grote glazen pui op het zuiden is hier een optimale toetreding van licht en lucht wat een positieve invloed had op de psychische gesteldheid van de bewoners.

Bij de bouw van de woningen werden vernieuwende materialen gebruikt, zoals het draadglas voor de ramen in de berging en het raam naast de voordeur. De vloeren zijn van het Cusvellersysteem, ribbenvloeren van prefab betonliggers die opgevuld zijn met wapening en gestort beton. De drie schoorstenen van het rijtje waren van eterniet. Boven zijn vier slaapkamers en een douche. de douche werd evenals het trappenhuis verlicht door een koepel van perspex.

De ontwerpers hielden zich ook bezig met de ruimte om de woningen. In de achtertuin kwam een stalen pergola waaraan een zonnescherm kon worden gehangen. De voorzijde en een deel van de tuin werden voorzien van tegels.

Architecten


Frans Jan van Gool is op 3 mei 1922 geboren in Antwerpen. Nadat zijn ouders gescheiden waren verhuisde hij rond 1926 met zijn moeder naar Rotterdam. Daar volgde hij aan de MTS een opleiding tot opzichter en tekenaar. In 1945 startte hij een cursus voortgezet bouwkunst onderwijs in Rotterdam. Tussen 1945 en 1953 werkte Van Gool bij het Rotterdamse architectenbureau Van den Broek en Bakema waar hij als projectleider nauw betrokken was bij het ontwerp van de Rotterdamse Lijnbaan. De moderne architectuur en de autovrije winkelstraat waren toentertijd een sensatie. Daarnaast ontwierp hij voor het bureau diverse woningen in Nagele. Na zijn periode bij Van den Broek en Bakema was hij korte tijd werkzaam bij de Gemeentelijke Woningdienst Amsterdam. In 1957 ging hij een maatschap aan met de architecten Arnold Numan Oyevaar en Heinrich Wilhelm Christian (Hein) Stolle. Dit bureau is later voortgezet als de Architekten Cie. Na zijn pensionering werd hij in 1986 tot rijksbouwmeester benoemd. Lang hield hij deze functie niet vol. Ziekte en strubbelingen met de ambtelijke aard van het werk leidden in 1989 tot zijn terugtreden.

Het werk van Frans van Gool kenmerkt zich door een sober en modern maar krachtig architectuurhandschrift. Veelal goed uitgebalanceerde, bescheiden gebouwen in de traditie van de moderne architectuur. "Een gebouw mag op zichzelf staan, eigen zeggingskracht hebben, die in een zekere spanning staat met de omgeving", aldus Van Gool. Hij heeft een flink aantal karakteristieke gebouwen gerealiseerd zoals de Zilveren toren in Den Haag (1958), De Zaagtandwoningen ook wel Bluebanddorp genoemd (1958-1960) en ‘Het Breed’ (1966-1969) in Amsterdam Noord, HEMA-warenhuizen in Gouda (1972) en Delft (1973-1975), kantoorgebouw in Amsterdam Slotervaart (1971-1978), in de volksmond het BH-gebouw genoemd vanwege twee golvingen in de gevel, parkeergarage de Bijenkorf in Amsterdam (1977-1980) en twee kantoorvilla’s, ook wel het peper en zoutstel genoemd, tegenover het Rijksmuseum in Amsterdam (1980) .

Vanaf eind jaren zestig maakte Van Gool voornamelijk kantoorgebouwen. Behalve de kantoorvilla’s in Amsterdam, het hoofdkantoor van Nationale Nederlanden in Den Haag (1970), het BH-gebouw langs de Coentunnelweg in Amsterdam-West (1978), AA-Landen in Zwolle (1979), Phoenix in Amersfoort (1980), de uitbreiding van de Postcheque- en Girodienst in Leeuwarden (1982), Nationale Nederlanden II in Den Haag (1985) en ten slotte het complex voor de Centrale Directie van de PTT in Groningen (1990). Bron:Archi Ned

Op 25 oktober 2015 overleed Frans van Gool op 93-jarige leeftijd in Amsterdam


Johan Casper Hendrik Niegeman werd op 11 augustus 1902 in Wijk aan Zee geboren. Tot zijn twaalfde jaar bezocht hij de lagere school te Zutphen, waarna de familie naar Haarlem verhuisde. Omdat Niegeman vanaf zijn derde astma had werd hem een middelbare schoolopleiding afgeraden. Op voorspraak van de broer van zijn moeder, architect Hendricus Th. Wijdeveld (1885-1987), mocht hij als 13-jarige jongen lessen volgen aan de School voor Versierende Kunsten, Bouwkunst en Kunstambachten in Haarlem. Hij kreeg o.a. onderricht van de schilder en directeur van de opleiding Henri Cornelis Verkruysen en de architecten Pieter Vornink, August M.J. Sevenhuijsen en Cornelis Blaauw. Daarnaast werd hij opgeleid tot architect door zijn oom Wijdeveld.

Na zijn militaire dienstplicht vervult te hebben vertrok Niegeman in 1923 naar België waar hij aan woningprojecten in Brussel werkte. Al gauw vertrok hij naar Parijs, waar hij meewerkte aan de opbouw van de tijdens de Eerste Wereldoorlog door de Duitsers verwoestte stad Reims. Hier kreeg hij de opdracht een neo-klassiek hotel te tekenen, wat hij weigerde. In Wenen probeerde hij bij verschillende architecten aan het werk te komen, zonder resultaat. In Berlijn kreeg hij een aanstelling bij het bureau van de Joodse architect Erich Mendelsohn. Zijn expressionisme beviel Niegman. Wegens gebrek aan opdrachten moet hij het bureau echter verlaten. Hij ging te voet naar Italië om de oude steden te bezoeken. Na 5 maanden belandde hij in Rome waar hij een telegram van Mendelsohn ontving waarin die hem vroeg direct terug te komen. In Berlijn werkte Niegman mee aan verschillende projecten, tot hij een publicaties onder ogen kreeg over het nieuwe opgerichte Bauhaus, een van de belangrijkste ontwerpscholen van de 20ste eeuw. In november 1926 besloot hij Berlijn voor Dessau te verruilen. In 1928-1929 doceerde hij aan het Bauhaus.

Begin jaren '30 werkte hij in de communistische Sovjet Unie aan de opbouw van de nieuwe stad Magnitogorsk. In 1932 nam Niegman de leiding van architect Mart Stam over. Hij ontwierp woonblokken (opgezet als portieketagewoningen) in stroken, opgebouwd uit blokken slakkenbeton, met standaardplattegronden van 30 tot 40 vierkante meter. In 1937 keerde hij in Nederland terug. Na eerst twee maanden bij zijn oom Wijdeveld gewerkt te hebben trad hij in dienst bij het bureau van Benjamin Merkelbach en Charles Karsten, twee oud studiegenoten uit Haarlem en medeoprichters van architectenvereniging De 8.

In de jaren vijftig werkte hij in het De 8 en Opbouw team mee aan het ontwerp van het dorp Nagele volgens het 'Nieuwe Bouwen'. Samen met Frans van Gool ontwierp hij er een blok middenstandswoningen en zelfstandig bouwde hij enkele arbeiderswoningen. Naast de paar samenwerkingsprojecten met De 8 opereerde Niegman zelfstandig. Hij maakte ontwerpen voor o.a. de Haagse binnenstad, werkte samen met Ida Falkenberg-Liefrink aan een villa voor studenten in Utrecht. Op 14 januari 1977 overleed Johan Niegman op het Spaanse eiland Formentera. Bron: Kunstbus

Laatste Update vrijdag, 10 februari 2017