Stadhuis
Plaats: Almere
Locatie: Stadhuisplein
Architect: Cees Dam
materiaal: beton, marmer, glas, staal
Jaar: 1986 / 2004
Beschrijving:
In augustus 1979 ontving architect Cees Dam opdracht van Han Lammers, de toenmalige landdrost van het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders, voor het maken van een ontwerp voor het nieuwe Stadhuis van Almere. Het stadhuis werd op 12 september 1986 officieel geopend.
De vorm is gebaseerd op het geplande stratenpatroon van Almere-Stad. De raadzaal en de centrale hal zijn gelegen aan het Stadhuisplein. De raadzaal is opgetrokken uit glas en staal om de openheid van het bestuur naar de bevolking te karakteriseren. Aan weerszijden van de ingang staan, haaks op elkaar, twee kantoorvleugels van vijf bouwlagen. De betonnen façaden zijn naar het klassieke model ingedeeld in drie stroken. Een sobere basis steunt een middeldeel bedekt met marmeren platen, waarop een kroonlijst is geplaatst, geleed door ronde uitsparingen. In beide vleugels loopt een lange trap, bekleed met brandweerrood noppenzeil, over alle verdiepingen door met als contravorm een getrapte achtergevel. Een langgerekt daklicht zorgt voor de belichting.
De achtergevel van het gebouw is glasachtig en voor een deel uitgevoerd als vliesgevel en voor een deel als gevel pui-invulling van het betonskelet. Doordat het gebouw aan de achterkant trapsgewijs afloopt zijn er buitenterrassen ontstaan.
Cees Dam had bij het eerste ontwerp al rekening gehouden met een uitbreiding. In 2004 is aan de achterzijde een derde vleugel, die tot tien verdiepingen hoog reikt, gerealiseerd. Een glazen vleugel, waarin het bestuur zetelt, loopt daar met een zwierige boog omheen.
Cees Dam heeft binnen en buiten het gebouw, op verborgen plekken, een goudkleurige letter ‘C’ aangebracht.
Architect
Cornelis Gregorius (Cees) Dam is op 31 juli 1932 in Velsen geboren. Vanaf jonge leeftijd groeide hij op in het gezin van de zus van zijn moeder in Wijk aan Zee en Duin. Na de HBS in Haarlem studeerde Dam architectuur aan het technische college in Haarlem en vervolgens aan de Academie van Bouwkunst Amsterdam. Daar kreeg hij les van Gerrit Rietveld en Aldo van Eyck. In 1963 rondde hij zijn studie af. Een jaar later richtte hij in Heemstede het bureau Cees Dam & Partners Architecten op, dat zich in 1968 in Amsterdam vestigde. Dit bureau houdt zich bezig met projecten op het gebied van architectuur, stedenbouw, interieur en industriële vormgeving. In 1991 sloot zoon Diederik (1966) zich aan bij het architectenbureau van zijn vader.
In 1993 werd Cees Dam professor aan de Technische Hogeschool van Amsterdam. Op 30 september 2007 werd Dam benoemd tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw voor zijn bijzondere verdiensten en vooral zijn inzet voor de architectuur en cultuur als onderdeel van een duurzame samenleving. In zijn ontwerpen koos Cees Dam vaak voor een symmetrische opbouw van de plattegrond, met regelmatig snijdende cirkels. Door een dynamisch spel van afwisselende ruimtes, variërend in grootte en hoogte, bracht hij ruimtelijke relaties en hiërarchieën tot uitdrukking. Lichtinval was daarbij belangrijk. Gevels, vaak opgebouwd uit systeempanelen met witte tegels, spelen in zijn werk een prominente rol. Hiermee streefde hij naar het creëren van een harmonieus geheel. Volgens Dam & Partners Architecten putte Cees Dam in zijn werk uit de moderne beeldende kunst, het theater en de muziek. 'Die dwarsverbanden waren geen decoratie maar voeding, zichtbaar van concept tot detail in de kwaliteit van zijn ruimtes'.
Samen met de Oostenrijkse architect Wilhelm Holzbauer bouwde Cees Dam de Stopera (1979-1987), het gecombineerde stadhuis en muziektheater in Amsterdam. Ook voor Almere ontwierp hij het stadhuis (1979-1986). Verder bouwde Dam o.a. het Centraal Belastingkantoor en het Wilhelminahof in Rotterdam. Cees Dam overleed op 13 april 2026 op 93-jarige leeftijd na een kort ziekbed.







