Iglo

Iglo
Iglo Iglo Iglo

Plaats: Nagele

Locatie: Ring 23

Kunstenaar: Aldo van Eyck

Materiaal: aluminium

Jaar: > 1960


Beschrijving:

Tijdens de wederopbouw werden in Amsterdam honderden openbare speelplaatsen aangelegd naar een ontwerp van Aldo van Eyck, één van de prominente architecten van het oorspronkelijke plan van Nagele. Tot net na de Tweede Wereldoorlog was het in Amsterdam doodnormaal dat een kind alleen in een speeltuin mocht spelen als het er lid van was. Speeltoestellen bestonden wel in de hoofdstad, maar stonden vaak in een besloten binnentuin. Stedenbouwkundige Jakoba Mulder, die leiding gaf aan de ontwerpgroep van de Amsterdamse Publieke Werken, zag dit probleem en gaf Aldo van Eyck de opdracht om voor iedere buurt in Amsterdam een kleine openbare speelplaats te maken. Voor zijn eerste speelplek op het Bertelmanplein in Amsterdam-Zuid ontwierp hij een zandbak met daarin springstenen, duikelrekken, een klimladder en een prototype van zijn latere tunnel annex klimboog. Van 1947 tot medio 1955 ontwierp Van Eyck zo’n 60 speelplaatsen en daarvan waren er geen twee gelijk. Tot 1978 werkte Aldo van Eyck en de gemeente Amsterdam samen aan het ontwerp en de inrichting van zo'n 700 speelplekken. Elke speelplaats werd op maat gemaakt voor de plek waar hij kwam en die plekken werden ook zorgvuldig uitgezocht. Door het gebruik van materiaal als beton en staal sloten de speelplekken naadloos aan bij het straatbeeld. Van Eyck koos er bewust voor om de speelplaatsen in te richten met speeltoestellen die de fantasie van de kinderen moesten prikkelen. De speelelementen, zoals de duikelrekjes, de klimboog, de klimkoepel en de klimtrechter, waren zo minimalistisch dat hij de kinderen uitdaagde hun vindingrijkheid te ontdekken. Het ontwerpen van de speeltoestellen beschouwde Van Eyck als integraal onderdeel. De speelplaatsen vond hij een wezenlijke bijdrage aan de vormgeving van een wijk, goed voor kinderen en volwassenen, goed voor verkenningen, goed voor de zintuigen en goed voor het sociale leven. In zijn ontwerpen was Aldo van Eyck zijn tijd ver vooruit. Met de bijzondere chemie van zijn ontwerpkracht, didactische inzicht en sociale hart creëerde hij iconische speelplaatsen en speeltoestellen voor kinderen in heel Amsterdam.

Van alle door Aldo van Eyck ontworpen speeltoestellen zijn de aluminium klimkoepels in 'iglovorm' wel de bekendste, maar ze verdwijnen uit het straatbeeld. Van de 700 speelplekken uit de jaren zestig waren er in 2018 nog maar 15 in de hoofdstad over. Daarom staan de iconische klimrekken nu zelfs in het museum, zoals in de tuin van het Rijksmuseum in Amsterdam en in de beeldentuin van het Van Eesteren Museum eveneens in Amsterdam. De 'Iglo' is door de Stichting BK-informatie benoemd tot sleutelwerk. In 1979 werd BK-informatie opgericht op initiatief van de Rijksgebouwendienst en de grote steden vanuit de behoefte aan een eigen vakblad om kunstenaars te informeren over kunstopdrachten. Vanwege zijn 40-jarig bestaan in 2019 heeft Stichting BK-informatie de website www.sleutelwerken.nl gelanceerd. In november van dat jaar is er een oproep gedaan onder de lezers van het blad BK-informatie om voordrachten te doen. Dat leverde een paar honderd suggesties op. Een werkgroep van professionals benoemde vervolgens 100 sleutelwerken voor kunst in de openbare ruimte vanaf 1945. Sleutelwerken zijn kunstwerken die artistiek, historisch, ruimtelijk of maatschappelijk van belang zijn of zijn geweest. Sleutelwerken zijn vertegenwoordigers van een tijdgeest, dat wil zeggen dat ze typerend zijn voor een bepaalde periode in de geschiedenis van kunst in de openbare ruimte. Of ze hebben bijgedragen aan de bewustwording rond een onderwerp en zijn opgenomen in wat we noemen 'het collectief geheugen'. De sleutelwerken staan verspreid door het hele land en zijn een vertrouwd onderdeel geworden van het Nederlandse straatbeeld. Samen geven de sleutelwerken een indruk van hoe stijlen, ideologieën en bouwperiodes elkaar in de afgelopen decennia zijn opgevolgd.

Aldo van Eyck heeft twee modellen klimkoepels ontworpen, een groot model 'Iglo' en een klein model 'Iglo'. Sinds 2021 staat voor Museum Nagele een kleine 'Iglo', een replica. Het klimtoestel is gemaakt naar het originele ontwerp van Van Eyck, met de originele maten en materialen en belichaamt het naoorlogse besef dat kinderen licht, lucht en ruimte nodig hebben. Het kunstobject, dat een tijdloos karakter en een duurzame vormgeving heeft, bestaat uit zilverkleurige dikke aluminium buizen die gebogen zijn in de vorm van een koepel. De Iglo is toegepaste kunst, een kunstvorm waarbij je kunst toepast op functionele objecten die in het dagelijks leven voorbij komen. De term toegepaste kunst wordt gebruikt ter onderscheiding van de schone kunsten, die kunst zijn en voorwerpen zijn zonder praktisch gebruik en waarvan het enige doel is om mooi te zijn of om het intellect op de een of andere manier te stimuleren. Er bestaan plannen om in 2023 meerdere klimtoestellen van Aldo van Eyck bij het museum te plaatsen. 

In Nagele staat niet alleen een klimkoepel van de hand van Van Eyck, ook de drie basisscholen zijn door hem ontworpen. 

Kunstenaar 

Aldo Ernst van Eyck werd op 16 maart 1918 in Driebergen geboren. Van Eyck groeide op in Golders Green bij Londen, waar zijn vader, de dichter Pieter Nicolaas van Eyck, correspondent was voor NRC. Tijdens de Tweede Wereldoorlog studeerde Van Eyck architectuur in het neutrale Zwitserland aan de Technische Hochschule van Zürich. Daar leerde hij zijn vrouw Hannie van Rooyen kennen die eveneens architect was. In 1943 trouwde het stel. Als 28-jarige kwam Van Eyck in 1948 in dienst bij de Amsterdamse Publieke Werken, afdeling Stadsontwikkeling. Na korte tijd aan de stadsuitbreidingen van Cornelis van Eesteren te hebben gewerkt, kreeg hij de opdracht om een speelplaats op het Bertelmanplein te ontwerpen. Tussen 1947 en 1978 heeft Van Eyck ongeveer 700 speelplaatsen in Amsterdam ontworpen. De speeltoestellen voor de speelplekken werden door Aldo van Eyck zelf ontworpen. Vanaf 1951 had Van Eyck een eigen architectenbureau. Van 1971 tot 1982 werkte hij daarin samen met Theo Bosch. Vanaf 1982 tot aan zijn dood in 1999 werkte hij samen met zijn vrouw Hannie (1918-2018).

Binnen de architectuur was Van Eyck een belangrijk theoreticus. Dit kwam met name door zijn werk bij CIAM en Forum en de bijdrage die hij daarin leverde aan de discussie over de kant die de architectuur opging. Ook door zijn positie als buitengewoon hoogleraar aan de Technische Universiteit Delft van 1966 tot 1976 was Van Eyck een invloedrijk persoon. Tot 1984 gaf hij les aan deze universteit. 

Bij het werk van Van Eyck telt dat een gebouw mensvriendelijk dient te zijn, de mens staat centraal. En het exterieur is alleen belangrijk met het interieur; het gebouw mag nooit monumentaal worden. Aldo van Eyck was vanaf het begin nauw betrokken bij de ontstaansgeschiedenis van het dorp Nagele. Samen met architect J.B. Bakema en de architecten groep “De 8”, met wie hij via Van Eesteren in contact gekomen was, had hij een belangrijk aandeel in de vormgeving van het dorp, een experiment op stedenbouwkundig gebied. Behalve door modernisten en surrealisten van het begin van de twintigste eeuw heeft Van Eyck zich laten inspireren door de Afrikaanse volksarchtiectuur. Het voormalig Burger weeshuis, aan de Amstelveenseweg in Amsterdam, met ruim tweehonderd kleine en acht grote koepels is daar een mooi voorbeeld van. Daarnaast ontwierp hij ondermeer het Sonsbeekpaviljoen in Arnhem, het conferentieoord van Estec in Noordwijk en het Hubertushuis in Amsterdam.

Aldo van Eyck overleed op 14 januari 1999 in Amsterdam. Een hartaanval maakte een einde aan 80 jaar leven.