de dorpsgemeenschap

de dorpsgemeenschap
de dorpsgemeenschap de dorpsgemeenschap de dorpsgemeenschap de dorpsgemeenschap de dorpsgemeenschap

Plaats: Kraggenburg

Locatie: Voorstraat

Kunstenaar: Theo Mulder

Materiaal: natuursteen

Jaar: 1976

Beschrijving:

Kraggenburg is door Ir. P.H. Dingemans ontworpen als dorp met een hechte en uitgebalanceerde samenleving. Als centrum voor een dergelijke samenleving had Dingemans een centrale groene ruimte in gedachte waaraan alle kerken en scholen gesitueerd zijn. Een plein waar het dorpsleven zich afspeelt.

Alle polderdorpen hebben ter verfraaiing van het dorp een kunstwerk. In 1975 deelde het A.D. van Eckfonds mee dat Kraggenburg in aanmerking kon komen voor een monument. Afgevaardigden van Kraggenburg gaan samen met leden van het A.D. van Eckfonds op zoek naar een kunstenaar. Het werk van de Haarlemse beeldhouwer Theo Mulder spreken Kraggenburgers bijzonder aan. Het bestuur van Dorpsbelang Kraggenburg neemt met Mulder contact op. Het bestuur wil een monument dat uitdrukking geeft aan samenwerking, eensgezindheid en saamhorigheid. In de zomer van 1975 krijgt de bevolking de gelegenheid ideeën in te leveren.

Intussen heeft Theo Mulder zich een voorstelling gemaakt van een monument voor Kraggenburg. Zijn uitgangspunt is "een uitbeelding van de dorpsgemeenschap, een samenkomst van mensen die met elkaar overleggen, of zomaar contact hebben. Eén persoon komt door de deur naar binnen: ieder die mee wil doen is welkom. Ondanks de beslotenheid van het veilige hol is er van alle kanten contact". Het dak is een samenvoeging van diverse daken tot één geheel. Dit symboliseert dat men van verschillende streken uit heel Nederland in Kraggenburg gezamenlijk één dorpsgemeenschap vormt. De mensen in het "open huis" dragen als zuilen het bouwsel, de gemeenschap.

In maart 1976 verstrekt het A.D. van Eckfonds de definitieve opdracht aan Theo Mulder. Mulder vervaardigde het kunstwerk uit een blok Ettringer Tufsteen dat 1800 kg woog. Dit vulkanische gesteente is 500.000 tot 300.000 jaar oud. De Tufsteen wordt gewonnen in steengroeven. Vroeger werden grote blokken met wiggen losgewrikt uit de rotsmassa. Die werden ter plekke ‘verzaagd’ tot kleinere steenblokken en vervoerd naar de plaats waar het bewerkt werd. Tegenwoordig gebruikt men geavanceerde technische middelen als zagen met diamantdraad en waterstralen onder hoge druk of laserstralen.

Het kunstwerk is door het A.D. van Eckfonds betaald. De gemeenschap Kraggenburg moest het voetstuk betalen. De kunstenaar wilde een sokkel van basalt, het materiaal waarmee de dijken in Flevoland versterkt zijn. Het basalt werd door Rijkswaterstaat Friesland gratis aan Kraggenburg ter beschikking gesteld. Onder leiding van Mulder zoeken twee steenzetters uit Urk een flink aantal basaltzuiltjes van gelijke maat uit een afvalberg langs de Friese kust.

Op het grasveld van de centrale ruimte wordt, op de plaats waar het kunstwerk moet komen, de fundering gestort. Ongeveer 60 cm onder het maaiveld wordt een plaat van gewapend beton aangebracht, die groter is dan het kunstwerk. Daarop worden, door de steenzetters, de basaltzuiltjes in de gewenste vorm geplaatst. Op 1 augustus 1977, een dag voor de onthulling, wordt het kunstwerk op zijn sokkel geplaatst.

Op 2 augustus 1977 wordt om 20.00 uur 'De Dorpsgemeenschap' onthuld door de gebroeders Kombrink. Zij zijn de zonen van een lichtwachter op Oud-Kraggenburg, dat in 1977 precies honderd jaar bestond. Na de onthulling draagt Wethouder Schreuder, tevens voorzitter van het A.D. van Eckfonds de geabstraheerde, figuratieve beeldengroep over aan de gemeenschap van Kraggenburg.

Het kunstwerk is 145 cm hoog, 190 cm breed en 75 cm diep. Het heeft ƒ 26.949,60 (ca. € 12.229) gekost.

Bron: Kraggenburg 50 jaar, 1949 - 1999.

Kunstenaar

Theodoor Josephus (Theo) Mulder is op 30 mei 1928 in Haarlem geboren. Voor de Tweede Wereldoorlog studeerde hij aan de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam bij Mari Andriessen, met wie hij later bevriend raakte.

De ontwerpen van Theo Mulder komen veelal uit zijn directe omgeving. Boeren, vechtende hanen en rotganzen. Het zijn allemaal onderwerpen die onverbrekelijk verbonden zijn met het leven op het platteland.

In 1963 besloot een kleine groep beeldend kunstenaars, uit onvrede met het falende kunstonderwijs in Haarlem een eigen ‘schooltje' op te richten dat de naam Academie ’63 meekreeg. Om verwarring met ‘echte’ academies te voorkomen werd de naam enkele jaren later veranderd in Ateliers ’63. De Ateliers was een vooruitstrevende kunstopleiding in Haarlem. Mulder was medeoprichter van Ateliers ’63. Naast Mulder behoorde Mari Andriessen (beeld van ing. Lely aan de Afsluitdijk en kopie in Lelystad), Nic Jonk (o.a beeldhouwwerken in Emmeloord en Lelystad), Ger Lataster en Wessel Couzijn tot de oprichters.

Meer dan zestig jaar werkte hij aan een breed en veelzijdig oeuvre. Zo maakte hij in opdracht monumentale werken, maar ook kleinere beelden, penningen en reliëfs. Veel van zijn beeldhouwwerk staat in Haarlem en Utrecht, maar er zijn ook werken te bewonderen in Wieringen, Texel, Bergen, Anna Paulowna en Kraggenburg.  In Bergen N.H. is het werk van Mulder uitsluitend "indirect" te zien: het beeld dat Mari Andriessen van Adriaan Roland Holst maakte, werd door Mulder tot het huidige formaat vergroot.

Laaste Update donderdag, 07 oktober 2010