Anker

Anker

Plaats: Urk

Locatie: Ankerplaats 2

Maker: Louis Pietersen

materiaal: plaatstaal

Jaar: 1993


Beschrijving:

Aan de Ankerplaats ligt een groot anker dat gemaakt is van Amsterdammertjes. Een Amsterdammertje is een paaltje op de stoep dat dient om foutparkeren tegen te gaan. Het paaltje ontleend zijn naam aan de drie andreaskruisen uit het stadswapen van Amsterdam die erop staan. Het anker, geschilderd in de hoofdstedelijke ossebloedkleur (roodbruin), was een geschenk van de vereniging van Amsterdamse Binnenvaart Sociëteit en belichaamt de historische band tussen Urk en Amsterdam. Het toenmalig eiland was van 1660 tot 1792 eigendom van Amsterdam. De stad is van grote betekenis voor Urk geweest. Amsterdam bouwde o.a. een vuurbaak op het eiland, een nieuwe pastorie en een kerk. Ook zorgde de stad voor een zeewering toen het eiland in het water dreigde ten onder te gaan. Maar financieel was Urk voor Amsterdam een bodemloze put, het vele onderhoud aan de zeewering was te kostbaar. Dat leidde ertoe dat Amsterdam het eiland op 4 april 1792 teruggaf aan de leenheren van de Staten van Holland. In de eeuwen daarna was Urk sterk gericht op Amsterdam. In 1814 werd Urk een Noord-Hollandse gemeente en bleef tot 1950 bij de provincie Noord-Holland. Nadat het Noordzeekanaal op 1 november 1876 geopend werd, gebruikte de Urkse zeevissersvloot het om naar de Noordzee te varen. Tot ver in de 20ste eeuw verkochten de Urkers hun vis op de visafslag van Amsterdam die aan de Ruijterkade stond, achter het Centraal Station. Daar lagen ook de Urker botters en kotters. Veel Urkse meisjes dienden voor de Tweede Wereldoorlog in Amsterdamse huishoudens. Aan het begin van de 20e eeuw waren de Urkers arm. De meisjes moesten helpen om het gezin te onderhouden. Omdat er op het eiland geen werk was vertrokken ze al vanaf hun 13e jaar naar Amsterdam. Volgens de leerplicht van 1900 moesten kinderen tot hun 12e naar school. Ook nadat Urk in 1939 ophield een eiland te zijn bleef men zich spiegelen aan de Amsterdamse traditie van handel en scheepvaart. 

In 1993 werd gevierd dat 'Voor Anker', het eerste verzorgingshuis op Urk, 25 jaar geleden geopend was. Op 8 mei, aan het begin van de feestweek, werd het door de vereniging van Amsterdamse Binnenvaart Sociëteit geschonken anker voor verzorgingshuis Talma Haven (1990) onthuld door de Amsterdamse wethouder Piet Jonker van havenzaken en zijn Urker collega Stiene Kramer-Brouwer, de eerste vrouwelijke wethouder in de geschiedenis van Urk. Het idee om originele plaatstalen Amsterdammertjes tot een stokanker aaneen te smeden kwam van Louis Pietersen, de toenmalig voorzitter van de vereniging van Amsterdamse Binnenvaart Sociëteit, tegenwoordig Havensociëteit Groot Amsterdam. Bij een stokanker is de bovenste dwarsbalk, de stok, bedoeld om het anker te richten. De schacht van het anker gaat onderaan over in twee armen, met op de uiteinden een vloei. Om zeker te zijn dat één van de twee vloeien zich in de bodem zal ingraven, is door een oog in de schacht, dwars daarop, de stok gestoken. Naast de andreskruisen op de paaltjes zijn deze ook terug te vinden op de vloeien en een schild op de schacht. Omdat één van de uiteinde van de stok 'gebogen' is, wordt dit een admiraralitietsanker genoemd. 

De vereniging van Amsterdamse Binnenvaart Sociëteit bouwde in de loop der jaren een bijzondere traditie op door aan de gemeenten van vele havensteden een maritiem monument aan te bieden. Zo werd aan Amsterdam een anker voor bij het Havengebouw aangeboden, aan Den Helder een stuurwiel, aan Edam een zeilschip, aan IJmuiden een 16 m hoge ‘paaltjes-toren’, aan Zaandam historische havenbakens en aan Urk een anker van Amsterdammertjes. Ook Elburg en Sneek werden met gedenktekens verrijkt. De Sociëteit ontving bij de onthulling van het anker uit handen van wethouder Stiene Kramer-Brouwer een bronzen beeldje van een Urker jongetje dat gemaakt is door de beeldhouwer Siemen Bolhuis. Het beeldje staat symbool voor moed, durf en dynamiek.

Bron: Reformatorisch Dagblad van 6 en 10 mei 1993

Laatste Update zaterdag, 11 augustus 2018