Waterschip NZ74 [I] en NZ74 [II]

Waterschip NZ74 [I] en NZ74 [II]

Plaats: Zeewolde

Locatie: Winkelweg

Maker:

materiaal: eikenhout

Jaar: 16e eeuw


Beschrijving:

Tijdens grondwerkzaamheden zijn in 1975 langs de Winkelweg op kavel NZ74 twee scheepswrakken gevonden. Bij een verkenning op 29 oktober van dat jaar werden tijdens het afprikken met prikijzers twee zwerfstenen aangetroffen. Ter plaatse werd vastgesteld dat het twee vissersschepen betrof. Scheepswrakken worden altijd vernoemd naar de kavel waarop zij zijn aangetroffen. Als er meerdere scheepswrakken op één kavel gevonden zijn, worden romeinse cijfers toegevoegd. [I, II enz.]. Op 10 mei 1982 begon de opgraving door medewerkers van de sectie Oudheidkundig Bodemonderzoek van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP). 

De beide schepen lagen hart-op-hart 12 m uit elkaar. Beide waren bewaard gebleven tot vlak onder het dekniveau. Dankzij de karakteristieke bun werd al snel vastgesteld dat het om waterschepen ging. Waterschepen waren de meest karakteristieke vaartuigen van de Zuiderzee. Het waterschip was een robuust, zwaar en scherp gebouwd schip met een gebogen voorsteven en een rechte achtersteven. Het had een vooroverstaande mast en voer zonder zijzwaarden. De vroegste types waterschepen werden overnaads gebouwd, maar vanaf het tweede kwart van de 16e eeuw werden deze schepen karveel gebouwd. Midscheeps had het waterschip een bun bestaande uit twee compartimenten die door een zogenaamde trog toegankelijk waren. Vis was in de 14e eeuw een belangrijk volksvoedsel en de groei van Amsterdam in deze periode vroeg om meer en goedkope vis. De verzilting aan de Westwal nam ook geleidelijk toe in deze eeuw, wat er weer voor zorgde dat er minder zoetwatervis te vangen was aan de Hollandse kusten. In deze situatie ontstond het waterschip. In de 15e eeuw, maar vooral in de 16e eeuw gingen de Hollandse waterschippers in toenemende mate met hun kuilnetten aan de Oostwal vissen. Vaak in konvooi en met meerdere schepen naast elkaar. Ze voeren voor de wind vanuit het zuidwesten tot kort onder de Overijsselse en Gelderse kust, vingen daar veel vis weg en vernielden netten en fuiken van de lokale vissers. Vishandelaren kwamen met hun ventjagers langszij, kochten de levende vis van de waterschippers op en verkochten deze op de markten in Amsterdam. 

Beide waterschepen zijn op een afstand van ongeveer 9 km ten noordwesten van Nijkerk afgezonken, op een plaats waar de voormalige Zuiderzee een diepte van 2,30 m had. Op grond van dendrochronologisch onderzoek is de kapdatum van het scheepshout van de NZ74 [I] vastgesteld op 1525-1526 n. Chr., dat van NZ74 [II] op 1525-1527. De bouwdatum van waterschip NZ74 [I] zal dicht in de buurt van de NZ74 [II] liggen, zo niet in hetzelfde jaar. Mogelijk gaat het om zusterschepen. De verstoring van het bodemprofiel geeft aan dat beide schepen in de Almere-fase zijn vergaan, rond 1570 n. Chr. 

De bun gaf bij waterschepen niet voldoende gewicht en dus had men ballast nodig om de stabiliteit te vergroten. In beide scheepswrakken zij grote hoeveelheden ballaststenen gevonden die na de opgraving, die duurde tot 13 juli, naar Schokland zijn gebracht waar ze verwerkt zijn in het 'Monument Waterschepen'. 

Bronnen: De constructie van twee waterschepen, gevonden op kavel NZ74; Boten, vistuig en maritieme activiteiten in en rond het Noordzeegebied; Een zestiende eeuws waterschip.

Kijk hier voor meer informatie over waterschip NZ74 [I] en hier voor NZ74 [II]

Laatste Update woensdag, 28 april 2021