Mozaïeken IJsselmeerafslag

Mozaïeken IJsselmeerafslag

Plaats: Urk

Locatie: Burgemeester J. Schipperkade 4

Kunstenaar: Geert Weerstand

Materiaal: natuursteen

Jaar: 2001


Beschrijving:

Sinds de tweede helft van de zeventiende eeuw was op Urk de visserij het hoofdmiddel van bestaan geworden. De vissers brachten hun vangst naar de Hollandse markten. Mede op verzoek van 47 Urker vissers werd in januari 1905 op Urk de gemeentelijke visafslag voor de verkoop van de Zuiderzeevis opgericht. De visafslag ging van start in de zouterij van Jacob ten Napel, naast de werf van Roos aan de Westhaven. Dat betekende dat er vanaf dat moment een centraal punt op het eiland was waar de vis aangevoerd en verhandeld kon worden. In februari werd de eerste haring aangevoerd en geveild. Er waren meerdere handelaren en kopers aanwezig die elkaar beconcurreerden en dat had een gunstig effect op de prijs. In 1911 kocht de gemeente Urk een eigen gebouw voor de afslag en plaatste er een elektrisch mijntoestel in. Het toestel kostte ƒ 800,- en was het eerste mijntoestel in Nederland. Van alle plaatsen langs de Zuiderzee kwamen de vissersboten naar Urk omdat daar de beste prijzen werden gemaakt. Het was geen zeldzaamheid als er per dag 300 à 400 vissers naar de afslag kwamen. Door de afsluiting van de Zuiderzee in 1932 is het met de aanvoer van haring en ansjovis op Urk gedaan. Het nieuwe zoete IJsselmeer leverde wel al snel paling op, en daarna volgde de snoekbaars. De veiling groeide uit zijn jasje en er werden plannen ontwikkeld voor een nieuwe, grotere visafslag. Op 18 oktober 1948 werd aan de Oosthavenkade een nieuwe afslag officieel geopend door burgemeester Gert Keijzer. Tot de jaren zestig draaide de Urker visafslag vooral op IJsselmeervis. In 1962 werd de zaterdagmarkt van de Staatsvisafslag in IJmuiden afgeschaft. IJmuiden was tot dan toe een belangrijke aanvoerhaven van de Urker vloot geweest. Door de afschaf van de zaterdagmarkt werden de Urkers gedwongen een dag minder te vissen. Bij wijze van experiment probeerden een aantal vooruitstrevende Noordzeevissers voor het eerst sinds jaren hun vangst weer aan de eigen Urker afslag aan te voeren. De prijzen aan de visafslag werden beter, de aanvoer groeide. Het begin van een ongekende ontwikkeling. Dit leidde tot de oprichting van de Urker Vis Aanvoer- en Afvoermaatschappij (UVAA) en de Urk Vis Export Combinatie (UVEC). Door de steeds verder toenemende aanvoer van vis werd de afslag te klein en in juni 1974 uitgebreid. 

Om ruimte te krijgen voor de steeds groter wordende aanvoer van Noordzeevis werd door de Commissaris der Koningin van Overijssel, jhr. O.F.A.H. van Nispen tot Pannerden, tijdens de opening van het palingseizoen op 1 mei 1965, aan de Burgemeester J. Schipperkade een nieuw visafslaggebouw in gebruik genomen. De visafslag op Urk groeide uit tot nummer één in Nederland en moest worden uitgebreid. Op 22 mei 1982, 40 jaar na de drooglegging van de Noordoostpolder, werd de vernieuwde afslag officieel door gedeputeerde Harry van Roekel van Overijssel geopend. Na een jarenlange discussie verdween de afslag van Noordzeevis van de haven. Op 20 juni 1997 werd op industrieterrein Domineesweg een moderne Zeevisafslag geopend. Na de verhuizing van de zeevisafslag bleef de IJsselmeerafslag achter in het oude gebouw en begon de gemeente met het maken van plannen voor een nieuwe afslag. Om plaats te maken voor nieuwbouw werd in september 1999 het oude gebouw van restaurant 't Achterhuis gesloopt. Op die plek verrees een nieuwe IJsselmeerafslag met op de eerste verdieping 't Achterhuis. De bouw werd uitgevoerd door bouwbedrijf J. Kaptein B.V. uit Urk. Tijdens de Urkerdag op 2 juni 2001 is de nieuwe IJsselmeerafslag in gebruik gesteld. De afslag voldeed aan alle moderne eisen. Hierdoor was er een toename in de aanvoer. 

Bouwbedrijf J. Kaptein schonkt tijdens de opening van de nieuwe visafslag drie mozaïeken van vissersschepen. De ca. 65 x 65 cm grootte natuurstenen kunstwerken, die naast de ingang van de IJsselmeerafslag te vinden zijn, werden gemaakt door de Urker kunstenaar Geert Weerstand. Van links naar rechts zien we een houten zeilbotter, een houten motorbotter en een IJsselmeerkotter. Sinds het einde van de negentiende eeuw visten de Urker vissers op de Zuiderzee met een houten zeilbotter, een oud Nederlands type half open vissersschip met één mast, een hoge, enigszins ronde boeg en een laag achterschip, waarin zich de typerende bun bevindt. De geringe diepte van de Zuiderzee leidde tot de ontwikkeling van deze platbodem. Het ontbreken van een kiel werd gecompenseerd door zijzwaarden. Een opvallend kenmerk van de Zuiderzeebotter, of 'bottertje' zoals hij op Urk genoemd wordt, was een zeer grote fok die nodig was om de netten te slepen, maar moeilijk te hanteren was bij overstag gaan. Begin twintigste eeuw deed de motorisering haar intrede in de botterwereld. In 1914 werd voor het eerst door de Kromhout Motoren Fabriek in Amsterdam een motor in een Urker botter gebouwd. De achterste vier bunnen werden drooggemaakt om plaats te maken voor de motor. Vanwege gebrek aan onderdelen voor motoren tijdens de Eerste Wereldoorlog werden pas vanaf 1916 meer botters van Urker vissers omgebouwd. In de jaren 1930 was het merendeel van de Urker botters van een dieselmotor voorzien. Zo doen de motoren langzamerhand hun intrede in de Urker vissersvloot. Eerst nog samen met de zeilen, om uiteindelijk volledig voor de voortstuwing te zorgen. Door het gebruik van de motor werd ook de bouw van de botter beïnvloed. De botters kregen een ronde kont, een vast dek en later een stuurhut. De helmstok verdween en maakte plaats voor een stuurrad. In de eerste helft van de twintigste eeuw vond in de Urker visserij geleidelijk de overgang van houten vissersschepen naar stalen motorschepen plaats. Eén van deze schepen is de IJsselmeerkotter, die gekenmerkt wordt door de robuuste constructie en efficiëntie in ondiepe wateren. Na de Tweede Wereldoorlog maakte de IJsselmeervisserij een bloeiperiode door. In 1959 telde deze vloot 85 schepen die vooral met de kuil op paling visten. Na het verbod op de kuilvisserij (1970) stortte de IJsselmeervisserij ineen. Op het IJsselmeer mocht alleen nog passieve visserij worden toegepast, een visserijmethodes waarmee bijvoorbeeld met staande netten en met fuiken gevist mag worden. Was de IJsselmeervisserij in 1969 nog goed voor een aanvoer van 3100 ton vis aan de Urker afslag, in 1970 daalde dit tot 204 ton. De IJsselmeerkotter is heden ten dage nog steeds in de beroepsvisserij op het IJsselmeer in gebruik. Behalve Urkers voeren ook vissers uit Harderwijk, Lemmer, Hindelopen, Enkhuizen en Volendam hun vangsten aan bij de IJsselmeerafslag, die een grote rol in de historie en cultuur van Urk speelt.

Bronnen: Krantenarchief Delpher; Reformatorisch Dagblad 17-1-1985; verschillende edities Urker uitgaven.

Kunstenaar

Geert Weerstand werd op 7 november 1948 op Urk geboren. Op 16-jarige leeftijd lag hij voor een blindedarm operatie in het Ziekenhuis in Emmeloord en boven zijn bed hing een mozaiek van een zwarte kat. Dat sprak hem zo aan dat hij besloot dit ook eens te gaan proberen. Zijn vader noemde kunst een vak voor luie mensen. Daarom ging Geert ook de bouw in, als metselaar en tegelzetter, maar zijn hart lag bij het fröbelen met steentjes. Zijn moeder begreep dat. In een interview vertelde Geert dat hij het artistieke van haar heeft. In 1975 besloot Geert Weerstand om als hobby mozaïeken te gaan maken. Hij werkte tot 1981 als tegelzetter in de bouw. Daarna is hij als sociaal werker werkzaam geweest bij de stichting ‘Tot Heil des Volks’ in Amsterdam. Professionele kunstenaars brachten hem de ambachtelijke kant van het pottenbakken, boetseren en brandschilderen bij. In 1986 nam hij het besluit om van zijn hobby zijn beroep te maken en liet zich als kunstenaar bij de Kamer van Koophandel inschrijven. Dezelfde dag kreeg hij een uitnodiging van een visbedrijf. Ze wilden iets artistieks in de hal van de nieuwbouw hebben. In 1997 begon hij, samen met zijn zoon Simon, een natuursteenbedrijf, dat hij in 2008 aan Simon overdeed. Sindsdien richt Geert Weerstand zich helemaal op de kunst. Eerst werkte hij met tegelafval dat in de mozaieken een nieuwe bestemming kreeg. Tegenwoordig maakt hij mozaïeken van glas.

Weerstand krijgt veel opdrachten van particulieren en bedrijven. Wanneer je door Urk loopt kom je overal het werk van de kunstenaar tegen. Bij Visserijbelangen ligt een bijzondere granietvloer met een prachtige decoratie, in de buitenmuur van de IJsselmeerafslag zijn steenmozaïeken te vinden. Ook op de gevel en in de winkel van Bakkerij Brouwer, in de hal van Talma Haven, aan de buitenzijde van het gemeentehuis van Urk, in het bedrijfspand van Profinis aan het Spijk, op verschillende woonhuizen en bij de Firma Sinke in Emmeloord vind je muurmozaïeken. Dit laatste mozaïek is eind 2025 herplaatst in Het Rondeel in Emmeloord. Voor de Bethelkerk maakte hij een glasmozaïek. Ook voor onderwijsinstellingen heeft Weerstand kunstwerken gerealiseerd. Zo bevindt zich op de kopgevel van de Cornelis Zeemanschool een mozaïek van de UK 284 en staat bij de Pieter Zandt Scholengemeenschap op Urk een sculptuur. Sinds september 2014 vind je aan de achterkant van de trap in de Christelijke Scholengemeenschap 'Vincent van Gogh' in Assen een 10 x 3 meter groot mozaïek dat hij samen met zijn neef Okke Weerstand gerealiseerd heeft. Sinds 2020 hangt in de entree van appartementencomplex 'De Vossenburcht' in Elburg een glasmozaïek van 1,80 x 1,50 m. In 2023 werd in de Hofstee op Urk een glasmozaïek geplaatst, in 2024 maakte Weerstand in samenwerking met Henk Kaptein 2 glasmozaïeken voor woon-zorgcomplex Het Erf in de Zeeheldenbuurt.

Geert Weerstand is autodidact (= iemand die zichzelf geschoold heeft). Weerstand onderscheidt zich in zijn vakgebied als een veelzijdig man op het gebied van tegel- en mozaïek, kunstwerken in keramiek, glas en natuursteen. De grote passie van Geert is het leven en werk van Vincent van Gogh. De kunstenaar heeft een permanente expositie in zijn "Van Gogh kelder" op Urk. Naast Van Gogh zijn de belangrijkste inspiratiebronnen voor Weerstand zijn familie, zijn geloof en het dorp Urk.