Tempeltje

Tempeltje

Plaats: Tollebeek

Locatie: Urkerweg

Maker: onbekend

materiaal: plaatstaal

Jaar: 1999


Beschrijving:

In 1956 is Tollebeek als laatste en tiende dorp in de Noordoostpolder gesticht. De naam is afgeleid van een oud landgoed van de Heren van Kuinre dat in de Middeleeuwen in de omgeving van Urk moet hebben gelegen. Het was een woeste plek waar veel gejaagd werd, vandaar dat veel namen van straten en gebouwen aan de jacht ontleend zijn. De aanvoer van kunstmest en de afvoer van landbouwproducten gingen in de begin jaren van Tollebeek hoofdzakelijk per schip. De boeren brachten hun landbouwproducten, waaronder suikerbieten, naar de loswal aan de Urkerweg waar ze overgeslagen werden in de gereed liggende schepen. Door de mechanisatie van de landbouw werden de producten steeds vaker met kiepauto's aangevoerd. In 1977 besloot de directie van de Groninger Suiker Unie dat de suikerbieten vanaf 1978 rechtstreeks per vrachtwagencombinatie van de boerderij naar de suikerfabriek gebracht zouden worden. De loswal verloor hierdoor de logistieke functie en werd opslagplaats voor overtollige grond, puin en dergelijke. Dat was een doorn in het oog van de Vereniging voor Dorpsbelang.

In 1999 werd de loswal onder leiding van Dorpsbelang en met behulp van vele vrijwilligers, opgeknapt. De loswal werd een promenade waar boten aan kunnen leggen. Met subsidie van Europa (LEADER), de provincie Flevoland en de gemeente Noordoostpolder werd o.a. een uitzichtpunt gerealiseerd dat al snel bekend stond als het Tempeltje van Tollebeek. Voor het 25-jarig bestaan van het dorp in 1981 ontwierp Hendrik Fokkema een dorpsvlag waarop het silhouet van een hert naar de jacht verwijst. Dit hert kreeg als windwijzer een plaatsje op het Tempeltje. De gepolychromeerde windwijzer is geconstrueerd uit plaatstaal. Het hert is bruin geschilderd en het gras groen. Onder de windwijzer bevindt zich een windroos, een liggend kruis waarvan de vier armen naar de vier windstreken wijzen. De uiteinde van de armen zijn voorzien van de bij de windstreken behorende hoofdletters. Het grootste deel van het hert is achter het draaipunt van de windwijzer geplaatst. Hierdoor draait het lijf van het hert net zolang met de wind mee tot het zich parallel aan de windrichting bevindt. De pijl aan de voorkant van de windvaan wijst vervolgens in de richting waar de wind vandaan komt. Aan de hand van de windroos is het dan mogelijk om de windrichting precies te bepalen.

 

Laatste Update zondag, 03 november 2019