Monument familie Hartman

Monument familie Hartman

Plaats: Rutten

Locatie: Gemaalweg

Kunstenaar: Hindrik Heerschop

Materiaal: natuursteen

Jaar: 2019

Beschrijving:

Vanaf oktober 1942 begonnen de Duitsers in het geheim bij het Drentse Havelte met de aanleg van een Fliegerhorst, een groot vliegveld dat volledig was uitgerust voor alle soorten vliegtuigen. Het vliegveld was bedoeld als uitwijkhaven voor het geval Fliegerhorst Leeuwarden zou worden vernield. De locatie was ideaal om de geallieerde bommenwerpers, die op weg waren naar Bremen en Hamburg, te onderscheppen. Dankzij de inlichtingen van de plaatselijke verzetsman Jan Poortman wisten de geallieerden precies wat de Duitsers bij Havelte aan het doen waren. Na 15 augustus 1944 was duidelijk dat het vliegveld operationeel was. Daarop voerden de geallieerden in september 1944 een reeks bombardementen uit. In de nacht van 4 op 5 september werden veertien De Havilland Mosquito's op pad gestuurd en wierpen 8 ton (8.000 kg) aan bommen op het vliegveld. De Havilland Mosquito was een zeer snelle twee-motorige jachtbommenwerper met een twee-koppige bemanning. De romp en de vleugels waren van hout vervaardigd, waardoor ze moeilijk door de Duitse radar gepeild konden worden. De Mosquito kon een bommenlast van 2 x 900 kg meevoeren en had de beschikking over vier 7,7 mm MG mitrailleurs in de neus en vier Hispano 20 mm kanonnen in de cockpit. 

In de avond van 5 september stegen rond 21.00 uur 6 Mosquito's B.XVI van het No. 105 Squadron van de RAF op van hun basis in Bourne, zo'n 10 km ten westen van Cambridge. Zij hadden de opdracht Havelte te bombarderen. Slechts 3 toestellen voerden hun missie succesvol uit, 1 Mosquito keerde vanwege technische problemen vroegtijdig terug en de andere konden het vliegveld niet vinden. Ook van RAF Little Staughton, ten noordwesten van Belford, stegen die avond om 21.00 uur 6 Mosquito's B.XVI met dezelfde missie op. Deze jachtbommenwerpers waren ingedeeld bij het No. 109 Pathfinder Squadron van de RAF. Ook nu waren er slechts 3 toestellen die het doel wisten te bereiken. In de vroege ochtend van 6 september heeft hoogst waarschijnlijk één van deze terugkerende Mosquito's een bom afgeworpen die het binnenvaartschip 'Tjoba' trof. Het schip lag in de Lemstervaart in de Noordoostelijke Polder, zoals de Noordoostpolder toen genoemd werd. 

Op dinsdag 5 september 1944, 'Dolle Dinsdag', ging het gerucht dat de geallieerden in aantocht waren en dat Nederland elk moment bevrijd kon worden. De bezetters raakten in paniek en probeerden met allerlei voertuigen, waaronder schepen, te vluchten. Het vermoeden bestaat dat de 'Tjoba' door de geallieerden werd aangezien als vijandig. In de rapportage van de luchtbeschermingsdienst staat wat er in de nacht van 5 op 6 september 1944 boven Lemmer werd waargenomen. Tussen 22.47 uur en 5.15 uur wordt meerdere keren melding gemaakt van vliegtuigen, maar ook van motorgeronk, zoeklichten, lichtkogels en (hevig) afweer. Om 1.10 uur staat vermeld: "vliegtuig van noord naar zuid" en dan om 1.15 uur: "vliegtuig uit het noorden en beide zoeklichten in werking en gooit (vermoed) een bom in de polder. Er wordt ook uit het vliegtuig geschoten". Onderaan het verslag van die nacht staat de aantekening: "1.15 uur Schip van Hartman is juist in de roef getroffen, man, vrouw, 2 meisjes, 1 jongen direct dood, alles uit elkaar; schip gezonken". Met potlood staat erbij: "Een meisje nog niet gevonden"

Hendrik Hartman was schipper van beroep. Zijn motorvrachtschip 'Spes', vernoemd naar de Romeinse godin van de hoop, was in november 1940 door de Duitsers gevorderd. Vandaar dat Hartman tijdens de Tweede Wereldoorlog op de 'Tjoba' van Gerrit Wennemers uit Hasselt voer als zetschipper, een schipper die vaart voor rekening van de eigenaar van het schip. Hendrik Hartman had voor begin september een reis aangenomen om hooi te laden voor Purmerend. Het hooi was echter nog te nat om verladen te worden. Dus moest Hartman wachten en lag de 'Tjoba' in de nacht van dinsdag 5 september op woensdag 6 september afgemeerd in de Lemstervaart bij het poldergemaal bij Lemmer. De 41-jarige Hendrik Hartman, zijn 36-jarige vrouw Lina Booij en hun drie jongste kinderen, de 9-jarige Jan, de 7-jarige Remmelina (Remmie) en 4-jarige Hendrika (Riki), lagen in het achterschip te slapen. Zij waanden zich veilig. Kort daarvoor schreven ze nog in een brief aan familie "dat ze een erg rustig plekje hadden en weinig of niets van het oorlogsgeweld merkten". Toen de vliegtuigbom de roef raakte werden ze door de luchtdruk uit het schip geslingerd. 's Morgens werden op de noordelijke oever de lichamen van vier gezinsleden geborgen. Van Remmie ontbrak elk spoor. De knecht, die normaal in het vooronder sliep, was die nacht niet aan boord waardoor hij de ramp overleefde.

Op 7 september 1944 deed Arend Hartman aangifte van het overlijden van zijn broer, schoonzus, neefje Jan en nichtje Riki. De akte werd opgemaakt in het Openbaar Lichaam De Noordoostelijke Polder. De stoffelijke resten werden per schip naar Zwolle overgebracht, de stad waar de drie oudste kinderen verbleven. Bertus Hartman (1931-2003) en zijn zusjes Tinie (1932) en Roelie (1933-2005) waren leerplichtig en woonden sinds augustus 1940 bij opa en oma Hartman zodat ze naar school konden. Hendrik, Lina, Jan en Riki Hartman werden in de middag van 11 september in een dubbelgraf op begraafplaats 'Bergklooster' in Zwolle ter aarde besteld. Het lichaam van Remmie werd daags na de begrafenis bij de Friese Sluis gevonden. De akte van haar overlijden werd op 14 september 1944 opgemaakt. Remmie werd bij haar ouders, broertje en zusje begraven. De inscriptie op hun grafsteen vermeldt dat zij zijn omgekomen bij een droevig ongeval.

Op initiatief van Peter van den Brandt wordt bij de Friese Sluis een monumentje geplaatst dat aan het drama herinnert. Amateur fotograaf Van den Brandt legt alle veranderingen in en om Lemmer voor het nageslacht vast op de gevoelige plaat. Sinds 2009 houdt hij zich binnen de toenmalige gemeente Lemsterland bezig met het onderzoek "Wie is Waar Begraven" en bezocht verschillende begraafplaatsen en kerkhoven in Lemmer en omgeving. Om te voorkomen dat de beheerders graven van oorlogsslachtoffers zouden gaan ruimen, is hij ook naspeuring gaan doen naar burgerslachtoffers van de Tweede Wereldoorlog. Na een 50-tal onderzoeken kwam Van den Brandt op het spoor van Hendrik Hartman. Al snel borrelde de vraag bij hem op, "wie was Hendrik Hartman en wat maakte hem tot slachtoffer van de oorlog"? Peter van den Brandt startte een onderzoek en nam als eerste contact op met Robert Hofman van de Stichting Urk in Oorlogstijd. Die wees hem op een laatstesaluut.nl, een website waarop de achtergronden van 4100 in Friesland gevallen oorlogsslachtoffers staan. Hierop stond het volgende: "Hartman, Hendrik (41 jr.) Gehuwd met Lina Booij. Kinderen: Jan, Remmelina en Hendrika. Alle drie kinderen zijn overleden op 6 september 1944 te Lemmer. Schipper. Het schip waarop hij voer werd op het IJsselmeer door boordgeschut van geallieerde vliegtuigen tot zinken gebracht. Hartman werd daarbij gedood. Begraven op de algemene begraafplaats Bergklooster te Zwolle, dubbelgraf vak 4, rij A, nr. 52/53". Maar hoe kon het dan dat de overlijdensaktes waren opgemaakt in het Openbaar Lichaam de Noordoostelijke Polder en niet in Lemmer of in de eerste de beste havenplaats waar de lichamen aan wal waren gebracht? Tijdens de moeizaam verlopende zoektocht kwam Peter van den Brandt via een telefoonnummer in de overlijdensadvertentie van Hendriks jongste zus Remmelina (Lien) Hartman (1910-2006) in contact met Evert Hartman. Hij vertelde dat het schip bij de sluis naar de Noordoostpolder in Lemmer lag. Hartman vertelde tevens dat Remmie enkele dagen later bij de sluis gevonden was en dat het schip eigendom was van de heer G. Wennemers. Maar details wist hij niet precies. Nog steeds denkende aan het IJsselmeer bij Lemmer was Van den Brandts eerste gedachte dat het schip dan in de werkhaven vlakbij de Friese Sluis had gelegen. Hij deelde dit vermoeden met Liekele (Kiki) Lemsma, bestuurslid van de Stichting Oudheidkamer 'Lemster Fiifgea'. Die wist welk schip Van den Brandt bedoelde en dat het aan de binnenkant van de sluis in de Lemstervaart had gelegen. Samen met zijn ouders was hij er wezen kijken. Het achterschip lag helemaal uit elkaar en was deels gezonken. Langzaamaan vielen de puzzelstukjes in elkaar. Vervolgens kwam Van den Brandt in contact met Jaap Booij, redacteur van de Booij Bode een kwartaalblad voor de geslachten Booij (i) (y) en verwanten. Die stuurde hem in oktober 2018 een email door van Jantina Ebellina (Tini) Westerhof-Hartman, de oudste dochter van het echtpaar Hartman-Booij. Haar relaas bevestigde de bevindingen van Van den Brandt en leverde de laatste puzzelstukjes op die het verhaal compleet maakte van het drama dat zich in de nacht van 5 op 6 september 1944 bij de Friese Sluis heeft afgespeeld.

Op nagenoeg dezelfde plek was op 27 juli 1940 ook al een vliegtuigbom ontploft. Voor de 8 burgerslachtoffers die daarbij vielen is in gemaal Buma een herdenkingsplaquette aangebracht. Dit bracht Peter van den Brandt op het idee om te onderzoeken of deze plaquette uitgebreid kon worden met de 5 namen van de omgekomen leden van het gezin Hartman-Booij. Hij nam contact op met de dijkgraaf van Waterschap Zuiderzeeland, Hetty Klavers, en de commissaris van de Koning in Flevoland, Leen Verbeek. Toen werd Van den Brandt op een avond in mei 2019 opgebeld door de heer Hindrik Heerschop, die aanbood een gedenksteen beschikbaar te stellen. De dijkgraaf en de commissaris van de Koning gaven hun toestemming om op het terrein van de Friese Sluis een monument op te richten. 

Op 6 september 2019 zal de 86-jarige mevrouw Tini Westerhof-Hartman het gedenkteken onthullen. Het monument biedt uitzicht op de locatie waar die dag precies 75 jaar geleden haar vader, moeder, broertje en zusjes door een vliegtuigbom van de geallieerden om het leven kwamen. Het monumentje is ontworpen en gemaakt door de schenker, Hindrik Heerschop uit Ysbrechtum.

Met dank aan Peter van den Brandt voor het delen van zijn onderzoek en Jaap Booij voor het toesturen van de Booij Bode en de toestemming om het artikel integraal over te nemen. 

Jaap Booij schreef in de Booij Bode van mei 2019 het artikel 'Het drama bij Lemmer, in de nacht van 5 op 6 september 1944' dat u hier kunt lezen. 

Laatste Update zaterdag, 10 augustus 2019