Noordoostpolder

Noordoostpolder

Cultureel Erfgoed in de Noordoostpolder

De Noordoostpolder is direct tegen het vasteland gelegen. Hierdoor accentueert de eeuwenoude zeedijk tussen Lemmer en Blokzijl nog steeds het contrast tussen het oude en jonge cultuurlandschap. Naast archeologisch erfgoed als prehistorische vondsten, scheeps- en vliegtuigwrakken gaat het erfgoed in de Noordoostpolder over een bijzonder verhaal, over het geloof in een maakbare samenleving. 

In 1936 gaf het parlement zijn goedkeuring voor het aanleggen van de Noordoostpolder. In datzelfde jaar startten de werkzaamheden. Toen de Noord Oostelijke Polder, zoals het gebied toen officieel werd genoemd, in 1942 droogviel kon er begonnen worden met bodemverbetering, het cultuurrijp maken, de verkaveling en uiteindelijk de inrichting van het nieuwe land. De polder werd op een tekentafel ontworpen vanuit het oogpunt van optimale landbouwkundige productie maar ook als wetenschappelijke, esthetische en intellectuele uitdaging. Alle idealen en ontwerpprincipes uit de wederopbouwperiode zijn in de Noordoostpolder op grotere of kleine schaal toegepast, van recreatiebossen tot overblijflokalen. Het belangrijkste kenmerk is dat de polder is ontworpen als eenheid, waarbij landschap, stedenbouw en architectuur onderdeel uitmaken van één integraal ontwerp. De inrichting van de polder gebeurde op basis van een Verkavelingsplan, een Dorpenplan, een Uitgifteplan en een Landschapsplan. Het definitieve Verkavelingsplan dateert uit 1942. Hierna is gestart met het voorbereiden van het Uitgifteplan. Het Uitgifteplan is in 1947 door de Tweede Kamer goedgekeurd, met een herziening in 1950. In 1946 is besloten om het aantal dorpen van vijf uit te breiden tot tien. Het definitieve Landschapsplan is in 1947 vastgesteld. 

Bij de planning van de dorpen in de Noordoostpolder werd de centrale-plaatsentheorie van de Duitse geograaf Walter Christaller (1893 - 1969) toegepast. Hij publiceerde in 1933 een theorie die inzicht geeft in de wijze waarop nederzettingen met verschillende maten van centraliteit ten opzichte van elkaar verspreid liggen. Kenmerkend is het assenstelsel van (vaar)wegen en een ring van dorpen, die op fietsafstand van elkaar liggen rond de in het hart van de Noordoostpolder gelegen hoofdkern Emmeloord. Ze ligt op de plaats waar de Urkervaart, de Zwolse Vaart, en de Lemstervaart bij elkaar komen. De tien dorpen zijn, evenals Emmeloord, genoemd naar nederzettingen die in de middeleeuwen in dit gebied gelegen hebben. De plattegronden van de dorpen zijn sterk bepaald door de structuur van het wegen- en waterenbeloop. De dorpen zijn traditioneel opgezet in stedenbouw en architectuur. Beeldbepalend is de Delftse School architectuur. Nagele vormt hierop een uitzondering omdat dit het enige dorp is dat ontworpen is volgens de principes van Het Nieuwe Bouwen; licht, lucht en ruimte.

De inrichting van de Noordoostpolder is cultuurhistorisch belangrijk, en daarmee ook de inrichting van het groen. De erfsingels, de wegbeplanting en de dorpsbossen zijn groene landschappelijke karakteristieken. Het landschap is gebaseerd op optimale kavels, ten tijde van de aanleg van de polder, die goed moesten ontwateren. De toenmalige drainagetechniek stond een maximale kavelbreedte van 300 m toe. Daarom werd gekozen voor een kavelgrootte van 300 x 800 m. Deze standaard kavel van 24 ha vormde de primaire bouwsteen voor de inrichting van de polder. De dubbele kavelmaat, 1600 m is de dominante dieptemaat in de polder geworden. Alle parallelle polderwegen liggen op 1600 m van elkaar. In de Noordoostpolder zijn agrarische bedrijven te vinden van 12, 18, 24, 30, 36, 42 en 48 ha, dus variërend van een 1/2 tot 2 kavels groot. De verschillende soorten agrarische bedrijven werden volgens bodemkundige en sociografische motieven verdeeld over de polder. Zo werden de kleinere bedrijven voornamelijk rond de nog aan te leggen dorpen gesitueerd, om zo een geleidelijke overgang van het dorp naar het landbouwgebied te verkrijgen. Op 2.100 ha grond die ongeschikt was voor landbouw werden boscomplexen aangelegd, het Kuinderbos, het Voorsterbos, het Urkerbos en het Schokkerbos.

De Noordoostpolder, dat wil zeggen het grondgebied van de gemeenten Noordoostpolder en Urk, is in 1996 in de Rijksnota Belvedere, een Nederlandse beleidsnota over de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke inrichting, ingedeeld bij de cultuurhistorisch meest waardevolle gebieden van Nederland. De hoofdlijnen van de rationeel ontworpen structuur, de stedenbouwkundige en archeologische waarden van de Noordoostpolder en het contrast tussen Urk en Schokland met de polder zijn aangewezen als de fysieke dragers van deze toewijzing. 

Op 30 juni 2007 werd het voormalige eiland Urk vanwege het cultuurhistorisch karakter door minister Ronald Plasterk van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en minister Jaqueline Cramer van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op grond van de Monumentenwet aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De aanwijzing tot beschermd dorpsgezicht houdt in dat panden die binnen het beschermde dorpsgezicht vallen niet automatisch de status van beschermd monument krijgen. Op Urk betekent dit dat de bebouwingskarakteristiek in het dorp (Wijk 1 t/m 8 en Bornholmlaan) vanwege schoonheid en samenhang niet zomaar gesloopt, gewijzigd of verbouwd mag worden.

Klik op een plaatje om verder te gaan

 


Object/Plaats: Boerderijen


Object/Plaats: Gemalen


Object/Plaats: Scheepswrakken


Object/Plaats: Vliegtuigwrakken


Object/Plaats: Bant


Object/Plaats: Blankenham


Object/Plaats: Creil


Object/Plaats: Emmeloord


Object/Plaats: Ens


Object/Plaats: Kraggenburg


Object/Plaats: Luttelgeest


Object/Plaats: Marknesse


Object/Plaats: Nagele


Object/Plaats: Rutten


Object/Plaats: Schokland


Object/Plaats: Tollebeek


Object/Plaats: Urk

Laaste Update maandag, 16 oktober 2017