Sluitsteen I

Sluitsteen I
Sluitsteen I

Plaats: Lelystad

Locatie: IJsselmeerdijk

Maker: Albertus Beekhuis

materiaal: natuursteen

Jaar: 1956


Beschrijving:

Oostelijk Flevoland is omringd door een 90 km lange dijk. In de jaren 1950-1952 werd op ruim 25 km uit de kust voor Harderwijk perceel P, nu Lelystad-Haven, aangelegd. Op 17 maart 1954 werd in het bureau van Zuiderzeewerken in Den Haag de aanleg van een 6400 m lange meerdijk ten noordoosten van de werkhaven bij perceel P aanbesteed. Behalve de meerdijk moest ook een dwarsdam van ongeveer 300 m lengte worden aangelegd. Het gehele perceel werd aangeduid als perceel U. Er waren 5 inschrijvingen. Hoogste inschrijver was Holland N.V. uit Hardinxveld met ƒ 17.567.000,-, de laagste de Zuiderzeecombinatie Van der Hoeven en Zanen uit Harderwijk met ƒ 10.782.000,-. Het werk werd gegund aan de Zuiderzeecombinatie, een gelegenheidscombinatie van twee in de aanleg van dijken gespecialiseerde aannemingsmaatschappijen, te weten de NV C.J. van der Hoeven en de Hollandse Aannemingsmaatschappij Zanen Verstoep NV, beide uit Den Haag.

De noordoostelijke dijk van Oostelijk Flevoland is de zwaarste. Niet alleen omdat deze weerstand moet bieden aan het door noordwester stormen opgejaagde water, maar ook omdat hij ongeveer 10 à 11 m onder N.A.P. doorloopt op de daar diepliggende draagkrachtige zandlaag. Hier moest eerst 7 à 8 m blubber weggebaggerd worden, voordat met de aanleg van de dijk begonnen kon worden. Wel liet men ongeveer 1 m klei zitten, want doordat hier zand bovenop kwam werd deze klei samengedrukt tot een afdichtende laag en kon kwel in de toekomst worden beperkt. Het dijktracé werd vervolgens tot een hoogte van anderhalf meter onder de waterlijn van zand voorzien. Op dit zandlichaam werd aan weerszijden een dam van keileem uit de buurt van Urk aangebracht, waarna tussen de beide dammen een zandlichaam werd gespoten. Dit alles gebeurde met baggerschepen, zandwinzuigers, onderlossers en kranen. Om de keileemdammen te beschermen tegen golfaanvallen werden deze verstevigd met wanden die in de dam werden geheid. Om de voet van de dijk te versterken werden grote, van wilgentakken gevlochten matten met een omvang van 30 x 10 m tegen de damwand gedrukt. Deze zogenaamde kraagstukken werden onder andere op perceel P gemaakt. De kraagstukken werden met stenen tot zinken gebracht. Dit was voor een groot deel handwerk. De kruinhoogte van de noordoostelijke dijk was destijds op ruim 5,00 m boven N.A.P. gesteld.

Ten noorden van perceel U werd gewerkt aan perceel X waarin het laatste sluitgat lag. Met een snelheid van 5 à 6 m per gewerkt uur groeiden de dijkhoofden naar elkaar toe. Op 6 september 1956 was er nog een gat van 500 m breed en gemiddeld 4,20 m diep dat gedicht moest worden. De ceremonie van de sluiting was een week later gepland. Door het slechte weer was de bouw van de keileemdammen in het sluitgat trager gevorderd dan verwacht. Vierentwintig uur voor de sluiting waren deze dammen, waartussen het zandlichaam gespoten moest worden, aan de binnenzijde nog 50 m, aan de buitenzijde van de polder nog 80 m van elkaar verwijderd. De woelige zee leverde gevaar op voor de baggermolens, die het leem onder Urk moesten ophalen. Maar met hard werken en vooral nauw samenwerken slaagden de dijkbouwers er in tijdig voldoende leem in voorraad te krijgen. Er stond een stugge noordwester wind, het water stroomde met een snelheid van 2 m per seconde door de opening. Op 12 september werd tot half elf 's avonds met man en macht gewerkt om een drempel in het sluitgat te leggen. 

Op 13 september 1956 om 13.08 uur deed een grijper de laatste greep in de keileembak, om 13.09 uur een zware plons. Het laatste gat in de 90 km lange ringdijk was gedicht. Vanaf het voordek van salonboot 'De Hasselt' zagen H.M. koningin Juliana, de ministers dr. W. Drees, J. Algera en J. van de Kieft, evenals de hoofdingenieur-directeur, ir. J. F. R. van de Wall, ir. A. G. Maris en talloze andere autoriteiten van waterstaat en de Dienst der Zuiderzeewerken dat een sluitsteen door de aannemer op de meerdijk werd gelegd. Het gedenkteken was op initiatief en naar ontwerp van Albertus Beekhuis (1926-1976), technisch ambtenaar van de Dienst der Zuiderzeewerken die het dagelijks toezicht bij de uitvoering van de dijkwerken op perceel X had, vervaardigd. De sluitsteen is later op de plaats waar het laatste gat in de dijk gesloten werd, tussen hectometerpaal 26.6 en 26.7, in de basalten dijkafwerking aan de voet van de dijk verwerkt. De tekst op de gedenksteen luidt:

-  HIER WERD OP
13 SEPTEMBER 1956 TE 13" DE
MEERDIJK VAN  O-FLEVOLAND
GESLOTEN -
 

Voor de 90 km lange ringdijk is een hele grote hoeveelheid materialen gebruik te weten: 35.500.000 m³ zand voor grondverbetering, 4.000.000 m³ keileem, 700.000 m³ bekledingsklei, 1.6000.000 m² kraagstukken van rijsthout, 40.000 m² kraagstukken van gietafval, 800.000 ton zink- en stortsteen, 560.000 m² natuursteen in glooiingen. 170.000 m² betonmaterialen, 250.000 m² klinkers in glooiingen 220.000 m² bekleding van rijsthout en riet en 550.000 m² klinkerbestrating.