Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk

Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk
Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk Windwijzer Voormalige Gereformeerde Kerk

Plaats: Luttelgeest

Locatie: Lange Brink 2

Maker:

materiaal: koper, smeedijzer en bladgoud

Jaar: 1954


Beschrijving:

De gereformeerde kerk in Luttelgeest is in 1954 gebouwd onder architectuur van A. Meijer en J.H. van der Zee. In de oostelijke zijgevel bevindt zich het ingangsportaal met rechts een bescheiden vrijstaande open klokkentoren met een met koper bekleed a-symmetrisch piramidedak. De kerk is in 1991 aan de eredienst onttrokken en in gebruik genomen als woonhuis. De klokkentoren wordt nog steeds bekroond door een kraaiende haan, die verwijst naar het evangelie. De haan is een teken van een nieuw begin. Hij kraait als de zon opkomt, bij het begin van de dag. De haan is het symbool van Petrus die Jezus verraadde. Na zijn derde verraad kraaide een haan. 

De weerhaan is gedreven uit een plaat roodkoper. Drijven is een techniek waarbij men door middel van hameren een vlakke plaat van koper in de gewenste vorm brengt. Het draaisysteem van de windhaan is eenvoudig. Om de haan rond de dragende as te laten draaien werd een extra koperplaat tot koker uitgeklopt. Deze koker werd met klinknagels op de haan vastgeklonken. Een windhaan is altijd asymmetrisch. De wijzer is uitgebalanceerd om ervoor te zorgen dat de windwijzer niet eenzijdig uitschuurt. Tegenover het grote en van zichzelf zwaardere deel van de staart is een tegengewicht aangebracht. Omdat de windhaan in balans moet zijn is de buik in dubbel plaatwerk uitgevoerd en opgevuld met lood. De koperplaten werden in reliëf tot twee helften geklopt en door middel van klinken samengevoegd. De torenhaan staat bloot aan weer en wind waardoor het verguldsel langzaam verstoft. Na 30 à 35 jaar is het nagenoeg verdwenen en komt de mixtion, de okergele onderlaag, te voorschijn.

De staart van de haan vangt meestal veel wind. Die staart is dus altijd van de wind weg gericht waardoor zijn kop wijst naar de windstreek waar de wind vandaan komt, met ander woorden: De haan kijkt naar de richting waar de wind vandaan komt.