Hervormde Kerk De Schakel

Hervormde Kerk De Schakel

Plaats: Luttelgeest

Locatie: Lange Brink 49

Architect: F.B. Jantzen

materiaal: baksteen, dakpannen, glas

Jaar: 1956-1957


Beschrijving:

Op 9 juli 1956 werd de eerste spade voor de bouw van de Nederlands Hervormde kerk De Schakel in de grond gestoken door ds. E.J.N. Kronenburg. De kerk met aangebouwde vergaderzaal werd gebouwd naar plannen van architect Fedinand B. Jantzen en werd op 19 december 1957 officieel in gebruik genomen. De Schakel was de vijfde definitieve Hervormde kerk in de Noordoostpolder. De namen die aan Hervormde kerken gegeven worden zijn gerelateerd aan passages uit de bijbel. De naam van dit kerkgebouw geeft aan dat Jezus Christus 'De Schakel' tussen de mens en God is. Het kerkgebouw, dat een duidelijke representant is van de wederopbouwarchitectuur, kreeg een prominente plaatsing in Luttegeest en vormt de afsluiting van de centraal gelegen groene brink. De kerkzaal en het jeugdhonk omsluiten een binnenhoek van het langgerekte plein. Het naar de veldzijde aflopend lessenaarsdak vergroot het afgesloten gevoel. Door de hoge gevel en het lessenaarsdak toont de kerk zich als grootste gebouw in het dorp.

De modernistisch vormgegeven kerk heeft een L-vormige plattegrond. De muren zijn opgetrokken van geelgrijze baksteen in halfsteensverband. Tegen één van de hoeken staat een opengewerkte toren waarin 3 klokken boven elkaar hangen. De nok van de 16 m hoge toren wordt bekroond door een liggend Grieks kruis, een kruis waarbij de lengtebalk en de dwarsbalk even lang zijn en de lijnen elkaar precies in het midden kruisen. Het kruis staat voor de Griekse letter Χ (chi), de eerste letter van het woord Christus (ΧΡΙΣΤΟΣ). Het Grieks kruis verwijst naar Pasen, het lijden, het sterven van Jezus en zijn opstanding daarna. De bouw van de toren is niet door de overheid bekostigd maar werd door het kerkgenootschap zelf gefinancierd. Een andere hoek wordt bekroond door een gebeeldhouwde vlam die verwijst naar het Pinkstervuur. In het tweede hoofdstuk van de Handelingen van de Apostelen (Hand. 2:1-4) staat beschreven wat er op Pinkstermorgen gebeurde: "Toen de Pinksterdag aanbrak, waren ze allemaal bij elkaar. Plotseling kwam er uit de hemel een geluid alsof er een hevige wind opstak, en het huis waar ze zaten, werd er helemaal vol van. Er verschenen hun vurige tongen die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. Ze werden allemaal vervuld van de heilige Geest en begonnen te spreken in vreemde klanken, zoals de Geest hun ingaf". De Heilige Geest wordt doorgaans gesymboliseerd in de vorm van een duif of zoals hier een vuurvlam.

De negen, 1 x 6 meter grote gebrandschilderde ramen aan de westkant van de kerkzaal verbeelden het verhaal van de drie jonge mannen in de vurige oven dat beschreven staat in Daniël 3:6. "Tijdens de Babylonische ballingschap wordt ook van de Joden gevraagd de heerser Nebukadnezar te vereren. Drie mannen weigeren. Ze worden bij wijze van straf in een brandende oven gegooid, waar ze op miraculeuze wijze levend uit komen". In het raam aan de zuidkant, naast de kansel, worden de woorden van Mattheus 18:20 aangehaald; "Waar twee of drie in Mijn Naam, daar ben ik in het midden". De glas-in-loodramen zijn ontworpen door de kunstenaar Berend Hendriks. Door de omvang en de kleurwerking heeft het licht een bijzondere invloed op de sfeer in de kerkzaal en de beleving van de ruimte.

Het mechanisch sleepladen-orgel met 6 registers (stemmen) werd in 1957 door de firma Gebr. Van Vulpen uit Utrecht gebouwd. Als adviseur namens de Orgelcommissie van de Nederlandse Hervormde Kerk trad Lambert Erné (1915-1971) op, die het kleine orgel met een bespeling op 19 december 1957 in gebruik nam. De orgelkas is ontworpen door Jos van Vulpen. De Gebr. van Vulpen bouwde orgels volgens neo-barokke principes die tot het eind van de jaren 1960 richtgevend waren in de Nederlandse orgelbouw. Met toepassing van de elementen uit de bloeitijd van de orgelbouw wilde men een nieuw, eigentijds orgeltype realiseren. Het naoorlogse neo-barokorgel was een reactie op de grondtonige en vaak kwalitatief inferieure fabrieksinstrumenten uit de eerste helft van de 20e eeuw. Het neo-barokorgel bracht een herwaardering van de ambachtelijke bouwwijze teweeg. Het orgel is een blaasinstrument dat door middel van een klavier of manuaal bespeeld wordt. De toetsen van het manuaal en het pedaal zijn via de zogenaamde speelmechaniek, een combinatie van latjes, scharniertjes en hefboompjes, verbonden met kleppen in de windlade. Elke toets is in principe met één klep verbonden. Door een toets in te drukken gaat die klep open en komt de wind in de pijp waardoor deze gaat klinken. Het Van Vulpen-orgel heeft één manuaal en een aangehangen pedaal. Een pedaal kan een zelfstandig werk zijn, dan heeft het voetklavier een eigen windlade met eigen registers. Maar een pedaal kan ook aangehangen zijn zoals hier het geval is. Een aangehangen pedaal is een permanente koppeling die het pedaalklavier aan het manuaalklavier verbindt. Als de organist de pedaaltoetsen met zijn voeten beroert, worden de toetsen van het manuaal ingedrukt. Kijk hier voor foto's en de dispositie, de opsomming van de registers die in het orgel aanwezig zijn..

Sedert 1994 Is De Schakel in gebruik als PKN-kerk.

Architect

Ferdinand Bernardus Jantzen werd op 29 juni 1895 in Amsterdam geboren. Hij volgde de in zijn tijd gebruikelijke combinatie van een opleiding met praktijkwerk op architectenbureaus. Na een vooropleiding op de ambachtsschool Concordia Internos in Amsterdam volgde hij avondonderwijs aan de Teekenschool voor Kunstambachten en de Hendrick de Keyserschool. Als opzichter en tekenaar op de architectenbureaus van Posthumus-Meyes en Ed. Cuypers begon F.B. Jantzen zijn loopbaan. Op de bureaus van H.A.J. en Jan Baanders en A.D.N. van Gendt was hij werkzaam als adjunct-architect. In 1922, twee jaar nadat hij afstudeerde aan de Academie voor Bouwkunst in Amsterdam, besloot hij als zelfstandig architect aan de slag te gaan.

Ferdinand Jantzen ontwierp het kerkelijk dienstgebouw Pniël aan de Marnixstraat 81-83 (1922) en woningen en winkels op de hoek Amstelveenseweg-Kalfjeslaan (1930) in Amsterdam. Hij ontwierp meerdere kerken, waaronder in Amsterdam de kerk Westerwijk met bovenliggende woningen aan de Admiraal de Ruyterweg (1926), de Jeruzalemkerk aan het Jan Mayenplein (1929), de Maarten Lutherkerk in de Dintelstraat en de Augustanakerk (1957). Jantzen was de zoon van een opzichter bij één van de diaconale stichtingen in Amsterdam en bij het ontwerpen van kerken maakte de architect veelvuldig gebruik van bijbelse symboliek. Buiten Amsterdam ontwierp hij onder andere in in Eindhoven de Schootsekerk (1931), in Bussum de Evangelisch-Lutherse kerk aan de Mecklenburglaan (1937), in IJmuiden de Hervormde Goede Herderkerk aan de Velserduinweg (1934), in Oegstgeest de Hervormde Pauliskerk (1932) en in Marknesse de Hervormde Verlosserkerk (1955). Als restauratiearchitect was Jantzen verantwoordelijk voor de herbouw van de door brand verwoeste kerk van Loenen (1948-1949). Ook herstelde hij in 1948 de door oorlogsschade getroffen kerken van Heusden en Vlijmen. In Amsterdam verzorgde hij in de oorlogsjaren een opmeting van de Westerkerk met het oog op een restauratie die pas veel later zou worden gerealiseerd. Ferdinand Jantzen ontwierp, naast kerken, ook wel kerkmeubilair.

Zijn oeuvre van vóór 1940 wordt gekenmerkt door een persoonlijke interpretatie van het idioom van de Amsterdamse School, geïnspireerd op het expressionistisch kubisme van Frank Lloyd Wright. In de wederopbouwperiode werd zijn vormgeving sober en meer functioneel bepaald.  Zijn vrije tijd besteedde Jantzen graag aan de bestudering van stedebouw, historische kerkbouw en het maken van reisschetsen. Tevens was hij een liefhebber van decoratieve kunst en kunstnijverheid. Op 25 augustus 1987 overleed Ferdinand Bernardus Jantzen op 92-jarige leeftijd in Ede.

Bron: Het Cuypersbulletin Jaargang 21 Nummer 2, 2016: 'Maarten Lutherkerk te Amsterdam Gemeentelijk Monument' door Guido Hoogewoud 

Laatste Update zondag, 10 mei 2020