Servatiuskerk

Servatiuskerk
Servatiuskerk Servatiuskerk Servatiuskerk Servatiuskerk Servatiuskerk Servatiuskerk

Plaats: Rutten

Locatie: Plantsoenweg 41

Architect: Hendriks, v.d Sluys & v.d. Bosch

materiaal: baksteen, dakpannen, glas

Jaar: 1957-1958


Beschrijving:

In 1951 werd aan de ernstig vermoeide aartsbisschop van Utrecht, kardinaal De Jong, een coadjutor toegewezen, een hulpbisschop. Bernardus Johannes Alfrink werd op 28 mei 1951 tot bisschop-coadjutor van het aartsbisdom Utrecht benoemd. De aartsbisschop-coadjutor richtte met ingang van 15 oktober 1954 de nieuwe parochie Creil-Rutten op, de vijfde in de Noordoostpolder. Pater Theodorus G. ten Hagen werd benoemd als bouwpastoor en belast met het tot stand brengen van twee kerkgebouwen. In september 1955 keurde de aartsbisschop-coadjutor het voorstel van de parochie Creil-Rutten goed om aan architect J.P.L. Hendriks uit Rotterdam te vragen om een voorlopig ontwerp te maken voor de twee rooms-katholieke kerken die in Rutten en Creil gebouwd zouden worden. Het architectenbureau Hendriks, van der Sluys & van den Bosch ontwierp voor Rutten een kerkgebouw in de Bossche-schoolvariant van het traditionalisme en had zich laten inspireren door de grote landbouwschuren in de polder. In februari 1957 startte aannemer H. Mokveld uit Hilversum met de bouw van de kerk met pastorie. De architectuur is formeel met relatief zware detaillering en kleurgebruik. De opvallende witte omlijstingen van de rondbogige ramen, de dakranden en de decoratieve elementen zijn van trilbeton. De ingangspartij bestaat uit een witte betonnen rondboog. De gevels zijn uitgevoerd in bont gekleurde Brabantse baksteen in wildverband. De kerkzaal staat op een rechthoekig grondplan onder een met grijze pannen gedekt dak. Het schilddak springt in op de muur, waardoor een brede betonnen richel vrij komt te liggen. De lage aanbouw met plat dak heeft vierkante raampjes. Dwars op de kerk is een doopkapel aangebouwd. In de blinde buitengevel van de ondiepe rechthoekige uitgebouwde 'apsis', zijn in een regelmatig patroon Griekse kruisjes in reliëf gemetseld. De pastorie, eveneens onder schilddak, is door laagbouw met de kerk verbonden. Het interieur van de kerk is uitgevoerd in schoonmetselwerk. 

De eerste steenlegging vond plaats op zondagmorgen 8 december 1957 om 12.00 uur. Op 14 oktober 1958, een dag nadat de St. Nicolaaskerk in Creil geconsecreerd was, werd de Servatiuskerk door de bisschop van Groningen, mgr. P.A. Nierman, ingewijd. Relikwiedragers waren pastoor F. Gilsing uit Ens en pastoor F.J.B. Koopmans uit Kraggenburg. De eerste H. Mis werd opgedragen door pastoor Koopmans geassisteerd door pastoor J.A.H. Brouwer uit Lemmer, diaken en pastoor F. Gilsing uit Ens, subdiaken. Mgr. P.A. Nierman verleende pastoor Th. G. ten Hagen met ingang van 14 oktober eervol ontslag als vicarius-oeconomus te Rutten en benoemde pastoor C.J. Ebskamp als pastoor van de parochie van St. Servatius. Daarmee werd Rutten een zelfstandige parochie. Pastoor Ebskamp was afkomstig van de r.k. parochie te Mussel in Groningen, waar hij 10 jaar gewerkt had. Hij werd op 21 maart 1905 geboren en werd op 24 juli 1932 priester gewijd. Achtereenvolgens was hij kapelaan in Driel, Maarsen en Oldenzaal, voordat hij benoemd werd tot pastoor in Mussel. Ter gelegenheid van de ingebruikname van het kerkgebouw bood Dorpsbelang Rutten een tegel aan met in diepliggend reliëf een zeilscheepje. De tegel is in de zijgevel van de kerktoren aangebracht ter hoogte waar voorheen het water stond.

Om het vlakke landschap wat meer reliëf te geven wilde de dienst der Domeinen dat er bij elke kerk in de Noordoostpolder een toren gebouwd werd. De St. Servatiuskerk kreeg een vierkante, vrijwel vrijstaande toren met een open lantaarn die gevormd wordt door twee muurtjes met een dwarsbalk erboven. De toren wordt bekroond door een Latijns kruis. In de lantaarn hangt een 630 kilo zware luidklok met het opschrift: “Aan hen die wonen op de bodem van de zee, verkondig ik de diepte van Christus". De in Gis gestemde klok, hangt aan een gekrukte luidas wat betekent dat hij geluid wordt met vallende klepel. Het draaipunt van de klepel hangt gelijk aan het draaipunt van de krukas. Daardoor zwaait de klok minder hoog op en valt de klepel tijdens het luiden op de onderrand van de klok. Het geluid is wat doffer dan een klok die met vliegende klepel wordt geluid, wat een vol geluid geeft. In de klokkenstoel op de doopkapel hangt het angelusklokje, dat een gewicht van 130 kilo heeft en een toonhoogt F. Het is de enige werkende angelusklok in de gemeente Noordoostpolder. Het angelus, voluit Angelus Domini oftewel de Engel des Heren, is een katholiek gebed dat traditioneel drie maal daags gebeden wordt. Het luiden van de klok herinnert de gelovigen eraan dat het tijd is om te bidden. Er wordt dan drie keer drie slagen geluid op de klok, die de drie weesgegroetjes representeren, waarna de klok een minuut of twee wordt geluid. Op het angelusklokje staat de inscriptie: “Ave Maria gratia plena Dominus tecum” wat in het Nederlands "Wees gegroet, Maria, vol van genade. De Heer is met U" betekent. De beide bronzen klokken zijn in 1958 door klokkengieterij Petit & Fritsen uit Aarle-Rixtel gegoten. Goed klokkenbrons is een legering van ca. 78% koper, ca. 20% tin en ca. 2% andere metalen, zoals bijvoorbeeld lood of zink. Door haar lage dempingsfactor garandeert deze legering een lange naklank. 

In de nieuwe rooms-katholieke kerkbouw werkten uiteraard ook de nieuwe liturgische ideeën door. Het altaar in de Servatiuskerk werd zo gebouwd, dat de priester de mis kon bedienen met het gezicht naar de gelovigen toegekeerd. De afstand tussen altaar en kerkgangers werd zoveel mogelijk gereduceerd. Het altaar kreeg een centrale plaats in de kerk, zodat de gelovigen zo nauw mogelijk en zo direct mogelijk bij de misviering werden betrokken.

In 1962 werd in het rondbogig raam boven de hoofdingang een gebrandschilderd glas-in-lood raam geplaatst, waarvoor geld was ingezameld onder de parochianen. Op het figuratieve raam, dat gemaakt is door glazenier Jan Schoenaker (1923-2017) uit Oldenzaal, staat St. Servatius afgebeeld de naamgever van de kerk. Servatius, ook wel Servaas genoemd, was in het midden van de 4e eeuw bisschop van Tongeren. Toen de Hunnen Tongeren dreigden binnen te vallen zou Servatius een pelgrimstocht naar Rome hebben ondernomen. Terwijl hij in Rome waakte en bad bij het graf van Petrus, kreeg hij een visioen waarin de apostel hem opriep de bisschopszetel van Tongeren naar Maastricht te verplaatsen. De naam Servatius is afgeleid van het Latijnse woord 'servare' met de betekenis "behouden, redden" en betekent dus "hij die redt". Het Servatiusraam is gematigd expressionistisch vormgegeven. St. Servatius draagt een rode kazuifel over een lang wit onderkleed, een albe, en staat voor een blauwe achtergrond. Zijn hoofd wordt omringd door een nimbus. Servatius ontvangt uit handen van een engel de bisschopsmijter. Aan weerszijde van de schouders van St. Servatius prijkt in sierlijke letters zijn naam. Servatius heeft de kromstaf in de linkerhand en de Servatiuskerk in de rechter. De kronkelende draak aan zijn voeten is een verwijzing naar zijn strijd tegen de ketterij van het Arianisme, een stroming die de goddelijkheid van Christus ontkende. 

In de Servatiuskerk stond een electropneumatisch orgel dat aan vervanging toe was. Omstreeks 1980 werd er een comité in het leven geroepen om gelden in te zamelen voor een nieuw kerkorgel. In 1981 kreeg orgelbouwer J.J. Elbertse & Zn. de opdracht om een nieuw pijporgel te bouwen. Het pedaalregister subbas 16' uit het oude orgel was nog in goede staat zodat die hergebruikt werd in het nieuwe Elbertse-orgel. Tegen 1970 waren de vernieuwingen in de orgelbouw en de heroriëntatie op het barokke orgel ook in de katholieke kerken doorgedrongen. De mechanische tractuur kwam terug en de orgels kregen weer een omsluitende kas. De orgelkas van het Elbertse-orgel is horizontaal afgedekt. Decoratief houtsnijwerk sluit de ruimte tussen het pijpwerk en de bovenzijde van de kas af. Het één-klaviersorgel werd staande in de kerkzaal geplaatst, naast het liturgisch centrum. Het nieuwe orgel, dat symmetrisch is vormgegeven, werd op 13 december 1981 in gebruik genomen. Bij de aanschaf van het orgel heeft het bisdom zich laten adviseren door een adviseur van de Katholieke klokken-en orgelraad (KKOR). Tussen de bogen, naast het orgel, is in 1986 een schildering aangebracht. Het drieluik is gemaakt door kunstschilder Gerrit Pasman (Lochem 1955) uit Zutphen. Het landschap van de Noordoostpolder, met zijn prachtige (wolken)luchten, heeft als inspiratie gediend. Bekijk hier foto's van het Servatiusraam, het orgel en het drieluik.

In 1991 is de parochie van de H. Servatius samengevoegd met die van de H. Ludgerus te Bant en die van de H. Nicolaas te Creil tot de parochie "De Goede Herder". In 2001 zijn de kerkgebouwen van Bant en Creil afgestoten. Sinds 2015 vormen alle rooms-katholieken in de Noordoostpolder één gemeenschap: de Emmaüs­parochie.

Architecten

Johannes Petrus Leonardus (Jan) Hendriks werd op 27 augustus 1895 in Rotterdam geboren. Na de Ambachtsschool volgde Jan Hendriks de avond- en dagcursus van de Rotterdamse Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen en werkte bij de architecten Buskens en Meischke & Schmidt.

In 1924 won J.P.L. Hendriks de Prix de Rome voor de Schone Bouwkunst, de oudste en meest genereuze prijs voor talentvolle kunstenaars en architecten in Nederland. Van de gewonnen studiebeurs ging hij samen met zijn vriend en studiegenoot Wim N. van der Sluys (1897 - 1972) op studiereis in Zuid-Duitsland en Italië. In deze periode hebben Jan Hendriks en Wim van der Sluys regelmatig gezamenlijk met succes aan prijsvragen deelgenomen. Bij de jaarlijkse prijsvragen uitgeschreven door de Vereniging 'Bouwkunst en Vriendschap' hebben zij meermalen prijzen in de wacht gesleept. In 1922 wonnen zij de eerste prijs, een bronzen medaille en f 50,-, voor een opmeting van een oud gebouw of een gedeelte daarvan, onder het motto 'Waalsche Kerk'. In 1923 behaalden zij bij een prijsvraag voor een brug over een stadssingel de derde prijs plus een eervolle vermelding. Tijdens een prijsvraag uitgeschreven door De Gemeente Amsterdam in 1924 voor 'Vier monumentale lantaarns op den Dam te Amsterdam' won het ontwerp van Hendriks en Van der Sluys onder het motto 'Fiat Lux' de derde prijs en f 150,-.

Teruggekeerd van de studiereis in Zuid-Duitsland en Italië begon Hendriks in zijn woonhuis in Rotterdam een eigen architectenpraktijk. Vanaf 1928 begonnen de grote opdrachten te komen: kerken, winkels, scholen, woningen. In 1939 vormde Hendriks samen met Wim van der Sluys en zijn zwager Lex A. van den Bosch (1908 - 2002) een architectenmaatschap. Het architectenbureau Hendriks, Van der Sluys & Van den Bosch realiseerde na de oorlog vele gebouwen in Rotterdam. Het werk van het bureau evalueert meer en meer van traditionalistische katholieke baksteenarchitectuur naar een verzorgd modernisme.

Jan Hendriks overleed op 8 augustus 1975 op 79-jarige leeftijd in Rotterdam

Laatste Update dinsdag, 08 september 2020