Kuinderbrug

Kuinderbrug

Plaats: Luttelgeest

Locatie: Oosterringweg

Maker: Directie Wieringermeer

materiaal: Baksteen

Jaar: 1945


Beschrijving:

 

Tijdens de begintijd van de ontginning van de Noordoostpolder was er grote behoefte aan tijdelijke huisvesting voor de polderwerkers. Onder normale omstandigheden had men de arbeiders uit de verre omtrek van de polder dagelijks naar het werk kunnen transporteren, maar vanwege de Tweede Wereldoorlog was dat niet mogelijk. Daarom verrezen her en der in de polder arbeiderskampen. Op 30 oktober 1943 werd ten zuiden van Kuinre, kamp Luttelgeest I in gebruik genomen, dat van april 1945 tot december 1945 in gebruik was als Bewarings- en verblijfskamp, een kamp waarin na de bevrijding van collaboratie verdachte personen werden ingesloten. In 1945 werd aan de Kuindervaart, nabij de Oosterringweg, kamp Luttelgeest II gebouwd. Omdat er destijds vanwege materiaalschaarste geen hout te krijgen was, moest dit werkkamp in steen gebouwd worden, daar steen nog in voldoende mate verkrijgbaar was. Dit stenen arbeiderskamp werd door de Directie Wieringermeer gebouwd op de plek waar het dorp Luttelgeest gepland was. Kamp Luttelgeest II bestond uit drie woonbarakken en een kantine. Daarnaast stonden een aantal houten barakken. Er waren onder andere een magazijn voor de Cultuur Technische dienst, een hulpsmederij en een noodwinkel in gevestigd. In 1945 waren de werkzaamheden zodanig gevorderd dat er behoefte was aan een magazijn voor de noordelijke gebieden. Vanwege de gunstige ligging aan de Kuindervaart werd gekozen voor kamp Luttelgeest II. In januari 1946 werd gestart met de bouw van het magazijn. Vanuit het magazijn reden dagelijks dienstauto's beladen met materialen die men nodig had op de bedrijven. Gedurende de campagneperiode in de zomermaanden, maar ook als men 's winters aan het dorsen was, draaide de droger in het magazijn. Luttelgeest II is van 10 juni 1945 tot 1 oktober 1947 als arbeiderskamp in gebruik geweest.

De hoofdplaats Emmeloord was in het hart van de polder geprojecteerd mer daaromheen een krans van de dorpen Marknesse, Ens, Nagele, Espel, Rutten en Luttelgeest. In 1946 bleek uit een uitgebreid sociografisch onderzoek dat het aantal geprojecteerde dorpen te gering was. Deze veranderende inzichten van de sociografen, stedenbouwkundigen en de landbouwkundige afdeling van de Directie Wieringermeer leidden tot een nieuw plan. In de Noordoostpolder kwamen nu ook een drietal tuinbouwgebieden. Dat leidde ertoe dat rondom Emmeloord niet 6 maar 10 dorpen gesticht zouden worden. Ter plaatse van het kamp Urkervaart werd een nederzetting geprojecteerd die Tollebeek genoemd zou worden en ten zuiden van Lemmer werden de dorpen Creil en Bant gepland. Rutten dat volgens de plannen ter plaatse van het gelijknamige werkkamp op de tegenwoordige kruising Wrakkenweg/Polenweg zou verrijzen werd een kilometer of drie naar het noorden geschoven en Luttelgeest aan de Kuindervaart werd evenzovele kilometers naar het zuidoosten verhuisd. In 1950 werd met de bouw van het dorp Luttelgeest gestart nabij kamp Oostervaart, dat op een onderbreking van enkele maanden na, van 3 juni 1943 tot 1 augustus 1952 in gebruik geweest is. 

In verband met de zeer grote behoefte aan huisvesting in de polder bouwde de bouwkundige afdeling van de Directie Wieringermeer in 1948 de stenen woonbarakken van kamp Luttelgeest II om tot woningen. Het gehucht, dat de naam Kuinderbrug kreeg, bestond uit 3 straten met totaal 23 woningen. Vier huizenblokken van 2 x vier en 2 x zes woningen naast elkaar met een vijfde blok van 3 huizen overdwars. De huizen hadden respectievelijk 2 en 3 slaapkamers. De 12 grootste woningen hadden een huiskamer van 5 x 5 m, een keuken van 5 x 4 m en 3 slaapkamers, de grootste 5 x 4 m met vaste wastafel en 2 slaapkamers van 3 x 2 m. De huur voor de 3-kamerwoningen was aanvankelijk ƒ 13,- per maand maar werd geleidelijk verhoogd naar ƒ 20,- per maand. De huur van de 4-kamerwoning bedroeg toen ƒ 30,- per maand. In de jaren 1950 werden nog enkele woningen bijgebouwd. In Kuinderbrug kwamen gezinnen wonen die in afwachting waren van een definitieve vestiging in de Noordoostpolder. Toen na jaren de grootste achterstand op het gebied van de woningbouw was ingelopen kregen de bewoners definitieve huizen toegewezen. Het laatste gezin verliet Kuinderbrug in januari 1959. Op 1 december 1954 was het magazijn van de Cultuur Technische dienst al opgeheven. Alle voorraden waren in de week daarvoor naar het centrale magazijn in Emmeloord verhuisd. 

Het leegstaande voormalige arbeiderskamp en pioniersdorp met 26 huizen en kantine werd in juni 1961 door de Directie Wieringermeer (Noordoostpolderwerken) te koop aangeboden. Exploitatiemaatschappij N.V. Cammingha uit Bunnik kocht de opstallen van Kuinderbrug en richtte de woningen in als vakantiebungalows. De ruim 4 ha grond werd door de Directie Wieringermeer tot 2061 in erfpacht gegeven. Het echtpaar Veldkamp werd in 1965 de beheerders van vakantiepark 'Nieuw Holland'. Het was de bedoeling om er een vakantieoord voor jonge echtparen van te maken, maar dat lukte niet. Er kwamen te weinig gasten om de exploitatie voort te zetten. In mei 1968 werd het voormalig dorp Kuinderbrug middels een advertentie in het Financieel Dagblad en andere kranten opnieuw te koop aangeboden. Het dorp kwam op 8 juni onder de hamer van notaris Gerardus van Dam uit Emmeloord. Afslager was de heer L.H. van Rijn uit Utrecht. Tijdens de publieke verkoping in 't Voorhuys in Emmeloord was Hetty Den Dulk-de Roo, directrice van de Stichting Voorlichting Natuurlijke Leefwijze uit Den Haag, met een bod van ƒ 249.525,- de hoogste bieder. Mevrouw Den Dulk kocht het vakantieoord met geld van de Nederlandse Bond tot Bestrijding van de Vivisectie (NBBV), die ƒ 270.000,- (aankoopbedrag + ƒ 20.000,- overdrachtskosten) tegen een rente van 7,5 % leende van de Slavenburgse Bank in Zwolle. Dit zorgde destijds voor veel opschudding onder de leden van de NBBV. De naam van vakantieoord 'Nieuw Holland' werd gewijzigd in 'Tot de bron'. Mevrouw Den Dulk wilde van 'Tot de bron' een oord maken, waar de in moeilijkheden geraakte mens weer tot rust kon komen. In 1971 werd aan het vakantieoord een afkickcentrum verbonden. Het boterde niet tussen de rustzoekers en de druggebruikers. De spanningen liepen zo hoog op dat in juli 1972 de boel kort en klein werd geslagen. Eigenaresse-beheerster Hetty Den Dulk-de Roo ontvluchtte het recreatieoord. Begin augustus 1972 besloten burgemeester en wethouders van Noordoostpolder de kampeervergunning van recreatiecentrum 'Tot de bron' per 1 september in te trekken. Volgens het college had de eigenares van het centrum, de Stichting Voorlichting Natuurlijke Leefwijze, niet voldaan aan een aantal aan de vergunning verbonden voorwaarden. De voorwaarden op het gebied van hygiëne, registrering van buitenlandse gasten bij de politie en de administratie van overige campinggasten waren volgens gemeentesecretaris B. van de Zwaag overtreden. Het intrekken van de vergunning was een direct gevolg van de machtstrijd rond het centrum. Met het inttrekken van de vergunning viel de financiële basis voor het afkickcentrum weg. Het spookdorp, zoals het in de volksmond genoemd werd, ging over in de handen van diverse beleggers. Na acht jaar te hebben leeggestaan werd het in juni 1987 aangekocht door het Nederlands Economisch Centrum in Overloon, die de bungalows als vakantiehuisjes wilde exploiteren.

In 1987 kwam de regering met de Regeling Opvang Asielzoekers, waarbij asielzoekers over Nederland verspreid werden in aparte asielzoekerscentra (azc’s). In dat jaar werd het vakantiepark door het ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur (WVC) gehuurd en liet het ombouwen tot één van de eerste asielzoekerscentra van Nederland. In oktober werden de eerste asielzoekers verwelkomd. AZC Luttelgeest werd op 25 januari 1988 officieel geopend door minister Eelco Brinkman van WVC. De POA, Project Opvang Asielzoekers, was in de asielzoekerscentra verantwoordelijk voor de immateriële begeleiding van de bewoners en de voedselvoorziening, voor alle overige zaken, zoals huisvesting, uitvoerende ambtenaren, enz., lag de verantwoordelijkheid bij Interim Stichting Opvang en Asielzoekers (ISOA ). In 1993 besloot het kabinet het POA en het ISOA te laten fuseren tot het Centrale Opvang Asielzoekers (COA). Op 1 juli 1994 werd de Wet COA van kracht. AZC Luttelgeest werd in 1990 uitgebreid met het naastgelegen, door WVC gehuurde vakantiepark 'Het Kuinderbos' waardoor de opvangcapaciteit verhoogd werd van 600 naar 800 personen. In 2011 is gestart met de duurzame herontwikkeling van AZC Luttelgeest. De stenen barakken uit de tijd dat de Noordoostpolder net drooggelegd was zijn behouden en de 139 nieuwe huisjes zijn opgetrokken in de sfeer van de oude pionierswoningen. De gebouwen verwijzen deels nog naar de ontginningstijd met namen als De Pionier, Het Anker en Het Kompas. 

Bronnen: Krantenarchieven Delpher en Driemaandelijksch bericht betreffende Zuiderzeewerken.

In de rapportage 'Documentatie voormalig arbeiderskamp Luttelgeest II' heeft het Steunpunt Archeologie en Monumenten Flevoland de historische gebouwen op het AZC in oktober 2011 als volgt gewaardeerd:

I Cultuurhistorische waarden 

  1. De barakken hebben grote cultuurhistorische waarde als relict uit de pionierstijd van de Noordoostpolder en als tastbare herinnering aan het stenen barakkenkamp Luttelgeest II. 
  2. De barakken hebben cultuurhistorische waarde omdat ze tot de oudste nog bestaande bouwwerken in de Noordoostpolder behoren. 
  3. De barakken hebben cultuurhistorische waarde als een toonbeeld van de Delftse School in sobere uitvoering, waarbij efficiënt moest worden omgegaan met bouwmaterialen en -constructies. Dit komt onder andere tot uiting in het feit dat de barakken in steen zijn uitgevoerd, vanwege de houttekorten tijdens de oorlog.  
  4. De barakken hebben cultuurhistorische waarde vanwege de rol in de landschappelijke ontwikkeling van de Noordoostpolder. Het barakkenkamp was de uitvalsbasis voor de arbeiders die de poldergrond hebben ontgonnen en bouwklaar gemaakt. 

II Architectuur- en kunsthistorische waarden 

  1. De barakken hebben algemene architectuur- en kunsthistorische waarde vanwege de specifieke, voor de bouwtijd en karakteristieke, vormgeving en constructie. De barakken zijn een representatieve opzet van (semi-tijdelijke) verblijfsgebouwen uit de pionierstijd van de Noordoostpolder. 

III Situationele en ensemblewaarden 

  1. De barakken hebben ensemblewaarde vanwege de visuele en functionele samenhang tussen de samenstellende onderdelen. De oorspronkelijke op zet met drie parallel gesitueerde woonbarakken en één daarop haaks staande keuken-kantine is nog intact en duidelijk herkenbaar.
  2. De barakken hebben ensemblewaarde vanwege de historie en de ontginning van het polderlandschap waarmee het kamp onverbrekelijk is verbonden als één van de arbeiderskampen van waaruit de Noordoostpolder is ontgonnen. 

IV Gaafheid en herkenbaarheid 

  1. De barakken zijn van belang vanwege de herkenbaarheid en redelijke gaafheid van het exterieur. 

V Zeldzaamheid 

  1. De verzameling barakken is van zeer groot belang vanwege de zeldzaamheid: het betreft het enige complete stenen barakkencomplex (woonbarakken én kantine-keuken) dat in de Noordoostpolder aanwezig is.