Diepvrieshuisje

Diepvrieshuisje

Plaats: Luttelgeest

Locatie: Kade

Maker:

materiaal: Baksteen,

Jaar: 1958


Beschrijving:

In de jaren vijftig was het zelf verbouwen van groente en fruit en de slacht op de boerderij een normaal gebeuren en hierdoor rees ook de vraag hoe men groente, fruit en het vlees het beste kon bewaren. Voorheen kon vers vlees maar twee tot maximaal drie dagen in de kelder bewaard worden. Daarom werd vlees gerookt of in een pekelkuip bewaard. Groente en fruit werd geweckt wat wil zeggen dat het gekookt werd en opgeslagen in glazen potten met deksel. De overheid propageerde nieuwe inzichten over gezonde voeding. De plattelandsbevolking kreeg te horen dat wekken en inmaken van groente en fruit funest was voor de vitamines. Invriezen was veel gezonder, luidde het devies. In die jaren won het diepvriezen steeds meer terrein als een efficiënte conserveringsmethode.

Na de Tweede Wereldoorlog werden er, in overeenstemming met de toen heersende sociale (wijk)gedachten, gebouwtjes gebouwd voor gemeenschappelijke voorzieningen. Onder deze categorie vielen ook de zogenaamde diepvrieshuisjes, een gezamenlijke diepvries, een gebouwtje waar een kluis of lade gehuurd kon worden om bijv. vlees en groente in te vriezen. Dit geschiedde door een snelle invriezing van producten, waarna de bewaartijd tussen de -18°C en -20°C gehandhaafd bleef. Huisslachtingen konden, dankzij het invriezen, het hele jaar plaatsvinden, waardoor het begrip slachtmaand (november) langzaam verdween. In de eerste jaren werd het vlees in cellofaan verpakt dat door middel van een strijkbout werd dicht gesmolten. Een geweven katoenen kous zorgde voor wat stevigheid. Pas rond 1960 deed de plasticverpakking zijn intrede. In veel plaatsen in Nederland werden in de jaren vijftig en zestig diepvrieskluizen gebouwd. In 1957 telde Nederland 85 diepvrieshuisjes, in 1959 waren dat er 380 en in 1962 werden er alleen op het platteland al 700 geteld.

In 1958 werd in Luttelgeest aan de Kade een diepvrieshuisje gebouwd waar de lades in eerste instantie alleen door de boeren uit de omgeving gehuurd konden worden. Later kon ook ieder gezin, dat lid was van de coöperatieve vereniging, één lade huren. Het werd een typisch jaren-vijftig gebouwtje waarin een koel-vriescarrousel werd geplaatst met een honderdtal stalen lades. Ieder coöperatielid had twee sleutels, één voor de voordeur en éen voor de aangewezen lade. Als je het diepvrieshuisje binnenkwam waren er twee lagen lades zichtbaar. Boven de toegangsdeur zat een drukknop waarmee een electromotor geactiveerd werd die de carrousel om een verticale as liet draaien tot de gekozen lade voorkwam. Dan drukte je weer op de knop. Vervolgens opende je de zware deur van de diepvries met de eigen sleutel. Toen begin jaren 70 mensen zelf diepvriezers in huis haalden ging het snel bergafwaarts met de gemeenschappelijke diepvries. Het diepvrieshuisje werd bij opbod verkocht. De heer de Boer uit Luttelgeest kocht het gebouwtje aan en de carrousel verhuisde naar een tuinder in Kraggenburg. Het diepvrieshuisje is een voorziening die de overgang van traditionele naar moderne tijd kenmerkt. Bron: flevolandsgeheugen.nl. 

In Tollebeek en Nagele staat ook een diepvrieshuisje.

Laatste Update zondag, 09 december 2018