Paard

Paard
Paard Paard Paard Paard Paard Paard

Plaats: Emmeloord

Locatie: Noordzijde

Kunstenaar: Arthur Spronken

Materiaal: brons

Jaar: 1984

Beschrijving:

In 1984 is aan het Medemblikpad het kunstwerk 'Paard' geplaatst dat ontworpen is door de Limburgse kunstenaar Arthur Spronken. Hij liet het kunstwerk bij zijn vaste bronsgieter Pie Sijen in Geverik gieten. Deze Limburgse gieterij staat erom bekend dat zij grote tot zeer grote bronzen beelden in één stuk kunnen gieten via de verloren was methode. Alle beelden uitgevoerd in deze techniek zijn unica, unieke exemplaren. Het kunstwerk is hol van binnen. Massief brons in deze afmetingen zou gaan krimpen en scheuren.

Het paard is duidelijk een favoriet onderwerp van de kunstenaar. Maar het paard is niet realistisch weergegeven. Dit is een verbeelding van het wezenlijke van een paard. Wat Spronken heeft willen uitbeelden is de dynamiek van het lichaam. Het accent werd gelegd op waar het om ging, de rest was overbodig, werd weggelaten, geamputeerd. De torso en het hoofd, de kracht van de sprong, maar zonder benen. Slechts het lijf, de billen en de nek laat hij de toeschouwer zien. Onder zijn glanzende huid zijn botten, spieren en zenuwen zichtbaar. Spronken concentreert zich op de essentie van het beeld: de paardentorso in al zijn kracht en beleving. Omdat het paard uitsluitend via een pin met de ongeveer 1.50 m hoge sokkel verbonden is wekt het beeld de indruk vrij in de ruimte te zweven. De paardentorso's die Spronken ontwierp kregen nooit een staart. Toen de toenmalig wethouder Dirk de Wit het in was gemodeleerde model in het atelier van de kunstenaar zag vond hij dat een paard een staart behoort te hebben. Dat is de reden dat het paard in Emmeloord, in tegenstelling tot andere paardentorso's van Spronken, een gecoupeerde staart heeft. Op 24 januari 2013 is 'Paard' door Binder Art Service B.V. van zijn sokkel aan het Medemblikpad gelicht. Het kunstwerk werd opgeknapt en met instemming van Arthur Spronken bij de vernieuwde parkeerplaats op de Paardenmarkt geplaatst.

In december 2011 startte de gemeente Noordoostpolder met de herontwikkeling van het centrum van Emmeloord. Het eerste werd de parkeerplaats aan de Noordzijde aangepakt, die in de volksmond Paardenmarkt genoemd werd. Het ontwerp voor het nieuwe parkeerterrein is gemaakt door landschapsarchitect Jan van Kleef van KuiperCompagnons. Hij liet zich inspireren door de streepjescode. Op 26 juni 2012 bepaalde het college van burgemeester en wethouders van Noordoostpolder dat het gebied tussen de Bumalaan, Faddegonstraat, Noordzijde en Sportlaan officieel de naam 'Paardenmarkt' zou gaan dragen. Tevens stelde zij een bedrag van € 25.000,- beschikbaar om deze naam met een kunstobject nog meer kracht bij te zetten. De naam Paardenmarkt verwijst naar de oorspronkelijke bestemming van het terrein. De plannen voor de inrichting van de Noordoostpolder zijn gemaakt in een tijd dat paarden nog de belangrijkste trekkracht leverden op het boerenbedrijf. Het was de bedoeling dat op de plek waar nu auto's geparkeerd worden, de handel in paarden zou plaatsvinden. Vanwege de snelle industriële ontwikkeling van de akkerbouw heeft er nooit echte paardenhandel plaatsgevonden. Al snel werd de functie van het paard overgenomen door trekkers. In 1947 telde Nederland nog 230.000 landbouwpaarden, rond 1970 zijn dat er nog maar 50.000 terwijl het aantal tractoren tussen 1950 en 1960 steeg van 18.000 naar 64.000. Dankzij de verhuizing van het 'Paard' van het Medemblikpad naar de Noordzijde is de herkenbaarheid van de Paardenmarkt vergroot. Daarnaast verwijst het kunstwerk naar de historische benaming van het plein.

De kosten voor het opknappen van het kunstwerk en de verplaatsing bedroeg € 10.314,-. Dit bedrag kon betaald worden uit de Grondexploitatie en kwam dus niet ten laste van de reserve Beeldende Kunst en Cultuur (BKC). Op 26 juni 2013 is het kunstwerk op zijn nieuwe plek onthuld. Na een korte toespraak van cultuurwethouder Wouter Ruifrok trokken twee Belgische trekpaarden van Op d'n Akker het kleed weg waarmee de paardentorso van Arthur Spronken was ingepakt.

Op de sokkel aan het Medemblikpad staat sinds 24 juli 2016 het kunstwerk 'Vis' van kunstenaar Oscar Mendlik

Bekijk de onthulling op Omroepflevoland

Kunstenaar

Arthur Jan Elisa Spronken is op 30 juli 1930 in Beek geboren. In zijn jeugd werd hij beïnvloed door de paardenliefhebberij van zijn vader, die hengsten fokte en zijn grootvader die paardenhandelaar was. Op de 3-jarige Handelsschool in Sittard werd hij klaargestoomd voor de handel. Maar de drang om kunstenaar te worden won het reeds vroeg van een bezigheid in de handel. In 1947 vertrok hij naar België om in een bakkerij te werken. Vandaar fietste hij wekelijks 75 kilometer om bij amateur beeldhouwer Paul Schmalbach, een vriend van de familie, figuren in hout te snijden. Van 1948 tot 1952 volgde Spronken, aangemoedigd door Smalbach, een opleiding steenhouwen en tekenen aan de Middelbare Kunstnijverheidsschool (sinds 1959 Stadsacademie voor Toegepaste Kunsten) in Maastricht waar hij les kreeg van beeldhouwer Charles Vos en kunstschilder Harry Koolen.

In 1953 werd in het van Abbemuseum in Eindhoven aandacht geschonken aan het nieuwe classisisme van Italianen als Marini, Manzù en Mascherini, dat zich kenmerkt door strak gestileerde mens- en dierfiguren. Spronken was zo onder de indruk dat hij besloot zich in te schrijven voor een beurs van de Italiaanse overheid waarmee hij een jaar aan een kunstacademie in Italië mocht studeren. Dankzij de beurs van het Italiaans Cultureel Instituut kon hij in 1954 naar Milaan vertrekken om stage te lopen aan de Accademia di belle Arti di Brera (Academie voor Schone Kunsten van Brera). Daar kreeg hij onder anderen les van Marino Marini, een specialist op het gebied van paarden in de beeldhouwkunst. Eenmaal terug in Nederland hakte Spronken in eerste instantie voornamelijk religieuze figuren uit blauwe hardsteen en hout. Rond 1961 ging hij over op brons. Zijn figuratieve beelden concentreren zich rond de dynamiek van lichamen. Arthur Spronken is gefascineerd door dieren als paarden en stieren. Wat hem boeit is hun beweging, levenskracht en warme uitstraling. Het zijn deze kwaliteiten die hij in een beeld wil vangen. Deze eigenschappen ballen zich samen in het lijf en dat komt extra sterk tot uiting, doordat hij de ledematen afkapt na de eerste aanzet. 

Spronken werd eind zestiger / begin zeventiger jaren door veel overheden omarmd omdat zijn kunst het goede midden hield tussen abstract en realistisch of tussen modern en klassiek. Als jonge beeldhouwer bewoog Spronken zich al tussen traditie en experiment. Hij reduceert en speelt met vorm en houding. Tegelijkertijd weerklinkt in zijn beelden een grote passie voor de beeldhouwkunst van Renaissance en Oudheid. Zijn studie in Italië heeft hier beslist aan bijgedragen. Zo weet Spronken met een volstrekt eigen, moderne beeldtaal een sfeer op te roepen, die verwijst naar vervlogen tijden. Arthur Spronken won een aantal prestigieuze prijzen waaronder in 1963 de Prix Biennale Paris. Hij kreeg veel opdrachten, waarbij de bronzen paarden in velerlei uitvoeringen de meest voorkomende zijn. Bij de Technische Universiteit Eindhoven staat het beeld 'Vliegende Amazone', in Amstelveen, Leiden en Emmeloord staat een paardentors. Ook in Utrecht zijn beelden van paarden te vinden, 'Julius Sulway' (1985), 'Paardje' (1965) en 'Vlucht' (1969). In Maastricht staat op de Thermen 'Amazone te paard' (1973), dat enige jaren op het Stadhuisplein in Lelystad heeft gestaan.

Arthur Spronken is op 5 april 2017 op 87-jarige leeftijd overleden in een ziekenhuis in Sittard. De laatste jaren was hij fysiek niet meer in staat om grote bronzen beelden te maken, maar bleef als kunstenaar actief door tekeningen te maken.

Laatste Update zaterdag, 13 april 2019