Het Anker

Het Anker

Plaats: Marknesse

Locatie: Hoogzijde 2

Architect: Pit van Loo

materiaal: baksteen, pannen

Jaar: 1954


Beschrijving:

In augustus 1953 kreeg de Groningse architect Pit van Loo opdracht om een ontwerp te maken voor een Gereformeerde kerk in Marknesse die plaats moest bieden aan 150 personen. De grond werd aangekocht voor zo'n ƒ 600,-. Het kerkgebouw werd in 1954 gebouwd aan de Hoogzijde bij de op 1 januari 1949 geopende landbouwsmederij van Toon Weevers. Vandaar dat het gebouw in Marknesse bekend staat als het kerkje bij Weevers. Kerkgebouw 'Het Anker' werd op 3 november 1954 in gebruik genomen. De aannemer was J. van de Kolk. De totale bouwkosten bedroegen ƒ 50.000,-. Behalve de lessenaar bevindt zich voor in de kerk het doopvont, een geschenk van de wijkgemeente Emmeloord, Creil, Rutten en architect Van Loo. Het kerkje is een sobere zaalkerk van 8 x 14 meter met haaks aangebouwd bijgebouw met een 3,5 x 5 meter grote consistoriekamer en algemene ruimten als keuken, berging en toilet. De rechthoekige kerkzaal heeft grote ramen en een zadeldak dat met pannen gedekt is. De gevels zijn opgetrokken van bruingele handvorm waalsteen in halfsteensverband. De voorzijde van de kerk heeft een tuitgevel met een naar boventoe verbredende tuit, die bekroond wordt door een 'staf', die versierd is met een smeedijzeren kegel en een kroontje. Het ingangsportaal, met stalen deuren, is uitgebouwd. Het kerkgebouw is sinds 1974 in gebruik door de Gereformeerde Kerk (vrijgemaakt).

De kerk gebruikte aanvankelijk een zaalharmonium, een twee-klaviers Mannborg orgel met pedaal en windorgel, dat bij de ingebruikname bespeeld werd door de Kamper organist Henk Sleurink. Op de galerij in de kerkzaal staat sinds 1967 een door J. de Olde Kerkorgelbouw uit Enschede voor de Moriakerk in Emmeloord gebouwd orgel uit 1960. Het pijporgel werd destijds gebouwd op advies van de organisten M. Grisnich en G.J. Pap, die ook het toezicht en de eindkeuring hebben verricht. De Gereformeerde gemeente in Emmeloord vond dit orgel te klein voor haar kerk en kocht een groter orgel met 16 stemmen. Het De Olde-orgel werd te koop aangeboden. Het Anker kocht het aan, na overleg met de gemeente. Het orgel bevatte 480 pijpen, samengesteld door 7 stemmen over het gehele klavier en aangehangen pedaal. Het klavier is gesplitst in bas en diskant + koppel voor het volle werk. Het orgel was gebouwd volgens het elektro-pneumatisch systeem, wat wil zeggen dat door middel van luchtdruk door kleine loden buisjes vanaf de speeltafel klepjes onder de pijpen werden geopend. De orgelbank was zo gebouwd dat ze tevens dient als muziekbergplaats. De fa. Verschueren uit Heythuysen plaatste het instrument over naar Het Anker en breidde het uit met nog één stem, een subbas 16 op het pedaal. Tijdens de ochtenddienst van 27 april 1967 werd het instrument in Het Anker in gebruik genomen. In 1997 is het orgel door orgelbouwer M. Oranje uit Kampen grondig onderhanden genomen. Daarbij is de dispositie iets gewijzigd, zijn diverse kleine gebreken opgeheven, is de windvoorziening vernieuwd en is het orgel opnieuw geïntoneerd.

De kerkzaal is de afgelopen decennia vrijwel ongewijzigd gebleven. Wel is in 1996 de oorspronkelijke elektrische verwarming vervangen door centrale verwarming, waarbij de roosters van de voetverwarming gehandhaaft zijn en voorzien van een warmwaterleiding. In 1998 is het bijgebouw vergroot, waardoor een extra vergaderzaal ontstond, een grotere keuken, garderoberuimte en een extra berging.

Bronnen: ngkmarknesse.nl en jdeoldeorgelbouw.nl

Architect

Piet van Loo werd op 18 april 1905 in Winsum geboren. Een groot deel van zijn jeugd bracht hij door in Mijdrecht. In Amsterdam bezocht hij de HBS, waar hij de middagpauzes gebruikte om in het Rijksmuseum rond te kijken en te tekenen. Na zijn eindexamen ging hij bouwkunde studeren aan de Technische Hogeschool in Delft. Sinds zijn studententijd in Delft voerde hij de naam Pit die ontleend was aan de nouvelle Driekoningentriptiek uit 1923 van de Vlaamse schrijver en dichter Felix Timmermans.

Na zijn afstuderen in 1931, ging Van Loo aan het werk bij een architect in Groningen. In 1939 richtte hij zijn eigen bureau voor architectuur en stedenbouw op. Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Pit van Loo actief in het verzet voor de illegale pers. Eind 1944 werd hij door de Sicherheitsdienst opgepakt en na vier weken van verhoren overgebracht naar een werkkamp in Duitsland. Na de oorlog was Van Loo betrokken bij de wederopbouw. Hij ontwikkelde onder meer uitbreidingsplannen voor een veertigtal gemeenten in Groningen, Friesland en Drenthe. Pit van Loo was de ontwerper van veel gebouwen in de omgeving van Groningen. Daarnaast bouwde hij kerken in de provincies Groningen, Drenthe en in de Noordoostpolder (Emmeloord, Marknesse en Creil). In 1948 ontwierp hij het 'Gedenkteken voor alle gevallen slachtoffers in bezettingstijd' in Zevenhuizen, waarop het beeld van een naakte jongen met krans van Wladimir de Vries geplaatst werd.

Van 1946-1958 was Van Loo voor de Anti-Revolutionaire Partij (ARP) wethouder Sociale Zaken en Stadsbezittingen in Groningen. Naast architectuur en politiek lag zijn liefde ook bij de schilderkunst. Hij kreeg schilderles van Jan Wiegers, die in de jaren ’50 al een gevierd schilder van de Groninger Ploeg was. In 1958 trok Van Loo zich terug uit de gemeentelijke politiek om meer tijd vrij te maken om te tekenen en te schilderen. In 1970, bij het bereiken van de 65-jarige leeftijd, gaf hij zijn architectenbureau op en besloot zich volledig met de schilderkunst bezig te houden. Inspiratie voor zijn zeer realistisch geschilderde weidse landschappen vond Van Loo onder andere in het waddengebied en in de provincie Drenthe. Hij baseerde zijn werk gewoonlijk op zelfgemaakte zwart-witfoto’s. De kleuren voegde hij uit zijn herinnering toe. Van Loo was lid van kunstenaarsvereniging De Ploeg. Ir. Pit van Loo overleed op 25 juni 1991 op 86-jarige leeftijd in Haren.

Laatste Update woensdag, 08 juli 2020