Grafsteen Harm Smit

Grafsteen Harm Smit
Grafsteen Harm Smit Grafsteen Harm Smit Grafsteen Harm Smit

Plaats: Schokland

Locatie: Vluchthavenpad 1

Maker:

materiaal: steen

Jaar: 1950


Beschrijving:

In 1859 werd Schokland ontruimd, de bewoners moesten hun huizen afbreken en het eiland verlaten. Maar in 1862 werd het besluit genomen dat Schokland als vluchthaven voor vissers en schippers bleef bestaan. Enkele rijksambtenaren met hun gezin bleven op het eiland wonen. De havenmeester/lichtwachter bewoonde de dienstwoning op Emmeloord en de kantonnier, die belast was met het beheer en onderhoud van de dijken, was gehuisvest in de voormalige pastorie op Middelbuurt. Op de Zuidpunt woonde de lichtwachter die verantwoordelijk was voor de lichtopstand.
 
In de tuin van de lichtwachterswoning op Oud-Emmeloord ligt een grafsteen van Harm Smit en zijn vrouw. Harm Smit, of zoals hij in sommige bronnen genoemd wordt Harmen Smit, stamde uit een familie waarin de mannen gedurende 3 generaties functies op Schokland hebben bekleed. Vader Lammert Smit volgde zijn overleden vader Hendrik in 1876 op als kantonnier. In 1877 werd hij benoemd als havenmeester op Emmeloord en trouwde op 9 augustus van dat jaar met Jantje ten Napel uit Urk. Het echtpaar kreeg 5 kinderen. Zoon Harm werd op 10 september 1880 op Urk geboren en heeft het eiland Schokland alleen tijdens zijn schooltijd verlaten. Hij ging op Urk naar school en woonde bij zijn grootmoeder. Toen Harm een jaar of elf oud was gleed hij uit op een ijzeren scheepsdek en bleef daarna sukkelen met zijn linkerbeen. Hij liep mank en kon geen zwaar werk verzetten. Schokland kreeg in 1897 een telegraafverbinding met het vasteland. Vanaf Kampen was daarvoor een kabelverbinding gelegd. De eerste twee jaar beheerde vader Lammert het kantoortje. In 1899 werd Harm Smit als kantoorhouder der PTT aangesteld. Het gezin van Lammert Smit betrok in 1901 de nieuwe lichtwachterswoning op Emmeloord. In 1908 kreeg Schokland, in verband met de scheepvaart, een telefoonverbinding. Op 19 oktober van dat jaar trouwde Harm Smit met Jantje van Veen die op 11 oktober 1882 op Urk geboren was. Voor het echtpaar had vader Smit, krachtens een vergunning van de Minister van Waterstaat d.d 9 mei 1908 letter A. afd. Waterstaat, ten noorden van zijn dienstwoning een nieuwe woning met aangebouwd telefoonkantoortje laten bouwen. Dat was uitzonderlijk want het was niet toegestaan aan particulieren om op Schokland te bouwen. Vader Lammert Smit ging op 1 novermber 1910 met pensioen en werd als havenmeester opgevolgd door zijn oudste zoon Hendrik.
 
Behalve Rijkstelegraafkantoorhouder runde Harm Smit een winkeltje en postkantoortje voor de vissers. Op zondagmorgen hield hij in zijn woning bijbellezingen voor de op het eiland verblijvende schippers en de arbeiders van Middelbuurt. Zowel katholieken als protestanten bezochten zijn lezingen. In 1915 werd Harm Smit benoemd tot directeur en boekhouder van de op 19 mei geopende visafslag op Schokland, een filiaal van de Rijksvisafslag te IJmuiden. Op van te voren aangekondigde tijden werd de vis verhandeld. De haring werd reglementair afgeslagen per tal (200 stuks), ansjovis per 1000 stuks en bot, schar, spiering en aal of paling per half kilogram. Na de sluiting van de Afsluitdijk op 28 mei 1932 werd de visafslag op 1 juli opgeheven. Sinds 27 januari 1916 was Harm Smit tijdelijk havenmeester (tweede havenmeester). In deze functie verdiende hij ƒ 50,- per jaar. Per 17 december 1919 werd Smit belast met de bediening van de misthoorn. In 1923 werd Jan Spit benoemd tot eerste havenmeester en lichtwachter. Vanaf die tijd tot aan de inpoldering waren het gezin Smit en het echtpaar Spit de laatste vaste bewoners van Emmeloord.
  
Harm Smit werd door de vissers 'de laatste koning van Emmeloord' genoemd. Op 3 december 1940 verliet de tweede havenmeester, kantoorhouder der PTT, bediener van de misthoorn, onbezoldigd rijksveldwachter en voormalig directeur van de visafslag het eiland, hij was toen 58 jaar oud. Omdat Smit zich Schokland wilde herinneren als eiland is hij er na zijn vertrek nooit meer geweest. Het vertrek moet hem zwaar gevallen zijn want dikwijls zei hij: "Als ik twee dagen van het eiland ben, verveel ik me er één". Harm Smit vestigde zich als gepensioneerd ambtenaar in Genemuiden. Hier mistte hij de ruimte van Schokland, huizen aan twee kanten daar kon hij niet aan wennen. Hij zag het liefst zoveel mogelijk water om zich heen. Binnen een jaar verhuisde hij naar de IJsselkade in Kampen waar het bijna net zo winderig was als op Schokland. In de jaren tot aan zijn dood schreef hij zijn kroniek. Op 6 september 1950 overleed Harm Smit, 4 dagen voor zijn 70e verjaardag. Jantje Smit-van Veen overleed op 22 juni 1961 op 78-jarige leeftijd. Vanaf 1859 was begraven op Schokland verboden, Harm en Jantje vonden hun laatste rustplaats op de Algemene Begraafplaats van Kampen in IJsselmuiden. Nadat de grafrechten vervielen is het graf in 2013 geruimd. Op verzoek van de nabestaanden is de grafsteen van Harm en Jantje Smit toen geplaatst in de tuin van de lichtwachterswoning, het huis waar Harm Smit tijdens zijn tienerjaren woonde.
 

Als gevolg van proces-verbaal d.d. 25 november 1938 was Schokland door de gemeente Kampen in beheer overgedragen aan de Dienst der Zuiderzeewerken. Per 1 januari 1939 werd het materieel beheer overgedragen aan de Directie Wieringermeer met uitzondering van het misthoorn gebouwtje, dat in het beheer van het loodswezen was, en de woning van Harm Smit. De vergunning van 9 mei 1908, waardoor deze woning destijds in particulier bezit kon worden gebouwd, werd bij de beschikking van het Ministerie van Waterstaat op 22 augustus 1941 ingetrokken. Enige tijd na het droogvallen van de Noordoostpolder werd de woning van Smit afgebroken.

  
Kijk voor meer informatie op schoklanddoordeeeuwenheen.nl en smitschokland.nl

Laatste Update donderdag, 22 november 2018