Keramisch gemeentewapen
Plaats: Emmeloord
Locatie: Harmen Visserplein 1
Kunstenaar: Joop Puntman
Materiaal: keramiek (chamotte klei)
Jaar: 1972
Beschrijving:
Op 5 april 1972 werd het stadskantoor, dat gebouwd was naar ontwerp van architect Jan Heijligers, met een bijeenkomst in de raadszaal in gebruik genomen. Tijdens de openingsplechtigheid werden verschillende cadeaus aangeboden. Voorzitter Bernard Geurtzen overhandigde namens de Vereniging de Lange Nering een keramisch gemeentewapen. Keramist en beeldhouwer Joop Puntman heeft het gemeentewapen van chamotte klei gemaakt en niet van chamotte zoals sommige beweren. Chamotte is geen plastisch materiaal waarmee je kan boetseren, maar gebakken klei die vermalen wordt tot korrels. Chamotte wordt aan boetseerklei toegevoegd om die sterker te maken, om textuur toe te voegen en om ervoor te zorgen dat de klei minder krimpt bij het drogen.
Joop Puntman had bij deze opdracht weinig creatieve inbreng, hij moest het wapen van Noordoostpolder zo precies mogelijk weergeven. Het wapen werd bij Koninklijk Besluit van 16 juli 1963 door de Hoge Raad van Adel aan de gemeente Noordoostpolder verleend. Het schild is in vier kwarten verdeeld oftewel gekwartileerd. Links boven (vanuit de heraldiek rechts boven) zien we de fleur des lis die ontleend is aan het familiewapen van ir. Cornelis Lely, de grondlegger van het Zuiderzeeproject. Het wapen is "van azuur beladen met zilveren lelie". De meeste kleuren hebben in de heraldiek een andere naam. Blauw wordt in de heraldiek azuur genoemd. Rechts boven (links in de heraldiek) zien we in goud ofwel or, een burcht met drie kantelen en een zware valdeur van zwart, ofwel sabel, gevoegd van zilver en met twee vensters in de kleur van het veld. Dit en de overige twee velden verwijzen naar de geschiedenis van de omgeving. De heren van Kuinre voerden in de Middeleeuwen heerschappij over onder andere Kuinre, Blankenham, Urk , Espelo, en Emmeloord (Schokland). Het veld links onder, heraldisch rechts, verwijst naar het wapen van de heren van Kuinre. We zien in goud vijf schuinbalken van rood ofwel keel. Rechts onder, heraldisch links, zien we in blauw een penning van zilver, gestempeld met een dubbellijnig knopkruis van zwart. Dit veld herinnert aan het muntrecht van de heren van Kuinre. Het is in Nederland algemeen gebruik dat gemeentewapens worden voorzien van een zogenaamde Gravenkroon, een gouden kroon van drie bladeren en twee parels.
Na een droogtijd, waarbij de klei kurkdroog werd, heeft Puntman het gemeentewapen in de oven van pottenbakkerij 'Het Ambacht Haalderen' (AMHA) bij ongeveer 1000 graden Celsius gebakken. Het bakproces veranderde de klei in hard en duurzaam keramiek. Wanneer klei gebakken wordt in een oven wordt er gesproken over stook. Meestal wordt dat stoken in tweeën gedaan. De eerste stook noemen we de biscuitstook. In deze stook verbrand alle verontreiniging in de klei, wat een langzaam proces is. De biscuitstook duurt gemiddeld tussen de 8 en 15 uur. Na de buiscuitstook is de keramiek nog poreus. De kleuren werden met glazuur op het poreuze keramiek aangebracht. Dit heeft als voordeel dat de poreuze keramiek het glazuur beter aanzuigt. Na het glazuren werd het gemeentewapen opnieuw in de oven gedaan om het voor de tweede maal bij zo'n 1200 graden Celcius te stoken, oftewel af te bakken. Dit wordt de glazuurstook genoemd.
Het gemeentewapen hangt in het tegenwoordige gemeentehuis op de eerste verdieping bij de kamers van burgemeester en wethouders. Het kunstwerk is zichtbaar vanuit de centrale hal. De ruimte waar het gemeentewapen hangt is niet publiekelijk toegankelijk.
Kunstenaar
Joseph Theodorus (Joop) Puntman werd op 20 maart 1934 in Bemmel geboren. Hij was de vierde van zes zoons. Na de lagere school ging Joop Puntman nog twee jaar naar het voortgezet gewoon lager onderwijs (V.G.L.O.). Hier bleek dat hij een bijzonder talent voor tekenen had. In de jaren 1940 gold een leerplicht tot en met 14 jaar. Zijn leraar moedigde hem aan bij Het Ambacht Haalderen (AMHA) aan het werk tegaan. In 1949 ging Puntman op 15-jarige leeftijd als decorateur bij AMHA aan de slag. Zijn talent voor ontwerpen was van meet af aan overduidelijk. De pottenbakkerij was opgericht als werkgelegenheidsproject voor jongeren die tijdens de Tweede Wereldoorlog geen beroepsopleiding hadden kunnen volgen. Met financiële steun van Volksherstel Gelderland werd AMHA op 2 juni 1947 bij de Kamer van Koophandel ingeschreven. De dag daarna gingen de eerste vijf jongeren aan de slag. Omdat zo kort na de oorlog de behoefte aan normale gebruiksvoorwerpen nog groot was werden in de pottenbakkerij aanvankelijk alleen handgedraaide kop en schotels en ander serviesgoed vervaardigd. Na 1950 kwamen daar siervoorwerpen en muurplastieken bij. De eerste muurplastieken waren van de hand van Joop Puntman en Henk van Meurs (1937-2007). Vanaf januari 1950 volgde Joop Puntman een schriftelijke cursus bij de ABC Teekenschool in Amsterdam. In 1953 behaalde hij zijn diploma. Bron: Facebook Joop Puntman kunst, Roelie de Jong. Op kosten van AMHA ging Puntman in 1952 in de avonduren een 6-jarige opleiding volgen aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Arnhem, met als hoofdvakken monumentale en toegepaste kunst. Joop Puntman groeide uit tot hoofdontwerper van AMHA. Zijn stijl was realistisch maar gestileerd, zogenaamd abstract figuratief.
Tijdens de wederopbouwperiode (1945-1965) werd AMHA vooral bekend door de monumentale keramische muursculpturen in opdracht voor scholen en overheidsgebouwen. De opdrachten voor keramische reliëfs voor mens en dier werden uitgevoerd naar ontwerpen van Joop Puntman. Op het werk dat Puntman ontwierp voor Het Ambacht Haalderen staan de fabrieksmerken 'Het Ambacht Haalderen' of 'AMHA'. De monumentale wandreliëfs signeerde hij over het algemeen met 'PUNTMAN AMHA'. In de jaren 1960 presenteerde AMHA zich op de Utrechtse Jaarbeurs en kreeg grote naamsbekendheid. Joop Puntman was een verlegen en introvert persoon. Toen AMHA groeide en het steeds drukker werd verliet hij het bedrijf en vestigde zich in 1969 als zelfstandig kunstenaar. Vanaf die tijd voerde Puntman opdrachten uit die hij signeerde met 'JOOP PUNTMAN'. Hij vestigde zijn atelier in een garage achter de Haalderense kerk en later in een caravan bij zijn ouderlijk huis. Klei en glazuur haalde hij bij Het Ambacht. Ook maakte hij gebruik van hun oven. Joop Puntman heeft tot ongeveer 2005 kunstwerken gemaakt. In de laatste jaren van zijn leven nam zijn productiviteit, gezien zijn leeftijd, af.
Joop Puntman overleed op 12 december 2013 op 79-jarige leeftijd in Nijmegen en werd op 18 december in Haalderen begraven.
Puntman maakte diverse reliëfs, die veelal werden geplaatst bij scholen zoals: ‘Herten, zeepaardjes en kinderen' (1958) in Genderen, 'Onze-Lieve-Vrouw van Fátima' en 'Twee Paarden' (1960) in Hengelo, gevelreliëf Montfoort (1965) en Steigerend paardje (1971) in Montfoort, Bootje varen (1964) in Heerenveen, Edith Stein (1968) in Zijlaart, 'Tijl Uilenspiegel en de grap van de linkerschoen' (1970) in Vianen en 'Willem Barentz' (1970) in Nijmegen. Voor de Talita Koemischool in Nijmegen ontwierp hij in 1963 twee keramische reliëfs. In Bemmel (Lingewaard) bevindt zich het keramische reliëf 'De Levensweg' (1964) en in Haalderen 'De Haalderense mens en zijn werk' (1965). In Boxmeer is het keramisch wandreliëf 'Zonnelied' (1965) te vinden op de buitenmuur van de kapel van Sint Anna. In 1971 maakte Joop Puntman, die toen al 2 jaar als zelfstandig kunstenaar werkzaam was, in opdracht van de 'Vereniging De Lange Nering' in Emmeloord voor de centrale ruimte van verzorgingshuis De Golfslag in Emmeloord een reliëf dat verwijst naar de drooglegging van de Noordoostpolder. In 1972 vervaardigde hij eveneens in opdracht van de 'Vereniging De Lange Nering' het gemeentewapen van Noordoostpolder dat op 5 april 1972 aan de gemeente werd aangeboden voor in het stadskantoor aan het Harmen Visserplein. In 1973 maakte hij in opdracht van Ondernemersvereniging Emmeloord een reliëf ter herinnering aan Bernard Geurtzen de voorzitter van de Vereniging de Lange Nering en de latere Ondernemersvereniging Emmeloord, die op 13 augustus 1972 plotseling overleed.