Kunst in de openbare ruimte
Elke zichzelf respecterende gemeente heeft kunst in de openbare ruimte, kunst voor iedereen. Voor beeldend kunstenaars is de openbare ruimte de aangewezen plek hun monumentale werk te laten zien aan een groot publiek. De periode na de tweede wereldoorlog is een keerpunt in de ontwikkeling van kunst in de openbare ruimte. In de jaren '50 van de vorige eeuw werd de percentageregeling ingevoerd. De overheid zag het belang van ondersteuning in om het toekomstig cultureel erfgoed te stimuleren en de productie veilig te stellen. Zij besteedt bij elk gebouw of iedere renovatie 0,5 tot 2 procent van de bouwsom aan kunst. De regeling had een forse toename van kunstwerken in de openbare tot gevolg. De kunst had een nauwe band met het gebouw waarvan het geld beschikbaar was. In de late jaren '70 en de vroege jaren '80 stapten de meeste kunstenaars af van deze integratiegedachte. Zij ontwikkelden in hun atelier een beeld en zochten dan een plek waar het werk goed tot zijn recht kon komen. De kunstwerken die in deze periode ontstonden hadden geen relatie met de architectuur of met de plek waar zij stonden. Dit noemen we autonome beelden. Daarnaast maken kunstenaars ook werk in opdracht.
Klik op een plaatje om verder te gaan.



