Waterstaatskerk

Waterstaatskerk
Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk Waterstaatskerk

Plaats: Schokland

Locatie: Middelbuurt

Maker:

materiaal: smeedijzer, koper en verguldsel

Jaar: 1834


Beschrijving:

Op 26 oktober 1834 werd op Schokland de door waterstaatsingenieur D.J. Thomkins ontworpen hervormde kerk in gebruik genomen. De in bakstenen opgetrokken kerk, met houten kapconstructie, is een driezijdig gesloten zaalkerk met dakruiter, die bekroond is met een vergulde bol met daarop rustend een smeedijzeren ruitenkruis. Het kruis, waarbij de kruising van de assen ruitvormig gesmeed is, is voorzien van een naar noord wijzende pijl. Op de top van het kruis staat een weerhaan, een windwijzer in de vorm van een haan. De bal stelt de Adamsappel, de wereld, voor. Het kruis is het teken van de overwinning door Jezus op de wereld. De haan op de top van het kruis is de heraut van het licht. Hij verdrijft de nacht, hij scheidt de nacht van de dag en verkondigt de opstanding van Jezus. De weerhaan is tevens het symbool van de discipel en apostel Petrus. Na zijn derde verraad kraaide de haan. 

De torenhaan is verguld. Vroeger werd de goudlaag meestal aangebracht door op de windhaan goudamalgaan aan te brengen, een oplossing van fijn goudpoeder in kwik. Door de windwijzer te verhitten verdampte men het kwik en bleef het goud in een dunne laag achter. Hierbij kwam kwikdamp vrij wat alles behalve gezond is. Rond 1830 werd deze techniek overal verboden. Tegenwoordig wordt er verguld met bladgoud. Daarvoor moet de windvaan eerst goed schoon en vetvrij gemaakt worden. Daarna wordt een eerste verflaag in een gele kleur aangebracht. Als de verf droog is brengt men een lijmlaag op basis van lijnolie aan en beplakt men de vaan met velletjes bladgoud van 23,75 karaat, het zogenaamde Rosenobel Dubbelgoud ook wel Rosenobel torengoud genoemd. Om de vergulding een lange levensduur te geven worden er twee lagen bladgoud aangebracht.

Toen de polder in 1942 droogviel werd Schokland een deel van de Noordoostpolder. Door inklinking van de drooggevallen poldergrond ontstonden in de loop der jaren scheuren in de Waterstaatskerk. In 1965 kwam er geld vrij en kon de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) op 2 augustus beginnen aan de restauratie. Het kerkgebouw werd van een nieuwe paalfundering voorzien, de muren werden opnieuw gemetseld en de dakpannen vervangen door de oorspronkelijke leien. Daarnaast werd de pastorie grondig opgeknapt. Op 22 augustus 1967 stond in de Friese Koerier onder de kop "Haan van Schokland kraait weer Koning" : […] "In het daktorentje kwam weer een luidklok te hangen (niet de originele, die blijft in de NH Kerk te Ens), het uurwerk werd gereviseerd en de geschilderde 'kitsch' wijzers werden door echte vervangen. Als bekroning prijkt de koperen haan, die in de oorlogsjaren in Amsterdam terecht kwam, nu weer fier op de spits […]".

Meer dan 100 jaar had de weerhaan de stormen die over de voormalige Zuiderzee joegen getrotseerd. Maar toen het kerkje in verval raakte kwam de haan op de grond te staan. Fred Thomas (1906-1959) was sinds 1929 als journalist werkzaam bij het dagblad De Tijd. In de jaren dertig van de 20e eeuw wijdde hij verschillende publicaties aan de historie van het ontruimde Schokland. Tijdens één van zijn bezoeken aan het eiland vond Thomas de haan, die onbeheerd tegen de kerkmuur stond. Hij ontfermde zich over de windwijzer en nam hem mee naar zijn grachtenhuis in Amsterdam. Tot aan zijn dood heeft hij de haan bewaard. Zijn weduwe wilde, na de restauratie van het kerkje in 1967, de torenhaan wel afstaan om hem weer op het kerkje te plaatsen. Als dank kreeg zij een replica van het haantje terug. Vandaar dat de originele vergulde windhaan tegenwoordig weer op de dakruiter prijkt.

Laatste Update dinsdag, 23 juni 2020