Monument Waterschepen

Monument Waterschepen

Plaats: Schokland

Locatie: Keileemweg 1

Maker: Wim Oosterhof

materiaal: Hout en zwerfkeien

Jaar: 1984


Beschrijving:

In 1975 zijn bij grondwerkzaamheden op kavel NZ74 aan de Winkelweg in Zeewolde twee scheepsresten aangetroffen die in de zomer van 1982 door de oudheidkundige afdeling van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders zijn opgegraven. Het bleek te gaan om twee waterschepen die rond 1570 gezonken zijn. Waterschepen hadden een tweekoppige bemanning en werden gebruikt voor de visserij op de Zuiderzee. In het midden hadden ze een bun die via vele kleine openingen rechtstreeks in verbinding stond met het buitenwater. Aan deze waterbak, waarin vissen vers en levend werden gehouden, dankt het schip zijn naam. 

In het voor- en achterschip van beide waterschepen op kavel NZ74 werden zwerfkeien aangetroffen. Deze ballaststenen waren voor dit type vissersschip onmisbaar voor een goede stabiliteit en om in de bun voldoende water te krijgen. Het voorschip van NZ74 [1] was onder te verdelen in een vooronder tussen steven en bun. Het achterschip had een achteronder en een woongedeelte. De ballast in het achterschip bestond uit kleinere stenen waarop het woongedeelte gesitueerd was. De gehele ruimte achter de bun tot aan het scheidingsschot was van boord tot boord gevuld, tot ongeveer 20 cm onder de bovenkant van de bun. Het totale gewicht van de ballast in voor- en achterschip bedroeg 5560 kg.  

NZ74 [2] was onder te verdelen in een voorschip en een achterschip, met in het midden de 3,20 m lange bun. De ballast in het voorschip bestond over het algemeen uit grotere stenen dan in het achterschip. Opvallend was een betrekkelijk groot aantal rode handvormstenen, die zich in het bovenste deel van de ballast aan stuurboord bevond. De stapeling van de stenen was min of meer u-vormig voor en opzij van de mast en had een hoogte van 50 cm beneden de onderkant van de bundeken. Het pakket was ongeveer 3,00 m breed en 1,70 m lang. Het gewicht van de ballast in het voorschip bedroeg 4040 kg. De ballast in het woongedeelte van het achterschip bestond voornamelijk uit kleine stenen, waaronder een tiental grote moppen en opvallend veel 'zachte' kalkstenen. De kalksteen leek veel op het type dat vaak als netverzwaarders dienst deed en enkele doorboorde kalkstenen hadden ook daadwerlrelijk die functie gehad. De ballast lag tot ca. 10 à 15 cm onder de bovenkant van de bundeken en had een breedte van 2,50 m en een lengte van 1,30 m. De ballast lag op de dichte wegering tussen scheidingsschot en achterste bunschot. Het gewicht bedroeg 3000 kg. Het totale gewicht van de ballast kwam op 7040 kg.

Museum Schokland en De Gesteentetuin toonden belangstelling voor de ballaststenen, zodat de stenen na de opgraving daar naar toe werden overgebracht. Op 10 april 1984, exact 3 jaar na de opening van De Gesteentetuin in het Schokkerbos, 'onthulde' dhr N. Heiligenberg, directeur Landelijke Gebieden en Kwaliteitszorg in Overijssel, en burgemeester Roelf Hofstee Holtrop van Noordoostpolder een monument dat een deel van de historie van de Zuiderzee en geologie bijeen brengt. Met houten palen zijn de omtrekken van de twee 16e eeuwse waterschepen, die in 1982 in Zuidelijk Flevoland opgegraven zijn, weergegeven. Met behulp van een replica van een laadarm die vroeger veel op kaden in handelssteden te vinden was, brachten de heren Heiligenberg en Hofstee Holtrop de laatste stenen in het 'schip'. In totaal bevinden zich ruim 12.000 kg stenen in het geologisch monument. In de Gesteentetuin zijn de ballaststenen op dezelfde wijze aangebracht zoals deze in de wrakken werden aangetroffen. Het monument is ontworpen door Wim Oosterhof (1927-2014), directeur van museum Schokland van 1981 tot 1995.

Bronnen: Werkdocument RIJP,  de constructie van twee waterschepen gevonden op kavel NZ74 en De Noordoostpolder 12 april 1984.

Laatste Update woensdag, 04 september 2019