Fluitspeler

Fluitspeler
Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler Fluitspeler

Plaats: Emmeloord

Locatie: Prof. ter Veenstraat

Kunstenaar: Gerard Bruning

Materiaal: vaurion

Jaar: 1964


Beschrijving:

Op 21 april 1964 werd in het grasveld voor de Openbare ULO school aan de Jansmalaan met een takelwagen een 2000 kg zwaar beeld van een zittende fluitspeler op zijn sokkel geplaatst. Het kunstwerk werd op 6 mei 1964 door Berend Jan Blikman (1928-2016) onthuld, die in 1962 wethouder werd in de nieuwe gemeente Noordoostpolder en onder meer belast werd met onderwijszaken. Met de onthulling van het kunstwerk 'Fluitspeler' werd de ULO school officieel geopend. In het bijzijn van beeldhouwer Gerard Bruning en echtgenote, de commissie tot aankoop kunstwerken, het onderwijzend personeel en 220 leerlingen zei de wethouder onder meer bijzonder verheugd te zijn over deze culturele aanwinst voor Emmeloord. De kunstenaar roemde de bijzondere prettige samenwerking die hij heeft gehad met de 'Werkgroep aankoop beeldhouwwerken in de Noordoostpolder'.

Het beeld 'Fluitspeler' is volgens Bruning een eigen vrije versie, dus niet direct geïnspireerd op het schoolkind. Het figuratieve kunstwerk toont een grove vormgeving met weinig detail's, maar aandacht voor het totaal. Het beeld is door de kunstenaar uit Vaurion gehouwen, een harde Franse kalksteen. Bruning heeft de huid ruw gelaten en met een slaghamer afgewerkt. Dit noemen we boucharderen

Bruning putte in de eerste helft van de jaren zestig van de twintigste eeuw voor zijn kunstwerken inspiratie uit het Oude Griekenland. Wie het beeld goed bekijkt ziet dat hij hier een aulos-speler heeft afgebeeld. De muzikant bespeelt een dubbelfluit die al bespeeld werd door de Grieken in de 6e eeuw voor Christus. Het is geen traditionele afbeelding van de werkelijkheid, de aulos-speler is gestileerd vormgegeven. Geen man, geen vrouw maar een mensfiguur zit op het linkerbeen en heeft het rechterbeen gebogen. Het lichaam is rond en bijna kinderlijk weergegeven. De ronde vormen geeft het beeld, ondanks het harde materiaal, een zachte uitstraling. De fluitspeler in Emmeloord was de tweede aulos-speler die Bruning maakte. Rond 1960 maakte hij een op zijn rug liggende fluitspeler, die gedetailleerder is vormgegeven. Deze aulos-speler is in 1962 door Het Tilburgs Studenten Corps St. Olof geschonken aan de Katholieke Hogeschool, tegenwoordig Universiteit van Tilburg, ter gelegenheid van de opening van gebouw A. 

Door gebruik te maken van de percentageregeling beeldende kunst zijn vooral in de jaren 1960 en 1970 veel kunstwerken bij scholen geplaatst. Men vond het toentertijd belangrijk om de opgroeiende jeugd in aanraking te brengen met beeldende kunst. 'Fluitspeler' is daar een schoolvoorbeeld van. In 1986 gingen de Gemeentelijke Technische School, de Prof. Kohnstamm-ULO en het Prof. ter Veen Lyceum op in het Zuyderzee College. Toen het schoolgebouw aan de Jansmalaan gesloopt werd is het kunstwerk 'Fluitspeler' verplaatst naar de Prof. ter Veenstraat, genoemd naar de Amsterdamse sociograaf en hoogleraar geografie en voorzitter van de Zuiderzeevereniging Henri Nicolaas ter Veen. Daar is het geplaatst voor het B-gebouw van het Zuyderzee College. Tijdens de officiële opening van het gerenoveerde schoolgebouw is het beeld op 28 januari 2003 onthuld door de toenmalig wethouder van onderwijs, mevrouw Tineke bij de Vaate. Het thema van de feestelijke middag was "Het Zuyderzee College fluitend de toekomst tegemoet". In augustus 2016 is de naam van de school veranderd in Zuyderzee Lyceum. De nieuwe naam is een knipoog naar de oude naam van de school, het Prof. ter Veen Lyceum.

In juli 2006 startte het bouwproject Tibias aan de Jansmalaan. De naam Tibias herinnert aan het kunstwerk 'Fluitspeler' dat zo'n 40 jaar op deze plek voor de Prof. Kohnstamm-ULO heeft gestaan. Het project behelsde drie appartementencomplexen van 4, 3 en 2 bouwlagen die de namen Fagot, Klarinet en Piccolo kregen. De namen van de gebouwen en het kunstwerk 'Fluitspeelster' herinneren eveneens aan het kunstwerk 'Fluitspeler'.

Kunstenaar

Gerard Maria Bruning is op 30 oktober 1930 in Nijmegen geboren. Hij was de zoon van de katholieke dichter en essayist Henry Bruning en vernoemd naar zijn oom, de op 28-jarige leeftijd gestorven dichter en essayist. Bruning volgde het gymnasium aan het Canisiuscollege te Nijmegen. Van 1947 - 1952 studeerde hij aan Het Genootschap Kunstoefening in Arnhem, ook wel de Academie Kunstoefening genoemd, aanvankelijk als edelsmid later in de monumentale richting waar hij les had van de beeldhouwer Gijs Jacobs van den Hof. Gerard Bruning maakte kennis met klei bij de pottenbakkers in Cuijk, waar hij enige jaren in zijn levensonderhoud voorzag door het maken van decoraties op vazen en schalen. Na een grote reis vestigde Bruning zich in december 1955 in Cuijk waar hij zijn atelier vestigde in een voormalige sigarenfabriek. In 1957 leerde hij Wilna Haffmans kennen, die aan de academie de opleiding beeldhouwen volgde bij de beeldhouwer Cephas Stauthamer. Na haar afstuderen in 1959 trouwden ze.

Bruning was schrijver, schilder, fotograaf, beeldhouwer en graficus. Als beeldhouwer had hij een sterke voorkeur voor de materialen beton, brons en steen. In de jaren 1960 richtte Bruning zijn aandacht op het Oude Griekenland, getuigen de beelden Europa op de stier (1965), Zeus en Europa (1965), Leda en de zwaan en de beelden van Icarus (1965 en 1966). In 1966 betekende het kunstwerk 'Twee Nonnen' een ommekeer in het werk van Gerard Bruning. Werkte hij tot dat jaar figuratief, na die tijd werd zijn werk steeds abstracter en verdween de Griekse inspiratie uit de titel. Vanaf die tijd gaf Bruning zijn beelden ook geen herkenbare titels meer. Na de scheiding van zijn vrouw in 1981 vertrok Bruning uit Cuijk. Na een kort verblijf in Horssen vestigde hij zich in Utrecht waar hij zich wijdde aan schrijven, schilderen en werken met klei.

In 1958 kreeg Bruning de Karel de Grote-prijs voor beeldhouwkunst en toegepaste kunst van de gemeente Nijmegen. De prijs bestond uit een oorkonde en een bedrag van ƒ 1000,-, omgerekend ongeveer € 454,-. De prijs werd toegekend vanwege de grote verwachtingen die het werk van de toen 28-jarige kunstenaar kenmerkte en de geheel eigen stijl. Gerard Bruning realiseerde in de loop der jaren vele opdrachten in de openbare ruimte zoals in Nijmegen, Cuijk, Nieuwegein, Emmeloord en in Dronten. Op 8 februari 1987 overleed Gerard Bruning op 56-jarige leeftijd in Utrecht.