De Goede Rede

De Goede Rede

Plaats: Almere

Locatie: Kerkgracht 56

Architect: Gerrit Steen

materiaal: baksteen, beton

Jaar: 1979


Beschrijving:

Al in 1974 werd er nagedacht over kerken in de nieuwe plaatst Almere. Op basis van de oecumenische gedachte die in de jaren 1970 ondersteund werd door het bisdom Haarlem en door de landelijke federatie van de Hervormde en Gereformeerde kerk sloegen de rooms-katholieken, hervormden en gereformeerden de handen ineen om gezamenlijk de uitdaging Almere op te pakken. 'Platform Almere' noemden ze de interkerkelijke voorbereidingscommissie die ontstond. Per 1 juli 1975 benoemde het bisdom van Haarlem, mgr. Th. Zwartkruis, Dirk Visser tot pastor en kerkelijk opbouwwerker voor Almere. Visser was de eerste gehuwde rooms-katholieke diaken in Nederland. Eind 1976 kreeg hij een protestantse collega, de hervormde predikant ds. E. F. Verbaas, benoemd namens Gereformeerde Kerken en Hervormde Kerk. Samen behoorden zij tot de eerste bewoners die in november 1976 hun woning in Almere Haven betrokken. In de beginperiode deed café-restaurant De Roef dienst als kerk. In 1976 werd een bouwcommissie van de rooms katholieke en protestantse kerk ingesteld. De kerkbouw in het nieuwe land kwam in aanmerking voor een speciale ‘Regeling financiering kerkenbouw in de IJsselmeerpolders’. De rijksoverheid financierde 50% van de bouw- en inrichtingskosten van kerken. Oecumenische kerkgebouwen kregen zelfs 60 tot 70 % gefinancierd. Kerkgebouwen werden door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders gezien als belangrijke stedenbouwkundige en sociale bakens, een onmisbaar onderdeel van de identiteit van de nieuwe dorpen en steden. De kerkelijke gemeente wenste een kerk met een bescheiden exterieur, als eenvoudige 'reddingspost' en nadrukkelijk zonder toren. De RIJP daarentegen wilde een traditioneel centrale plaats als oriënterend, dus met toren. In de bouwcommissie werd indertijd heftig gediscussieerd over de toren, maar hij werd uiteindelijk geaccepteerd.

Er werden drie ontwerpen gemaakt waaruit de bewoners konden kiezen. De keuze viel op het ontwerp van architect Gerrit Steen van architectenbureau Steen en Tuinhof uit Leeuwarden. Begin 1977 kreeg hij de opdracht het ontwerp uit te werken. Op 23 december 1977 werd de eerste paal geslagen. Tijdens de bijeenkomst werd de naam van het kerkcentrum bekend gemaakt. De prijsvraag die daartoe was uitgeschreven werd gewonnen door mevrouw J. Havinga-Verbaas uit Stadskanaal die de naam De Goede Rede voorstelde. De naam is ontleend aan Handelingen 27:8 waar verhaald wordt dat Paulus, onderweg naar Rome, in een storm verzeild raakt, maar beschutting vindt bij 'Goede Rede'. Naast de kerk werd door de RIJP een 35 m hoge toren gebouwd. Op 9 september 1979 werd het oecumenisch kerkcentrum De Goede Rede in gebruik genomen.

Het bakstenen gebouw is multifunctioneel van opzet en heeft twee puntige zalen die oprijzen uit een brede basis. De vierkante grote kerkzaal van 18 x 18 m heeft een golvend dak dat wordt omsloten door 4 hoge metselwerk vlakken die in twee punten uitlopen. De hoogste punt is 21 m hoog, de andere 14 m. Het gewelfde plafond is door scheepstimmerlieden als de romp van een schip gebouwd. In de hoek van de hoogste puntgevels is een verticale serie openingen tussen de twee muurvlakken geplaatst. Een lichtstraat met een blokstructuur, die het betonnen binnenwerk van de losstaande kerktoren reflecteert. De kerkzaal is te vergroten met de 12 x 6 m grote voorzaal. De intieme kapel is 11 x 11 m groot en heeft een halfronde apsis.

De vierkante losstaande toren heeft meerdere terug liggende gevelvlakken die overeenkomen met de grote uitstekende blokken van de grote kerkzaal, die binnen en buiten de strakke muurvlakken doorbreken. Het dak van de kerktoren is plat. Een schets met 4 puntige hoeken op het dak is destijds door de welstandscommissie afgekeurd. De toenmalige landdrost Han Lammers was een groot liefhebber van muziek. Hij heeft er voor gezorgd dat de toren een carillon kreeg en dat in de kerk een bijzonder concertorgel dat naast het altaar staat. 

Het mechanisch sleepladenorgel is in 1979 gebouwd door de firma L. Verschueren uit Heythuysen en werd tijdens de ingebruikname dienst op 9 september bespeeld door organist André Potter. Het orgel is geënt op de Franse klassieke orgelbouw en telt 1074 pijpen. De grootste pijp, een houten, is 2,40 m lang oftewel 8 voet (8’). Het kleinste metalen pijpje is slechts een paar centimeter groot. Orgels uit de Franse barok hebben idealiter diverse klavieren die respectievelijk Grand Orgue, Positif en Récit heten. Het orgel in De Goede Rede heeft twee manualen, Grand Orgue en Récit en pedaal. De manuaalomvang is C-g3 wat betekent dat beide klavieren 56 toetsen hebben. De pedaalomvang is C-f1 oftewel 30 toetsen. De basisregisters (labialen) van de orgels uit de Franse barok zijn de Bourbon 16’/8’, Prestant 8’/4’, de Flûte 8’/4’ en de Doublette 2’. Naast deze registers is ook de typisch Frans-romantische labiaalregisters Montre 8’ terug te vinden op het Grand Orgue (manueel 1) van het Verschuerenorgel. Daarnaast bevat een Frans barokorgel heel wat aliquoten (boventoonregisters) zoals de Tierce 13⁄5’, een register van een pijporgel waarbij niet de aangeslagen noot van de toets van het klavier weerklinkt, maar een boventoon ervan. Aan tongwerken vinden we een Trompette 8’ en Cromorne 8’. De registernamen zijn op echt perkament geschreven die op hun beurt bevestigd zijn op een strookje orgelmetaal. Het Franse barokorgel en niet te vergelijken met de Duitse barokorgels in kerken De Drieklank in Almere Buiten en De Lichtboog in Almere Stad. Kijk voor foto's en de dispositie van het orgel hier

Achter het altaar hangt een geknoopt wandkleed in verschillende tinten rood, blauw en wit, dat gemaakt is door naaldkunstenares Maria Louise Blauw. Het wandkleed is 2 x 2,5 m groot en verbeeldt drie vrouwen. Ieder figuur representeert één van de drie kerkgenootschappen voor, die meededen aan de bouw van De Goede Rede en die het kerkcentrum ook gezamenlijk gebruikten tot 6 maart 2021, toen de rooms-katholieken verhuisden naar de St. Bonifatiuskerk. De vrouwen zijn naar elkaar toegekeerd afgebeeld en houden elkaar vast. Twee van hen houden boven hun hoofd de wereldbol met daarop het gemeenschappelijke symbool van de oecumene, een schip dat als mast een kruis heeft. Dertig Almeerse vrouwen en twee mannen, gemeenteleden van het eerste uur, hebben het kleed in 1979 onder toeziend oog van Marie Louise Blaauw van Smyrnawol geknoopt. Het wandkleed is gebaseerd op de Drie Gratiën die afgebeeld staan op het schilderij La Primavera van Sandro Boticelli (1446-1510). Sinds 2004 prijkt op de buitenmuur van het kerkcentrum een muurschildering die ontworpen is door Nina Fedyushkina.

Kerkgebouw Goede Rede, met bijbehorende kerktoren is in december 2023 aangewezen als gemeentelijk monument. Het markante gebouw is één van de iconen uit de pionierstijd en het vierde monument van Almere. De aanpak en het ontwerp worden gezien als innovatief en bijzonder voor de kerkbouw in Nederland in die periode.

Architect

Gerrit Steen is op 27 januari 1916 geboren in het Friese dorp Marrum. Zijn vader was timmerman/aannemer en overleed toen Gerrit 3 jaar oud was. Gerrit Steen wilde ook timmerman worden, net als zijn vader en grootvader. Hij ging naar de tekenschool, volgde bij PBNA de cursus bouwkundig tekenaar en bouwkundig opzichter en ging in de leer bij architecten in Dokkum en Bolsward. Vlak voor de oorlog begon hij zijn eigen architectenbureau in Dokkum. Na de oorlog vond hij werk is Zeeland waar hij veel opdrachten kreeg voor de wederopbouw van vooral boerderijen. In oktober 1945 associeerde hij zich met zijn Zeeuwse neef Gerrit Tuinhof. In 1952 ging Gerrit Steen in Deventer wonen, en in 1959 verhuisde het gezin terug naar Friesland, naar Leeuwarden. Steen ontwierp winkelpuien, boerderijen, een bejaardencentrum, scholen en een ziekenhuis, maar vooral met het bouwen van kerken werd hij bekend. Gerrit Steen overleed op 28 december 1996 in Leeuwarden.