Plaquette ontruiming 1859
Plaats: Schokland
Locatie: Middelbuurt, Museum Schokland
Maker:
materiaal: brons
Jaar: 2009
Beschrijving:
In 2009 was het 150 jaar geleden dat Schokland ontruimd werd. Het voortdurende gevaar van overstroming en de uitzichtloze armoede maakte de overheid duidelijk dat het onverantwoord was de bevolking op het eiland te laten blijven. Minister jhr. mr. Jacob George Hieronymus van Tets van Goudriaan van Binnenlandse Zaken diende op 23 september 1858 in de Tweede Kamer der Staten-Generaal een wetsvoorstel voor de ontruiming van Schokland in. De aanneming van het wetsontwerp door de Tweede Kamer op 17 november 1858 vond zonder beraadslaging en met algemene stemmen plaats. Op woensdag 15 december 1858 werd in de zitting van de Eerste Kamer het wetsontwerp met algemene stemmen aangenomen. Een dag later bekrachtigde koning Willem III het wetsontwerp tot algehele ontruiming van Schokland. Daarop werd de wet op 29 december 1858 in het Staatsblad no. 84 afgekondigd.
In artikel 1 stond: "De bewoners van Schokland worden door het toekennen eener tegemoetkoming en onder aanbod om hunnen onroerende goederen tegen schadeloosstelling, ten behoeve van het rijk, over te nemen, in de gelegenheid gesteld, zich elders te vestigen". Dit artikel hield in dat naast de schadeloosstelling ieder gezinshoofd een verhuispremie van ƒ100,- ontving. Na de aanname van de wet vertrokken veel Schokkers al van het eiland, omdat ze een barre winter op Schokland niet nogmaals wilde meemaken. Om de financiële zaak af te kunnen sluiten kwam burgemeester Gillot met de Publicatie van 1 maart 1859. Het plakaat tot ontuiming van Schokland werd opgehangen op een aanplakbord bij het gemeentehuis op Middelbuurt. Hierin maakte burgemeester Gillot bekend dat de ontvolking van het eiland Schokland door de minister van Binnenlandse Zaken was goedgekeurd en het eiland binnen 4 maande ontruimd moest zijn. Alle 650 bewoners moesten Schokland voor 1 juli verlaten. Na die datum kon niemand meer aanspraak maken op een financiele tegemoetkoming. Verschillende Schokkers bleken weinig zin te hebben om hun huis te verlaten of wensten een vergoeding voor het afbreken van de woning. Om de ontvolking te stimuleren zegde de Overijsselse Commissaris des Konings op 17 maart 1859 toe dat er aan de vertrekkenden bedragen variërend tussen de ƒ 20,- en ƒ 100,- mochten worden uitgekeerd. Om voor de vergoeding in aanmerking te komen moest de woning worden afgebroken. Men mocht alles wat hen toebehoorde boven de grond, meenemen. Maar wat zich onder de grond bevond moest blijven. Alles wat na de datum van de ontruiming achterbleef werd rijkseigendom. Met de uitbetaling van de vergoeding werd de commissie voor Ontruiming belast waar naast burgemeester Gerrit Jan Gillot ook pastoor Hermanus Frederikus Johannes ter Schouw, predikant Johannes Cornelis Riethagen en onderwijzer en havenmeester Arnoldus Legebeke zitting in hadden. In de aantekeningen die burgemeester Gillot over de ontruiming van Schokland gemaakt heeft, staat te lezen dat C. Kwakman ƒ 100 heeft ontvangen om "af te breken en te Vollendam te bouwen" en dat Jan Stroeve een zelfde bedrag kreeg "om te verhuizen en een schuitje dat hij contant gekocht heeft te betalen". De wet van 16 december 1858 werd ten gevolge van het Koninklijk Besluit van 4 juli 1859 uitgevoerd. Voor de kosten van de ontruiming werd op de Rijksbegroting van 1859 een bedrag van ƒ 140.000,- uitgetrokken.
Op 19 september 2009 hield de Schokkervereniging de jaarlijkse Schokkerdag voor Schokker nazaten. Deze keer op Schokland zelf. In het kader van 150 jaar ontruiming Schokland onthulde de heer Leen Verbeek, commissaris van de Koningin in Flevoland, op het museumterrein een bronzen plaquette met daarop de publicatie waarin burgemeester Gillot de bevolking van Schokland het bevel van de minister van Binnenlandse Zaken jhr. van Tets van Goudriaan tot ontruiming van het eiland overbracht. Het origineel van de handgeschreven publicatie is bewaard gebleven en bevindt zich in het archief van de gemeente Kampen. Op de plaquette staat het volgende:
Publicatie
De Burgemeester der gemeente Schokland
maakt bij deze aan de opgezetenen der gemeente
bekend dat op heden den 1 Maart 1859 bij hem
is ontvangen eene missive van Z.E. den
Commissaris des konings in de Provincie
Overijssel inhoudende dat door de Minister van
Binnenlandsche zaken de ontvolking van het
eiland Schokland is goedgekeurd met bepaling
dat binnen vier maanden na dagtekening
dezen allen eigendommen moeten zijn afgebroken
en weggevoerd.
Schokland, den 1 Maart 1859,
De Burgemeester van Schokland
G.J. Gillot
Onder deze tekst is het silhouet van Middelbuurt in bas-reliëf afgebeeld.
Klik voor meer informatie hier

